Marketing NIMA A hfd 30

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
279409
Filename:
Marketing NIMA A hfd 30
Updated:
2014-07-22 08:27:06
Tags:
Marketing NIMA hfd 30
Folders:
Marketing NIMA A hfd 30
Description:
Marketing NIMA A hfd 30
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Geef de definitie van E-business
    Het geheel van bedrijfsprocessen en -activiteiten dat met behulp interactieve, elektronische media plaatsvindt en gericht is op het uitwisselen van informatie, kennis en producten, met als oogmerk een zakelijke relatie en/of transactie
  2. Noem drie kernwoorden passend bij E-business
    • elektronische media
    • interactie
    • zakelijk profijt
  3. Wat is het verschil tussen e-business en e-commerce?
    e-business omvat alle elektronische media activiteiten van een bedrijf, e-commerce alleen die betreffende marketing en sales
  4. Geef de definitie van e-commerce
    De e-businessactiviteiten met betrekking op marketing en sales
  5. Wat is e-procurement?
    het elektronisch inkopen via internet en het automatiseren van het koopproces
  6. Hoe noemen we de automatisering van het koopproces?
    e-procurement
  7. Hoe noemen we het inkopen via internet?
    e-procurement
  8. Wat is de definitie van e-marketing?
    het toepassen van informatietechnologie en internet binnen de marketingfunctie
  9. Wat is customisation?
    Het aanpassen van een product aan de wensen van de individuele klant
  10. Hoe noemen we het aanpassen van een product aan de wensen van de individuele klant?
    customisation
  11. Wat is desintermediatie?
    het uitschakelen van een schakel in de bedrijfskolom door het gebruik van internet
  12. Hoe noemen we het uitschakelen van een schakel in de bedrijfskolom door het gebruik van internet?
    desintermediatie
  13. Hoe noemen we het toevoegen van een schakel in de bedrijfskolom door gebruik van internet?
    re-intermediatie
  14. Wat is re-intermediatie?
    het toevoegen van een schakel in de bedrijfskolom door gebruik van internet
  15. Wat zijn de 6 belangrijkste technische aspecten van internet voor de marketing?
    • communicatie (tussen netwerken en individuele apparatuur)
    • uitwisselen gegevens (bestanden)
    • electronic mail
    • web browsing
    • terminalemulatie
    • user interface
  16. Wat is terminalemulatie?
    mogelijkheid om toegang te krijgen tot apps
  17. Hoe noemen we de mogelijkheid om toegang te krijgen tot apps?
    terminalemulatie
  18. Wat is user interface?
    het systeem dat de complexe computer versimpeld zodat de gebruiker met de computer kan communiceren
  19. Hoe noemen we het systeem in een computer dat communicatie door de gebruiker met de computer mogelijk maakt?
    user interface
  20. Welk internetverkeer is omvangrijker, b2b of b2c?
    b2b
  21. Noem de vier typen gebruikers van virtual communities
    • tourists
    • minglers
    • devotees
    • insiders
  22. Omschrijf tourists
    weinig sociale binding, weinig interesse onderwerp
  23. Hoe noemen we gebruikers van virtual communities met weinig interesse in het onderwerp en weinig sociale binding met de groep?
    tourists
  24. Hoe noemen we leden van een virtual community met weinig interesse in het onderwerp, maar een sterke sociale band met de groep?
    minglers
  25. Omschrijf minglers
    Sterke band met de groep, weinig interesse in het onderwerp
  26. Omschrijf devotees
    Weinig binding met de groep, maar veel interesse in het onderwerp
  27. Omschrijf insiders
    veel binding met de groep, veel interesse in het onderwerp
  28. Hoe noemen leden van een virtual community met weinig binding met de groep, maar veel interesse in het onderwerp?
    devotees
  29. Hoe noemen we leden van een virtual community met een sterke binding met de groep en veel interesse in het onderwerp?
    insiders
  30. Noem 11 doelen om een website te bouwen/te onderhouden
    • vergroten verkeer naar site
    • bereiken nieuwe doelgroepen
    • specifieke aanbiedingen onder de aandacht brengen
    • ondersteunen nieuwe producten
    • ondersteuning off-line campagnes
    • leveren van service etc
    • vergroten zichtbaarheid organisatie
    • vergroten zichtbaarheid (merk)naamsbekendheid
    • verbeteren concurrentiepositie op internet
    • verhogen online/offline verkopen
    • vergroten vertrouwen van consument in organisatie
  31. Noem de 9 C's uit het back to basiCs-model
    • Company
    • Customer
    • Competition
    • Channels
    • Concept
    • Creativity
    • Context
    • Content
    • Continuity
  32. Waarvoor is het back to basiCs-model een hulpmiddel?
    het ontwerpen van een website
  33. Wat vragen we ons af bij Company?
    Past een website bij de organisatie en kunnen we het maken?
  34. Welke zaken zijn belangrijk bij Customer?
    • acceptance
    • information profile (welke informatie)
    • digital competence (in hoeverre toegankelijk?)
  35. Wat bedoelen we met Competition?
    wat doet de concurrentie?
  36. Wat bedoelen we met Channels?
    welke andere kanalen gebruiken we?
  37. Welk hulpmiddel gebruiken we bij het controleren van de content van een site?
    URL=FICTION
  38. Waar staat de URL van URL=FICTION voor?
    • User oriented
    • Resourceful
    • Loyalty driven
  39. Waar staat de FICTION voor van URL=FICTION?
    • Fun(ctioneel)
    • Interactivity
    • Communication
    • Transactions
    • Intermedial intelligence
    • Open environment
    • New things
  40. Wat bedoelen we met user oriented?
    gaat het uit van de klant?
  41. Wat bedoelen we met resourceful?
    is de inhoud interessant genoeg?
  42. Wat bedoelen we met Loyalty driven?
    besteden we niet alleen aandacht aan klantenacquisitie, maar ook aan klantenretentie?
  43. Wat bedoelen we met intermedial intelligence?
    voegt het iets toe aan de reeds bestaande media die in gebruik zijn?
  44. wat bedoelen we met open environment?
    komt de doelgroep de site gemakkelijk tegen?
  45. Wat bedoelen we met continuity?
    heeft men een lange termijnplanning voor de site?
  46. Noem de drie soorten winkels die we kennen, vanuit internet
    • bricks-and-mortar
    • clicks-and-mortar
    • clicks-only
  47. Hoe noemen we winkels die alleen vir de fysieke winkels verkopen?
    bricks and mortar
  48. Hoe noemen we winkels die zowel via een fysieke winkel als een e-shop verkopen?
    clicks and mortar
  49. Hoe noemen we winkels die alleen via internet verkopen?
    clicks-only
  50. Wat is het grootste voordeel van online veilingsites?
    goederen- en informatiestroom kunnen worden losgekoppeld
  51. Wat is het grootste nadeel van online veilingen?
    zowel aanbieder als afnemer heeft weinig vertrouwen
  52. Wat is het nadeel van opbieden via internet?
    soms moet men lang wachten voor er een nieuw bod komt
  53. Wat is een voordeel van online opbieden?
    het product wordt conform de marktwaarde verkocht
  54. Wat zijn twee nadelen van online Dutch auction?
    verkoopprijzen liggen iets boven de gemiddelde marktwaarde en alle bieders zouden tegelijk online moeten zijn
  55. Welke twee vormen van mailinglists kennen we?
    • opt in
    • opt out
  56. Wat is een opt in mailinglist?
    een adressenlijst waarvoor de leden zichzelf hebben opgegeven
  57. Wat is een opt out mailinglist?
    een adressenlijst met leden die zich niet hebben ingeschreven
  58. Hoe noemen we een mailinglist waar leden zichzelf voor kunnen opgeven?
    opt in mailinglist
  59. Hoe noemen we een mailinglist waar leden niet door zichzelf aan worden toegevoegd?
    opt out mailinglist
  60. Welke twee doelen kan een mailingcampagne hebben?
    klantenacquisitie en klantenretentie
  61. Wat is de definitie van viral marketing?
    Het toepassen van digitale technologieën om gestelde marketingdoelstellingen te behalen. Het gaat in eerste instantie om de behaalde marketingresultaten en niet om de gebruikte technieken
  62. Wat zijn leads?
    mogelijke afnemers
  63. Wat is de definitie van social media?
    Een verzamelnaam voor alle internet toepassingen waarmee het mogelijk is om informatie met elkaar te delen op gebruiksvriendelijke en vaak leuke wijze.
  64. Noem de drie gouden regels voor social media
    • het gaat over het faciliteren van conversatie
    • er is geen controle
    • de conversatie kan worden beïnvloed
  65. Waar draait alles om bij social media?
    relaties
  66. Welke 4 dingen kan social media faciliteren?
    • communicatie
    • samenwerking
    • educatie
    • entertainment
  67. Welke drie fases moet een organisatie doorlopen bij de inzet van social media in een crossmediacampagne?
    • broadcasting; bereik campagne vergroten
    • acquiring; consumenten bij campagne betrekken nieuwe klanten te winnen
    • integration; maximale roi bereiken
  68. Wat is crossmedia?
    het inzetten van verschillende media om dezelfde boodschap te uiten
  69. Hoe noemen we het als men bij een campagne meerdere soorten media inzet?
    crossmediacampagne

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview