2th H1. De Gouden Eeuw

Card Set Information

Author:
dke
ID:
282148
Filename:
2th H1. De Gouden Eeuw
Updated:
2014-09-05 06:41:26
Tags:
geschiedenis goudeneeuw VOC
Folders:

Description:
2th Begrippenlijst H1. De Gouden Eeuw
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user dke on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Jan Adriaanszoon Leeghwater
    waterbouwkundige. Onder zijn leiding werd in 1612 de Beemster met molens drooggemalen
  2. Maurits van Oranje
    zoon van Willem van Oranje. Hij werd stadhouder in 1586
  3. Rembrandt van Rijn
    Beroemdste schilder uit de Gouden Eeuw
  4. Hugo de Groot
    Geleerde en bestuurder uit de Gouden Eeuw
  5. Willem Janszoon Blaeu
    Nederlandse kaarten- en atlasmaker uit de Gouden Eeuw
  6. Van Oldenbarnevelt
    Bestuurder uit de Gouden Eeuw. Hij werd na een ruzie met stadhouder Maurits onthoofd.
  7. Spinoza
    Nederlands filosoof uit de Gouden Eeuw
  8. Gouden Eeuw
    Naam voor de periode tussen 1600 en 1700 waarin het economische heel goed ging met Nederland
  9. handelskapitalisme
    geld investeren in de handel met het doel meer winst te maken
  10. Verenigde Oostindische Compagnie (VOC)
    samenwerking van verschillende handelsverenigingen, werd opgericht in 1602
  11. monopolie
    alleenrecht op bijvoorbeeld de handel in specerijen in een gebied
  12. West-Indische Compagnie (WIC)
    handelsvereniging voor de handel met Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied
  13. handelskolonie
    kolonie die voornamelijk bedoeld is voor het goed verlopen van de handel. Een handelskolonie is meestal klein.
  14. vestigingskolonie
    kolonie waar mensen naar toe gaan om een nieuw bestaan op te bouwen. Vestigingskolonies zijn vaak groot.
  15. stapelmarkt
    plaats waar handelswaar wordt opgeslagen om vanaf daar verder verhandeld te worden.
  16. gewesten
    zelfstandige delen van het land, beetje vergelijkbaar met de huidige provincies
  17. Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
    naam die Nederland in 1588 kreeg tijdens de strijd tegen Spanje. De naam wordt vaak afgekort tot Republiek.
  18. gewestelijke staten
    bestuur van een gewest in de Gouden Eeuw
  19. Staten-Generaal
    vroeger: vergadering van de afgevaardigden van de gewestelijke staten
  20. stadhouder
    legeraanvoerder en machtig politicus in de tijd van de Republiek, behorend tot de Oranjes
  21. regenten
    bestuurders - afkomstig uit rijke burgerij - in de Gouden Eeuw
  22. armenzorg
    zorg voor armen, vroeger meestal via liefdadigheidsinstellingen
  23. Staten-Generaal
    nu: de vergadering van de Eerste en Tweede Kamer samen
  24. Prinsjesdag
    de derde dinsdag in september. Op deze dag maakt de regering de plannen voor het komend jaar bekend.
  25. troonrede
    toespraak van de koning op Prinsjesdag
  26. Eerste en Tweede Kamer
    Staten-Generaal; volksvertegenwoordiging; parlement
  27. ministers
    leden van de regering
  28. aandeel
    een aandeel is een bewijs dat je voor een deel mede-eigenaar bent van een bedrijf. Als het goed gaat met het bedrijf, wordt je aandeel meer geld waard en ben je dus rijker
  29. compagnie├źn
    handelsmaatschappijen
  30. concurrent
    mensen of bedrijven die beter dan de ander willen zijn
  31. genre
    kunststijl
  32. republiek
    land dat niet door een koning of keizer bestuurd wordt
  33. specerij
    een kruid dat groeit in de tropen
  34. specialisatie
    boeren of ambachtslieden die zich concentreren op het verbouwen of het maken van 1 gewas of 1 product
  35. stilleven
    een schilderij waarop geen levende wezens staan
  36. tolerant
    respecteren van andere personen, een andere cultuur of een ander geloof
  37. tuchthuis
    gevangenis waarin de gevangenen aan het werd werden gezet
  38. winst
    winst is wat je overhoudt bij verkoop, dus de opbrengst min de kosten

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview