2BK De Gouden Eeuw

Card Set Information

Author:
dke
ID:
283102
Filename:
2BK De Gouden Eeuw
Updated:
2014-09-15 02:33:11
Tags:
geschiedenis goudeneeuw
Folders:

Description:
begrippenlijst 2BK H1 De Gouden Eeuw
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user dke on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Jan Adriaanszoon Leeghwater
    onder zijn leiding wordt in 1612 de Beemster met molens drooggemalen.

  2. Maurits van Oranje
    zoon van Willem van Oranje. Hij wordt stadhouder in 1586.

  3. Rembrandt van Rijn
    beroemdste schilder uit de Gouden Eeuw

  4. VOC
    Verenigde Oostindische Compagnie: handelsvereniging voor de handel met Indië

  5. Gouden Eeuw
    naam voor de periode tussen 1600 en 1700 waarin het economisch heel goed gaat met Nederland
  6. West Indische Compagnie
    handelsverenging voor de handel met Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied

  7. Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
    Naam van Nederland vanaf 1588

  8. gewesten
    zelfstandige delen van het land
  9. staten
    bestuur van een gewest in de Gouden Eeuw
  10. Staten-Generaal (vroeger)
    vergadering van alle staten van de gewesten samen
  11. stadhouder
    legeraanvoerder in de tijd van de Republiek
  12. regenten
    bestuurders in de Gouden Eeuw
  13. armenzorg
    liefdadigheidsinstelling
  14. Staten-Generaal (nu)
    de vergadering van de Eerste en de Tweede Kamer samen
  15. Prinsjesdag
    de derde dinsdag in September. Op deze dag maakt de regering de plannen voor het komende jaar bekend.



  16. troonrede
    toespraak van de koning op Prinsjesdag

  17. Eerste en Tweede Kamer
    de Staten-Generaal. In de Eerste en de Tweede Kamer worden besluiten genomen over wetten.
  18. ministers
    leden van de regering
  19. polder
    een stuk land dat vroeger water was
  20. republiek
    een land dat niet door een koning of een keizer bestuurd wordt.
  21. specerij
    een kruid dat groeit in de tropen
  22. verlies
    verlies is het geld dat je kwijt raakt, dus als de kosten hoger zijn dan de opbrengst
  23. winst
    winst is het geld dat je overhoudt, dus de opbrengst min de kosten

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview