NIMA Marketing A hfd 37

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
280610
Filename:
NIMA Marketing A hfd 37
Updated:
2014-08-14 09:29:49
Tags:
NIMA Marketing hfd 37
Folders:
NIMA Marketing A hfd 37
Description:
NIMA Marketing A hfd 37
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat is de definitie van strategie?
    de wijze waarop een organisatie haar langetermijndoelstellingen tracht te bereiken, rekening houdens met belangrijke veranderingen en ontwikkelingen in de omgeving
  2. Omschrijf strategie
    De manier waarop men de langetermijn doelstellingen wil halen, rekening houdend met veranderingen en ontwikkelingen in de omgeving
  3. voor welk soort strategie kiest een onderneming meestal?
    groeistrategie
  4. Welke 4 strategieën kennen we?
    • groeistrategieën van Ansoff
    • concurrentiegeoriënteerde strategieën
    • strategieën van Porter
    • strategieën vanuit de bedrijfskolom
  5. Hoe noemen we de strategie waarbij we de afzet vergroten met bestaande producten op bestaande markten?
    marktpenetratie
  6. Wat is marktpenetratie?
    afzet van bestaande producten vergroten op bestaande markten
  7. Hoe noemen we de strategie waarbij men producten vernieuwd ten behoeve van bestaande afnemers?
    productontwikkeling
  8. Wat is productontwikkeling?
    Strategie waarbij men producten vernieuwd ten behoeve van bestaande afnemers
  9. Hoe noemen we de strategie waarbij we met bestaande producten nieuwe markten proberen aan te boren?
    marktontwikkeling
  10. Wat is marktontwikkeling?
    met bestaande producten nieuwe markten proberen te betreden
  11. Hoe noemen we de strategie waarbij we met nieuwe producten nieuwe markten willen veroveren?
    diversificatie
  12. Wat is diversificatie?
    Een strategie waarbij men met nieuwe producten nieuwe markten betreedt.
  13. Wat is het verschil tussen diversificatie en differentiatie?
    Bij diversificatie betreden we een nieuwe markt met een nieuw product en differentiatie is het toevoegen van een nieuwe productgroep aan het assortiment.
  14. Waartoe leidt marktpenetratie?
    marktverbreding en marktverdieping
  15. Wat is marktverbreding?
    aantrekken van nieuwe klanten op de bestaande markt
  16. Hoe noemen we het aantrekken van nieuwe klanten op de bestaande markt?
    marktverbreding
  17. Wat is marktverdieping?
    stijgen van de aankoopfrequentie bij bestaande afnemers
  18. Hoe noemen we het als bestaande afnemers meer gaan kopen bij onze organisatie?
    marktverdieping
  19. Wat doet men om marktpenetratie te veroorzaken?
    meer prijsacties en reclame uitingen
  20. Hoe noemen we het als we voor een product nieuwe markten zoeken?
    marktontwikkeling
  21. Geef een voorbeeld van marktontwikkeling
    • men gaat exporteren
    • men levert niet alleen aan groothandels, maar ook aan finale afnemers
  22. Is productontwikkeling altijd het ontwikkelen van een totaal nieuw product?
    nee, alleen voor de fabrikant is het helemaal nieuw
  23. Noem de 4 concurrentiegeoriënteerde strategieën
    • marktleider
    • marktuitdager
    • marktvolger
    • marktnisser
  24. Is er op iedere markt een marktleider?
    nee, soms is het marktaandeel gelijk verdeeld
  25. Wat is een marktleider?
    de organisatie met het grootste marktaandeel, meeste communicatie uitingen, leider in prijsveranderingen en productontwikkelingen, grootste distributiegraad etc.
  26. Waarom stellen marktleiders zich defensief op?
    Omdat ze een gewillig doel van de concurrentie zijn, bij hen valt namelijk het meeste marktaandeel te halen
  27. Omschrijf de marktuitdager
    een organisatie die meestal tweede of derde is in de markt en de marktleider of andere organisaties aanvalt
  28. Hoe kan de marktuitdager de marktleider aanvallen?
    kijken naar welke eigen punten sterker zijn dan die van de marktleider en die inzetten bij de aanval
  29. Hoe opereert de marktvolger?
    volgt het beleid van de marktleider
  30. Wat is een marktnisser?
    richt zich op een zeer specifiek segment in de markt en speelt nauwkeurig in op de afnemers wensen.
  31. Richt een marktnisser zich altijd op maar 1 segment
    nee, kunnen er ook meer zijn
  32. Noem de drie strategieën van Porter
    • kostenleiderstrategie
    • differentiatiestrategie
    • focusstrategie
  33. Hoe noemen we de Porter strategie waarbij het fout gaat?
    • middle of the road strategie
    • stuck in the middle strategie
  34. Wat is middle-of-the-road strategie of stuck-in-the-middle strategie?
    Men maakt geen keuze tussen kostenstrategie, differentiatiestrategie en focusstrategie, maar doet van alles wat
  35. Omschrijf kostenleiderstrategie
    men creëert een kostenvoordeel ten opzichte van de concurrentie
  36. Hoe noemen we het als men dmv de kosten veel lager te houden dan de concurrentie een groter marktaandeel probeert te veroveren?
    kostenleiderstrategie
  37. Omschrijf de differentiatiestrategie
    men biedt een, binnen de markt, uniek pakket producten aan
  38. Hoe noemen we de strategie waarbij men met een uniek assortiment een groter marktaandeel wil verkrijgen?
    differentiatiestrategie
  39. Wat is de focusstrategie?
    men focust zich op 1 segment van de markt
  40. Hoe noemen we de strategie waarbij men zich op 1 onderdeel van de markt richt?
    focusstrategie
  41. Hoe kan de strategie van Porter misgaan?
    men maakt geen duidelijke keuze tussen kostenleiderstrategie, focusstrategie en differentiatiestrategie
  42. Noem de 4 strategieën vanuit de bedrijfskolom
    • integratie
    • differentiatie
    • specialisatie
    • parallellisatie
  43. Omschrijf integratie
    strategie waarbij men een volgende of voorgaande schakel in de bedrijfskolom uitschakelt door de werkzaamheden zelf uit te voeren.
  44. Welke twee soorten integratie kennen we?
    voorwaartse en achterwaartse integratie
  45. Wat is differentiatie in de bedrijfskolom?
    Men voegt een schakel aan de bedrijfskolom toe, meestal gaat men bepaalde werkzaamheden (zoals distribueren) uitbesteden.
  46. Wat is specialisatie?
    Men stoot andere productgroepen af en richt zich nog maar op 1 (of enkele) productgroepen
  47. Wat is parallellisatie?
    Men betrekt een nieuwe productgroep die niet binnen de bedrijfskolom valt in het assortiment, ook wel branche vervaging genoemd
  48. Hoe noemt men parallellisatie ook wel?
    branche vervaging
  49. Wat is een vorm van branche vervaging?
    parallellisatie
  50. Op welke manier is e-business een strategie?
    als men het hele karakter van een bedrijf omgooit naar e-business is het een strategie
  51. Noem de 8 punten van het marketingplan
    • situatieanalyse
    • prognose
    • probleemstelling
    • doelstelling
    • strategie
    • tactiek
    • controle
    • bijsturing
  52. Wat is de basis van het marketingplan?
    de strategische planning
  53. Over welke tijdspanne verloopt het marketingplan meestal?
    een jaar
  54. Wat is de situatieanalyse?
    een beschrijving en analyse van de interne en externe situatie
  55. Welke factoren bestuderen we bij de situatieanalyse?
    • markt
    • concurrentie
    • doelgroep
    • distributiestructuur
    • eigen beleid
    • externe factoren
  56. Wat is een belangrijk hulpmiddel bij het stellen van prognoses in het marketingplan?
    in de situatieanalyse verzamelde gegevens en cijfers
  57. Noem een voorbeeld van een prognose
    de vraag naar ons product zal door de vergrijzing toenemen
  58. Vloeit er altijd een probleem voort uit de prognose van het marketingplan?
    Nee, maar dan vormt zich wel een probleem binnen de doelstelling
  59. Waaruit leiden we de doelstellingen binnen het marketingplan?
    Uit het strategische (marketing)plan
  60. Welke twee doelstellingen onderscheiden we binnen het marketingplan?
    • marketingdoelstellingen
    • instrumentdoelstellingen
  61. Wat bepalen we in de strategie fase van het marketingplan?
    de te benaderen segmenten in de markt
  62. Hoe noemen we het bepalen van de te benaderen segmenten in de markt?
    segmentstrategie
  63. Hoe noemen we het als men zich richt op 1 segment binnen een grotere markt?
    geconcentreerde segmentatie
  64. Wat is geconcentreerde segmentatie?
    men concentreert zich op 1 segment uit een grotere markt
  65. Hoe noemt men het, als men de markt opdeelt in meerdere segmenten en elk segment afzonderlijk benadert?
    gedifferentieerde segmentatie
  66. Wat is gedifferentieerde segmentatie?
    men deelt de markt in in verschillende segmenten en benadert elk segment afzonderlijk
  67. Wat doet men in de tactiek fase van het marketingplan?
    per instrument geeft men aan wat er moet gebeuren om de doelstellingen te realiseren
  68. Hoe noemen we de fase in het marketingplan waarin men de rollen van de marketinginstrumenten bepaalt?
    tactiek fase
  69. Geef de definitie van marketingtactiek
    Een op de korte termijn gerichte actie, die gericht is op het bereiken van korte termijndoelen voor een marketinginstrument of -functie
  70. Wat valt er onder de controle in het marketingplan?
    • de confrontatie van de resultaten met de doelstellingen
    • de confrontatie van de werkelijke kosten met de gebudgetteerde kosten
  71. Wat doen we in de bijsturingsfase van het marketingplan?
    • kijken hoe we het volgende plan beter kunnen doen
    • de huidige planning evt aanpassen
  72. Wat is de marketing-audit?
    een uitgebreide controle van het gehele marketinggebeuren
  73. Geef de definitie van marketing-audit
    Een uitgebreide, systematische, bij voorkeur onafhankelijke en periodiek terugkerende, grondige doorlichting en evaluatie van de marketingfunctie en -activiteiten van een organisatie
  74. Noem de twee doelstellingen van de marketing-audit
    • evaluatie van de wijze waarop een organisatie de marketingconceptie hanteert
    • evaluatie van de kennis die een organisatie van de omgeving heeft, en een envaluatie van de analyse die de organisatie van de omgeving heeft gemaakt
  75. Welke zes stappen neemt men bij het uitvoeren van de marketing-audit?
    • bepalen organisatiestrategie en doelstellingen
    • opstellen normatieve marketingdoelstellingen
    • nagaan wat de huidige doelstellingen zijn
    • vergelijken huidige en normatieve doelstellingen
    • ontwikkelen beoordelingscriteria
    • evalueren van het bedrijf en formuleren van aanbevelingen
  76. Op welke criteria wordt een organisatie in de marketing-audit o.a. beoordeeld?
    • omzet per winkel
    • aantal ingeschakelde detaillisten
    • omzet per vertegenwoordiger
    • aantal nieuw geïntroduceerde producten
    • reclamebudgetten
    • winst
  77. Welke evaluatiecriteria hanteert men bij de marketing-audit?
    • omzet/afzet
    • relatieve omzet/afzet
    • marketingkosten
    • contributiemarge
    • nettowinst
    • ROI
  78. Hoe vaak dient men planningen te evalueren?
    lange termijn jaarlijks, hoe korter de planning, hoe vaker de evaluatie, operationeel soms dagelijks
  79. Wat is benchmarking?
    het systematisch vergelijken van de eigen resultaten met de resultaten van andere ondernemingen
  80. Hoe noemt men het systematisch vergelijken van de eigen resultaten met de resultaten van de concurrentie?
    benchmarking
  81. Wat is een ander woord voor benchmarking?
    intelligent afkijken
  82. Wat is een ander woord voor intelligent afkijken?
    benchmarking

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview