NIMA Marketing A hfd 36

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
280569
Filename:
NIMA Marketing A hfd 36
Updated:
2014-08-13 08:42:38
Tags:
NIMA Marketing hfd 36
Folders:
NIMA Marketing A hfd 36
Description:
NIMA Marketing A hfd 36
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Noem de vier soorten planning
    • productieplanning
    • ruimtelijke planning
    • projectplanning
    • planning van het economisch proces
  2. Op welke drie vragen geeft planning een antwoord?
    • What strategies (wat willen we bereiken)
    • How strategies (hoe realiseren e die doelen)
    • Wat is de planningshorizon (hoeveel tijd kost het)
  3. Wat is de definitie van planning?
    Beslissen over in de toekomst te ondernemen acties; het vaststellen van de doelstelling, taakverdeling, agenda en de strategie
  4. Welke drie planningshorizonnen kennen we?
    • langetermijnplanning (strategie)
    • middellangetermijnplanning (tactiek)
    • kortetermijnplanning (operationeel)
  5. Wat is de planningshiërarchie?
    het samenhangende geheel van organisatieplannen. De plannen worden op elkaar afgestemd en zijn daarbij niet allemaal even belangrijk
  6. Noem de 7 stappen van het planning stappenplan en deel ze op in twee groepen
    • analyse fase:
    • probleem omschrijven
    • probleem detailleren
    • probleem verklaren
    • strategische fase:
    • oplossingen bedenken
    • eerste keuze oplossing
    • gevolgen oplossing voorspellen
    • definitieve keuze oplossing
  7. Omschrijf de operationele planning
    De planning die beschrijft welke stappen men moet ondernemen om de doelstellingen te halen. Het is zeer gedetailleerd.
  8. Wat is het verschil tussen operationele en strategische planning?
    Strategisch heeft betrekking op de lange termijn, operationeel op de korte termijn
  9. Hoe noemt men de tactische planning ook wel?
    programma ontwerp en -keuze
  10. Wat is een andere term voor programma ontwerp en -keuze?
    tactische planning
  11. Wat is de tactische planning?
    Het uitwerken van de acties voortvloeiend uit de strategische planning
  12. Welke twee soorten planningseenheden binnen een organisatie kennen we?
    • PMC product/marktcombinatie
    • SBU stratgic business unit
  13. Omschrijf de product/marktcombinatie
    Een selectie van ruilobjecten en ruilsubjecten op grond van een strategische keuze van afnemersbehoeften waarin een organisatie wil voorzien en van afnemers(groepen) waarop zij zich wil richten.
  14. Hoe noemen we het deel van de organisatie dat zich richt op de planning van een product in combinatie met de markt waarop men het product afzet?
    product/marktcombinatie
  15. Wat is een PMC?
    product/marktcombinatie
  16. Wat is een variant van de PMC?
    product/markt/technologiecombinatie
  17. Wat is het verschil tussen een product/marktcombinatie en een product/markt/technologiecombinatie?
    De indeling berust ook op de gebruikte technologie bij PMTC
  18. Omschrijf een SBU
    Een autonome eenheid binnen een organisatie. Ondanks dat er een eigen missie, strategie, concurrentie en directie is, mag men niet de ondernemingsdoelstellingen van de moederonderneming in de weg zitten
  19. Hoe noemen we een autonome eenheid binnen een organisatie?
    Stratistic Business Unit
  20. Omschrijf strategische marktplaning
    • managementactiviteit, includerend:
    • vaststellen organisatiedoelstellingen
    • analyseren en diagnosticeren huidige en toekomstige in- en externe omgeving
    • portfolioanalyse
    • bepaling investeringsstrategie
    • kiezen functionele strategieën
    • bekijken of de afzonderlijke doelen samenvallen
    • controleren beschikbare middelen en kwaliteit
    • planning van uitvoering, organisatie, evaluatie en controle
  21. Geef de vijf stappen van het strategische planningsproces
    • ondernemingsmissie omschrijven
    • SWOT analyse maken
    • doelstellingen formuleren
    • strategische alternatieven in kaart brengen
    • operationeel plan kiezen
  22. Wat is een andere term voor ondernemingsmissie?
    core business
  23. Wat is een andere term voor core business?
    ondernemingsmissie
  24. Wordt de core business nauwkeurig omschreven?
    nee, breed en vaag
  25. Wat is het uitgangspunt bij het bepalen van een core business?
    behoefte van een bepaalde afnemers(groep)
  26. Noem een aantal doelen van het stellen van een ondernemingsmissie
    • duidelijkheid over het ondernemingsdoel
    • middel tot motivatie
    • basis om middelen in te schakelen
    • toonzetting voor een bepaald organisatieklimaat
    • centraal punt van waaruit men beslissingen neemt
    • helpt doelen omzetten in acties
    • kosten, tijd en prestaties beter kunnen beheren
  27. Welk hulpmiddel kunnen we gebruiken bij het vaststellen van de core business?
    • Model van Abell
    • PMT model
  28. Wat is een ander woord voor model van Abell?
    PMT model
  29. Wat is een ander woord voor PMT model?
    Model van Abell
  30. Wat betekent PMT model?
    Probleem Mart Technologie model
  31. Wat is een ander woord voor Probleem Markt Technologie model?
    Model van Abell
  32. Omschrijf het model van Abell
    • Men stelt de volgende vragen:
    • Wat (is het Probleem van de afnemers, wat zijn de behoeften)
    • Wie (welke Markt)
    • Hoe (technologisch)
  33. Wat is de business definition?
    De afbakening van het (potentiële) werkterrein van een organisatie en stelt enerzijds grenzen aan dit werkterrein, maar laat voldoende ruimte over voor ontwikkeling
  34. Hoe noemen we de omschrijving van de organisatie?
    business definition
  35. Wat is het verschil tussen core business en core competence?
    core competence zijn de belangrijkste voordelen (in de ogen van de afnemer) die een organisatie heeft ten opzichte van de concurrentie
  36. Omschrijf core competence
    De oorsprong van het concurrentievoordeel van een organisatie
  37. Op welke drie criteria beoordelen we core competence?
    • het moet een potentiële toegang tot verschillende markten bieden
    • het moet een belangrijk voordeel zijn in de ogen van de afnemer ten opzichte van de concurrentie
    • het moet moeilijk te imiteren zijn
  38. Hoe kunnen we de sterke en zwakke kanten van de concurrentie in kaart brengen?
    met een value chain of waardeketen
  39. Wat is een value chain of waardeketen?
    een analysemethode om de sterke en zwakke kanten van de concurrentie in kaart te brengen
  40. Hoe werkt de value chain?
    de verschillende activiteiten van een organisatie worden beoordeeld; elke activiteit kan waarde toevoegen.
  41. Welke activiteiten vallen er onder de value chain? En in welke twee groepen delen we ze?
    • primaire activiteiten
    • inkomende logistiek
    • uitvoering
    • uitgaande logistiek
    • marketing en verkoop
    • service
    • ondersteunende activiteiten
    • personeelsbeleid
    • technologiebeheersing en -ontwikkeling
    • inkoop
  42. Welke zaken rond de activiteiten onderzoekt de value chain?
    de kostenontwikkeling en de differntiatiemogelijkheden ten opzichte van de concurrentie
  43. In welke twee groepn delen we de SWOT analyse?
    • intern: strengths en weaknesses
    • extern: opportunities en threats
  44. Wat zijn de interne factoren van de SWOT analyse?
    strengths en weaknesses
  45. Wat zijn de externe factoren van de SWOT analyse?
    • meso en macro factoren
    • opportunities en threats
  46. Wat is DEPEST?
    • demografisch
    • ecologisch
    • politiek/juridisch
    • economisch
    • sociaal/maatschappelijk
    • technologisch
  47. Hoe geven we de resultaten van een SWOT analyse grafisch weer?
    in een matrix, met van elke waarde drie punten
  48. Wat is een confrontatiematrix?
    Een matrix waarin de sterke en zwakke punten afgezet worden tegen de kansen en bedreigingen. Zo krijg je kansvelden (combinatie kansen en sterkten) en probleemvelden (combinatie zwaktes en bedreigingen)
  49. Wat is een kansveld in de confrontatiematrix?
    sterktes gecombineerd met kansen
  50. Wat is een probleemveld in de confrontatiematrix?
    zwaktes gecombineerd met bedreigingen
  51. Wat is een hulpmiddel bij het formuleren van doelstellingen?
    • SMART
    • Specifiek
    • Meetbaar
    • Ambitieus
    • Realistisch
    • Tijdsgebonden
  52. Wat is SMART?
    • Specifiek
    • Meetbaar
    • Ambitieus
    • Realistisch
    • Tijdsgebonden
  53. Waarbij gebruiken we SMART?
    het formuleren van doelstellingen

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview