frans derde jaar

Card Set Information

Author:
celine
ID:
292833
Filename:
frans derde jaar
Updated:
2015-01-12 14:40:33
Tags:
frans
Folders:
frans
Description:
frans
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user celine on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. ontslaan
    licencier
  2. aannemen, aanvaarden
    • embaucher
    • recruter
  3. uitgaven
    des dépenses
  4. inkomsten
    des revenus
  5. verhogen
    augmenter
  6. verlagen
    • baisser
    • diminuer
  7. in recessie
    en récession
  8. in groei
    • en hausse
    • en croissance
  9. de verliezen
    les pertes
  10. de winsten
    les bénéfices
  11. bereiken
    atteindre
  12. ontbreken
    manquer
  13. zijn doel niet bereiken
    manquer son but
  14. een landelijke plaats
    un site rural
  15. een stedelijke plaats
    • un site urbain
    • un site citadin
  16. de aankopen
    les achats
  17. de verkopen
    les ventes
  18. schuldig
    coupable
  19. onschuldig
    innocente
  20. een nabije toekomst
    un proche avenir
  21. een verre toekomst
    un lointain avenir
  22. hierbij aangesloten
    in bijlage
    • ci-joint
    • ci-annexé
    • ci-inclus
  23. dat interesseert me heel erg
    il me passionne
  24. intomen, bedwingen
    retenir
  25. de stroming
    le courant
  26. hooghartig, hoogmoedig
    orgueilleux (-se)
  27. de dag van vandaag
    de nos jours
  28. Geen dank.
    • Je vous en prie.
    • Il n'y a pas de quoi.
    • De rien.
  29. Blijf aan de lijn.
    • Restez en ligne.
    • Ne raccrochez pas.
    • Ne quittez pas.
  30. de dood
    la mort
  31. het universum
    l'univers
  32. financieel
    financier
  33. het milieu
    l'environnement
  34. dodelijk
    mortel
  35. universeel
    universel
  36. milieu (adj)
    environnemental
  37. verliezen
    perdre
  38. het verlies
    la perte
  39. investeren
    investir
  40. de investering
    l'investissement
  41. falen, mislukken
    échouer
  42. de fout
    l'échec
  43. groeien
    croître
  44. begrenzen, limiteren
    limiter
  45. de grens, de limiet
    la limite
  46. de stroom
    le flux
  47. geld
    l'argent
  48. goederen
    des biens
  49. diensten
    des service
  50. de mankracht
    la main d'oeuvre
  51. de productie
    la production
  52. de consumptie
    la consommation
  53. de import
    l'importation
  54. de export
    l'exportation
  55. de economische groei
    la croissance économique
  56. de productiviteit
    la productivité
  57. de munt
    la monnaie
  58. de betalingsbalans
    la balance des paiements
  59. het bruto nationaal product
    le produit national brut
  60. hoog
    élevé
  61. voorbijgestreefd
    dépassé
  62. de producten
    les produits
  63. de behoeften
    les besoins
  64. het concurrentievermogen
    la compétitivité
  65. een daling
    une baisse
  66. winstmarges
    des marges bénéficiaires
  67. de faillissementen
    les faillites (f)
  68. de uitgave
    la dépense
  69. de werknemers
    les employés
  70. het werk
    • l'emploi
    • le travail
  71. een begrotinstekort
    un déficit budgétaire
  72. de stijging
    l'augmentation
  73. de vraag
    la demande
  74. de productiekosten
    les coûts de production
  75. dalen
    baisser
  76. te wijten aan
    • dû à
    • due à (f)
  77. de koopkracht
    le pouvoir d'achat
  78. de lonen
    les salaires
  79. vaste activa
    actifs immobilisés
  80. immateriële vaste activa
    immobilisations incorporelles
  81. materiële vaste activa
    immobilisations corporelles
  82. vlottende activa
    actifs circulant
  83. vorderingen om meer dan een jaar
    créances à plus d'un an
  84. voorraad
    stocks
  85. handelsdebiteuren (op minder dan 1 jaar)
    créances commerciales à moins d'un an
  86. eigen vermogen
    capitaux propres
  87. kapitaal
    capital
  88. voorzieningen en risico's
    provisions pour risques et charges
  89. schulden
    dettes
  90. momentopname
    la photographie
  91. het boekjaar
    l'exercice
  92. het actief
    l'actif
  93. de bestemming
    la destination
  94. het passief
    le passif
  95. de oorsprong
    l'origine
  96. identiek
    identique
  97. patent
    le brevet
  98. termijn
    terme
  99. de corderingen
    les créances
  100. de handelsbalans
    la balance commerciale
  101. de betalingsbalans
    la balance de paiements
  102. het faillissement aanvragen
    déposer son/le bilan
  103. de faillissementsaanvraag
    le dépôt de/du bilan
  104. de geconsolideerde balans
    le bilan consolidé
  105. de jaarbalans
    le bilan de fin d'année
  106. de balans aan het einde van het boekjaar
    le bilan en fin d'exercice
  107. de balans opmaken
    • faire le bilan
    • dresser le bilan
  108. een argument dat in ons voordeel spreekt, dat de balans in ons voordeel laat doorbewegen
    faire pencher la balance à notre avantage
  109. iets afwegen en vergelijken
    mettre en balance
  110. weegschaal voor dieren
    la bascule
  111. weegschaal voor de keuken
    la balance
  112. de weegschaal voor personen
    le pèse-personne
  113. het boekjaar
    • l'exercice
    • l'année comptable
  114. boekhouden
    • tenir la comptabilité
    • tenir les livres
  115. de dubbele boekhouding
    la comptabilité en partie double
  116. failliet gaan
    faire faillite
  117. de jaarrekening
    les comptes annuels
  118. een mening (mond)
    een bericht (schrift)
    un avis
  119. enzo...
    • des choses pareilles
    • de telles choses
  120. de gezondheid
    la santé
  121. gezond
    sain
  122. 's morgens
    • le matin
    • dans la matinée
  123. brandstof
    le carburant
  124. in de buurt
    dans les environs
  125. ongeveer
    environ
  126. geen buren
    pas de voisins
  127. aangeboren
    inné
  128. auto's die veel verbruiken
    les grosses voitures
  129. de belasting op de inkomsten
    l'impôt sur le revenu
  130. de personenbelasting
    l'impôt des personnes physiques
  131. de vennootschapsbelasting
    l'impôt des sociétés
  132. de berbruiksbelasting
    l'impôt sur la consommation
  133. de btw
    • la t.v.a.
    • la taxe sur la valeur ajoutée
  134. de douanerechten
    les droits de douane
  135. de accijnzen
    les accises
  136. de vermogensbelasting
    l'impôt sur le capital
  137. de successierecten
    les droits de succesion
  138. schenkingsrechten
    les droits de donation
  139. registratierechten
    les droits d'enregistrement
  140. de rijkentaks
    • l'impôt de solidarité sur la fortune
    • ISF
  141. netto
    net
  142. verschuldigd zijn
    être redevable
  143. per schijf
    par tranche
  144. een gift
    un don
  145. kleine en middelgrote onderneming
    • petite et moyenne entreprise
    • PME
  146. de prijs zonder belastingen
    • le pris hors taxes
    • le pris H.T.
  147. de prijs zonder btw
    • le prix hors T.V.A.
    • le prix H.T.V.A.
  148. het btw gehalte
    le taux de T.V.A
  149. de prijs met alles belastingen inbegrepen
    • le prix toutes taxes comprises
    • le prix T.T.C.
  150. de prijs btw inbegrepen
    • le prix T.V.A. comprise
    • le prix T.V.A.C.
  151. fiscale raadgever
    conseiller fiscal
  152. de belastingsbrief
    la déclaration à l'impôt
  153. aftrekbaar
    déductible
  154. de (fiscale) fraude
    la fraude fiscale
  155. de belastingsvlucht
    l'évasion fiscale
  156. de grondbelasting
    l'impôt foncier
  157. de belastingsbetaler
    le contribuable
  158. controleren
    contrôler
  159. de fiscus
    le fisc
  160. de bijdragen
    les contributions
  161. vrijgesteld
    dispensé
  162. de fiscale kosten
    les charges fiscales
  163. een schijf
    une tranche
  164. de toeristentaks
    la taxe de séjour
  165. de belastingsdruk
    la pression fiscale
  166. de verzwaring
    l'alourdissement
  167. de vermindering
    l'allègement
  168. professionele kosten
    les frais professionnels
  169. de huwelijksquotient
    le quotient conjugal
  170. de aanslagvoet
    le taux d'imposition
  171. het belastbaar inkomen
    le revenu imposable
  172. de belasting Staat
    l'impôt Etat
  173. belastingsvrije sommen
    les quotités (f) exemptées (d'impôt)
  174. om te slane belasting
    l'impôt (m) à répartir
  175. de verminderde basisbelasting
    l'impôt de base réduit
  176. verlichten
    alléger
  177. de verlichting
    l'allègement (m)
  178. verzwaren
    alourdir (comme finir)
  179. de verzwaring
    l'alourdissement (m)
  180. aflossen, afschrijven
    amortir
  181. de afschrijving
    l'amortissement (m)
  182. berekenen
    calculer
  183. de berekening
    le calcul
  184. bijdragen
    contribuer
  185. de bijdrage
    la contibution
  186. uitgeven
    dépenser
  187. de uitgave
    la dépense
  188. belastingen heffen
    imposer
  189. de belasting
    l'impôt (m)
  190. innen
    • encaisser
    • recouvrer
  191. de inning
    • le recouvrement
    • l'encaissement (m)
  192. terugbetalen
    rembourser
  193. de terugbetaling
    le remboursement
  194. te danken hebben aan
    dankbaar zijn voor
    être redevable de
  195. wijngaarden
    les vignobles
  196. een zakenman
    un homme d'affaire
  197. het Russische staatsburgerschap
    la citoyenneté russe
  198. de franse bodem
    le sol français
  199. zijn franse gelijke
    son homologue français
  200. 1 soort belastingen
    un taux unique
  201. duidelijk
    nettement
  202. hij wou wonen
    ik comptait vivre
  203. het platte land
    la campagne
  204. een grote stad
    une mégapole
  205. de meerwaardetaks = belasting die je betaalt als je winst maakt op het verkopen van aandelen
    l'impôt sur les plus-values
  206. de stand van zaken in belgie
    la donne pour la Belgique
  207. netwerk van notarissen
    le réseau notarial
  208. de belastingsaangifte
    la déclaration d'impôt
  209. een vergetelheid
    un oubli
  210. onberispelijk
    irréprochable
  211. Frankrijk = de 6-hoek
    l'Hexagone
  212. onderworpen aan
    assujetti à
  213. geld dan een artiest verdiend
    les cachets
  214. investering
    un placement
  215. verspreid
    dispersé
  216. aangeven
    déclarer
  217. buitenlands bedrijf
    une société étrangère
  218. aandeel
    un part
  219. vastgoed
    des biens immobiliers
  220. een viswinkel
    une poissonnerie
  221. het barema van kracht
    le barème en vigueur
  222. beweren
    schatten
    estimer
  223. meer
    davantage
  224. ontketening
    uitbarsting
    déchaînement
  225. bij voorbaat
    par anticipation
  226. de zoekmachine
    le moteur de cherche
  227. van ... tot ...
    du ... au ...
  228. betwisten
    controverser
  229. afstaan, geven
    ceder
  230. aanvoeren
    alléguer
  231. @
    arrobas(e)
  232. de startpagina
    la page d'accueil
  233. de link
    le lien
  234. het downloaden
    le téléchargement
  235. een emoticon
    • un émoticon
    • une émoticône
  236. met recht
    à just titre
  237. met de post verzenden
    adresser par la poste
  238. met verlies verkopen
    vendre à perte
  239. met de hand ondertekenen
    signer de la main
  240. met 10% verhogen
    majorer de 10%
  241. zich met een kleine winst tevreden stellen
    se contenter d'un petit bénéfice
  242. zich met de verzending bezig houden
    s'occuper de l'expédition
  243. sluiten met een tekort
    se solder par un déficit
  244. in strijd met de statuten
    contraire aux statuts
  245. rekening houden met de toestand
    tenir compte de la situation
  246. met grote onkosten
    à grands frais
  247. met weinig
    à peu de
  248. zich met de verzekering belasten
    se charger de l'assurance
  249. op de foto/afbeelding
    sur la photo/l'image
  250. op de eerste bladzijde
    à la première page
  251. op bladzijde 2 van de catalogus
    à la page deux du catalogue
  252. op die datum
    à cette date
  253. op de vervaldag betalen
    payer à l'échéance
  254. betaalbaar op 16 juni
    payable le 16 juin
  255. betaalbaar binnen de 30 dagen
    payable à 30 jours
  256. op dat ogenblik (dan)
    à ce moment
  257. op dit ogenblik (nu)
    en ce moment
  258. op die manier
    de cette façon
  259. op krediet kopen
    acheter à crédit
  260. op uw risico
    à vos risques et périls
  261. een gevaar
    un péril
  262. op aanbevelen van
    à la recommandation de
  263. zich op een tijdschrift abonneren
    s'abonner à une revue
  264. beroep doen op uw welwillendheid
    faire appel à la bienveillance
  265. het verlies op ... € schatten
    évaluer la perte à ... €
  266. op verzoek van
    à la demande de
  267. op een brief antwoorden
    répondre à une lettre
  268. naar Antwerpen gaan
    aller à Anvers
  269. naar mijn mening
    • à mon avis
    • selon moi
    • d'après moi
  270. naar alle waarschijnlijkheid
    • selon toute apparence
    • solon toute vraisemblance
  271. naar keuze
    au choix
  272. naar uw zin
    à votre goût
  273. naar ik meen
    à ce que je crois
  274. naar ik zoeven vernomen heb
    • à ce que je viens d'apprendre
    • à ce qu'on dit
  275. verwijzen naar een brief
    se référer à une lettre
  276. het ligt bij de Frans-Duitse grens
    • c'est près de la frontière franco-allemande
    • c'est à la frontière franco-allemande
  277. bij iemand inlichtingen inwinnen
    se renseigner auprès de qqn
  278. bij voorkeur
    de préférence
  279. vooraf te betalen
    à payer d'avance
  280. bij opbod verkopen
    vendre aux enchères
  281. bij afwezigheid
    en cas d'absence
  282. bij volmacht
    par procuration
  283. bij gelegenheid
    à l'occasion de
  284. bij toeval
    par hasard
  285. zoals we pas gezegd hebben
    comme nous venons de le dire
  286. ik heb er nooit van gehoord
    je n'en ei jamais entendu parler
  287. al meer dan 5 jaar
    déjà depuis plus de 5 ans
  288. na lang wachten
    après avoir attendu longtemps
  289. ik ben benieuwd of
    je suis curieux de savoir si
  290. het is de vraag of
    la question est de savoir si
  291. dat is onmogelijk gebleken
    cela s'est trouvé d'être impossible
  292. zijn best doen om
    faire de son mieux pour
  293. de haven binnenvaren
    entrer dans le port
  294. prijs noch kwaliteit bevallen mij
    ni le prix, ni la qualité ne me plaisent
  295. door tussenkomst van
    par l'entremise de
  296. als ik u was,
    si j'étais de vous
  297. het bedrag van de natuur is 900 euro
    le montant de la facture es de 900 euros
  298. op aanbevelen van
    à la recommandation de
  299. op proef
    à l'essai
  300. tot grote verbazing van
    à la grande surprise de
  301. allen die aanwezig waren
    tous ceux que étaient présents
  302. toelating vragen om
    demander la permission de
  303. het moet!
    il le faut!
  304. ieder ogenblik
    • à tout instant
    • à chaque instant
  305. 50 miljoen euro
    50 milions d'euros
  306. 60 000 liter stookolie
    60 000 litres du pétrole
  307. Hij moet naar Brussel
    Il doit aller à Bruxelles
  308. een product lanceren, promoten
    promouvoir, lancer un produit
  309. bevorderd worden
    être promu
  310. carriere maken
    faire carrière
  311. duurzaam ondernemen
    entreprendre durablement
  312. het duurzaam ondernemen
    l'entrepreneuriat durable
  313. eerlijk, rechtvaardig
    équitable
  314. leefbaar
    vivable
  315. uitvoerbaar
    viable
  316. het waspoeder
    le poudre à l'essever
  317. een nadeel, tegenslag
    un sinistre
  318. kleren (fam)
    des fringues
  319. overstromen
    inonder
  320. een overstroming
    une inondation
  321. een inventaris, overzicht
    un inventaire
  322. een verzekeraar
    un assureur
  323. seks hebben
    pompen
    niquer
  324. oplichten
    arnaquer
  325. een weersverschijnsel, onweer
    un intempérie
  326. op slag dood zijn
    être mort sur le coup
  327. schadeloos stellen
    indemniser
  328. de burgerlijke aansprakelijkheid
    l'assurance responsabilité civile
  329. de levensverzekering
    l'assurance vie
  330. de brandverzekering
    l'assurance incendie
  331. ongevallenverzekering
    l'assurance accidents
  332. omniumverzekering
    l'assurance tous risques
  333. reisverzekering
    l'assurance voyage
  334. transportverzekering
    l'assurance transport
  335. de herverzekering
    la réassurance
  336. de arbeidsongeschiktheid
    l'incapacité de travail
  337. de dekking van alle risico's
    la couverture de tous les risques
  338. de rechtsbijstand
    l'assistance juridique
  339. het verzekerbaar risico
    le risque assurable
  340. een geval van overmacht
    un cas de force majeure
  341. waterschade
    les dégâts des eaux
  342. Kijk na of uw verzekeringscontract nog steeds geldig is.
    Contrôlez si votre contrat d'assurances est toujours valable.
  343. Kijk na of u op de vervaldag de premie gestort hebt aan de verzekeringsmaatschappij
    Contrôlez si vous avez payé la prime à la compagnie d'assurances à l'échéance.
  344. Bewaar de polis zorgvuldig
    Gardez soigneusement la police.
  345. Zorg dat u steeds een ongevallenformulier bij hebt.
    Ayez toujours un constat d'accident.
  346. Bij een schadegeval
    En cas de sinistre
  347. vul het aanrijdingsformulier in
    complétez le constat d'accident
  348. noteer zorgvuldig de maatschappij van de tegenpartij en de naam en het adres van de getuigen
    notez soigneusement le nom de la compagnie d'assurances du tiers et le nog et l'adresse des témoins.
  349. Bij uw schadeloosstelling blijft een som ten uwen laste
    lors de votre indemnité un montant reste à votre charge
  350. het eigen risico
    la franchise
  351. de verzekerde
    l'assuré
  352. de risico's
    les risques
  353. premies
    les primes
  354. bijdragen
    les cotisations
  355. de jaarlijkse vervaldag
    l'échéance
  356. de verzekeraar
    l'assureur
  357. schadegeval
    un sinistre
  358. een vergoeding
    une indemnité
  359. partijen
    des parties
  360. de polis
    la police
  361. clausules
    des clauses
  362. eigen risico
    la franchise
  363. terugbetaald
    remboursé
  364. verzekeringsmaatschappij
    la compagnie d'assurance
  365. de verkoopwaarde/handelswaarde
    la valeur marchande
  366. opzeggen
    résilier
  367. aangetekende brief
    une lettre recommandée
  368. een verzekeringsagent
    un agent d'assurances
  369. een verzekeringsmakelaar
    un courtier
  370. herzien
    réviser
  371. het verzekerde bedrag aanpassen
    adapter le montant assuré
  372. een aangifte gedaan bij de verzekering
    fait une déclaration à la compagnie d'assurance
  373. voorziene termijn
    délai prévu
  374. expertiserapport
    le rapport d'expertise
  375. getaxeerd, geschat
    taxé, évalué
  376. solliciteren
    • postuler
    • solliciter
  377. aannemen
    • embaucher
    • engager
    • recruter
  378. ontslaan
    • licencier
    • renvoyer
  379. ontslag nemen
    • démissionner
    • quitter son poste
  380. en kandidaat
    • un candidat
    • un postulant
  381. een job
    • un emploi
    • un job
  382. een sollicitatiegesprek
    • un entretien d'embauche
    • une interview de sélection
  383. het ontslag
    • le renvoi
    • la démission
  384. Ik ben aan het solliciteren.
    • Je suis en train de postuler.
    • Je suis en train de solliciter un emploi.
  385. verschillende kandidaten hebben naar die betrekking gesolliciteerd.
    • Plusieurs candidats ont postulé cet emploi.
    • Plusieurs candidats ont sollicité cet emploi.
    • Plusieurs candidats ont posé leur candidature à cet emploi.
  386. voorafgaand
    préalable
  387. werkzoekende
    demandeur d'emploi
  388. zich inschrijven
    s'inscrire
  389. gedomicilieerd
    domcilié
  390. vdab van wallonie
    forem
  391. vdab van brussel
    actiris
  392. Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding
    VDAB
  393. beginnen
    entamer
  394. verlengen
    prolonger
  395. vervullen
    accomplir
  396. een stap, een poging
    un démarche
  397. onthullen
    dévoiler
  398. overeenkomst
    un concordance
  399. de eisen
    les exigences
  400. uw belangstelling
    votre intérêt
  401. kennis
    connaissance
  402. aanleg
    aptitude
  403. aanzetten
    inciter
  404. u uitnodigen voor een functioneringsgesprek
    vous convier à un entretien d'embauche
  405. verwerven
    acquiser
  406. aanslag
    frappe
  407. onberispelijk
    • impeccable
    • irréprochable
  408. vlot
    courant
  409. middelmatig
    moyen
  410. noties
    notions
  411. een afdeling
    une filière
  412. BME
    entrereneuriat
  413. eindwerk
    travail de fin d'études
  414. beslissend
    décisive
  415. ontspannen
    détendu
  416. een ontspannen indruk
    paraissez décontracté
  417. door op deze manier te handelen
    en agissant de la sorte
  418. diep
    profonds
  419. let erop, waak erover
    veillez à
  420. aan de rand
    au bord
  421. D-day
    le jour-j
  422. een verovering
    conquête
  423. een heuvel
    une colline
  424. vriendelijk, lief
    aimable
  425. ambitieus
    abitieux
  426. leergierig
    avide d'apprendre
  427. opvliegend
    colérique
  428. kritisch
    critique
  429. nieuwsgierig
    curieux
  430. cynisch
    cynique
  431. onderdagnig
    docile
  432. dominant
    dominant
  433. dynamisch
    dynamique
  434. enthousiast
    enthousiaste
  435. extravert
    • extraverti
    • extroverti
  436. vriendelijk
    gentil
  437. grof, onbeleefd
    grossier
  438. eerlijk
    honnête
  439. humoristisch
    humoriste
  440. schijnheilig
    hupocrite
  441. onzeker
    incertain
  442. zelfstandig
    indépendant
  443. onverschillig
    intéressé
  444. introvert
    introverti
  445. rechtvaardig
    juste
  446. minachtend
    méprisant
  447. nauwgezet, zorgvuldig
    minutieux
  448. bescheiden
    modeste
  449. slordig
    négligent
  450. zenuwachtig
    nerveux
  451. lui
    paresseux
  452. passief
    passif
  453. geduldig
    patient
  454. perfectionistisch
    perfectionniste
  455. doorzettend
    persévérant
  456. puntueel
    ponctuel
  457. precies, nauwkeurig
    ponctuel
  458. gevoelig
    sensible
  459. ernstig
    sérieux
  460. streng
    sévère
  461. sociaal
    sociable
  462. communicatief
    communicatif
  463. nauwkeurig, stipt
    strict
  464. ijverig, vlijtig
    studieux
  465. superieur, hooghartig
    supérieur
  466. sympthiek
    symphatique
  467. koppig
    têtu
  468. schuchter
    timide
  469. verdraagzaam
    tolérant
  470. Tijdens mijn stage heb ik een zekere beroepservaring opgedaan
    Mon stage m'a apporté une certaine expérience professionnelle.
  471. Voor heel wat jobs moet men vlot frans spreken.
    Pout beaucoup de jobs, il faut parler couramment le français.
  472. een goed voorkomen is vereist
    une bonne présence est requise/est nécessaire.
  473. een personeelschef verwacht dat je beschikbaar bent
    un chef du personnel s'attend à ce que tu sois disponible
  474. Ben je extravert of introvert?
    Es-tu extraverti ou plutôt introverti?
  475. Hij is sterk in informatica
    • Il est fort en informatique
    • Il est doué en informatique
  476. het is nodig dat je verantwoordelijkheidszin hebt
    il es nécessaire que tu aies le sens de responsabilité
  477. wij zijn op zoek naar iemand die zelfstandig kan werken
    nous cherchons quelqu'un qui soit travailler de façon indépendant.
  478. de hoofdzetel van een bedrijf
    le siège social d'une entreprise
  479. de toekomstmogelijkheden
    les perspectives d'avenir
  480. de verantwoordelijkheid dragen
    porter la responsabilité
  481. een beginsalaris
    un salaire de départ
  482. een belangrijke troef, pluspunt
    • un atout
    • un avantage
  483. een bijscholingscursus
    un cours de formation
  484. een leidinggevende functie
    une fonction dirigeance
  485. een proefperiode
    une période d'essai
  486. het advies
    le conseil
  487. het clienteel
    la clientèle
  488. een promotie krijgen
    obtenir une promotion
  489. promoveren
    être promu
  490. deeltijds
    à temps partiel
  491. halftijds
    à mi-temps
  492. voltijds
    à plein temps
  493. Ik ben bereid om op al die vragen te antwoorden.
    Je suis prêt(e) à répondre toutes ces questions.
  494. IK ben koppig en hou ervan individueel te werken.
    Je suis têtu(e) et j'aime travailler de façon individuelle.
  495. Ik heb problemen om gezag te aanvaarden.
    • J'ai des problèmes à accepter l'autorité.
    • J'ai du mal à accepter l'autorité.
  496. ik ben heel sociaal en heb veel doorzettingsvermogen
    je suis très sociable et je suis très persévérant
  497. ik hou van uitdagingen ben nauwkeurig
    j'aime les défis et je suis très minutieux/précis/ponctuel
  498. ik zoek een job die aansluit op mijn opleiding en ik wil carrière maken
    je cherche un job dans le prolongement de ma formation et je veux faire carrière
  499. tijdens mijn stage heb ik facturen geboekt, de aangifte opgesteld en het dagboek bijgehouden
    pendant mon stage, j'ai enregistré des factures, j'ai établi la déclaration d'impôts et j'ai tenu le journal
  500. mijn baas moet vertrouwen hebben in mij en zelf stipt zijn
    mon patron doit avoir confiance en moi et être ponctuel lui-même.
  501. hij moet zicht interesseren voor wat ik doe
    il doit s'intéresser à ce que je fait
  502. hoe zijn mijn toekomstmogelijkheden in die firma?
    quelles sont mes perspectives d'avenir dans cette firme?
  503. is die job leerrijk?
    Le job est-il instructif/enrichissant?
  504. de verloning
    la rémunération
  505. de locatie
    l'implantation
  506. niet levendig zijn
    manquer de vitalité
  507. slappe, klamme handen
    main moite, manque de force
  508. werksessie
    séance de travail
  509. hoofdzetel
    le siège social
  510. de moedermaatschappij
    une société-mère
  511. een dochteronderneming
    une filiale
  512. het filiaal
    la succursale
  513. de stichting
    la fondation
  514. bouw van een fabriek
    la construction d'une usine
  515. de modernisering
    la modernisation
  516. de fusie
    la fusion
  517. de opslorping
    l'absoption
  518. een jaarsalaris
    une salaire annuel
  519. een deelname in de winsten van het bedrijf
    un intéressement aux bénéfices
  520. fooi
    le pourboire
  521. een vast bedrag
    une fixe
  522. een commissie
    une commission
  523. een bedrijfswagen
    une voiture d'entreprise
  524. verplaatsingskosten
    frais de déplacement
  525. ancienniteitspremie
    la prime d'ancienneté
  526. nachtpremie
    la prime de nuit
  527. een loonfiche
    une fiche de paie
  528. een doel
    • un objectif
    • un but
  529. productiekosten verminderen
    diminuer les coûts de production
  530. termijnen respecteren
    respecter les délais
  531. de kwaliteit van de producten verbeteren
    améliorer la qualité des produits
  532. product ontwerpen
    créer un produit
  533. productieproces organiseren
    organiser le processus de production
  534. taakverdeling organiseren
    organiser la répartition des tâches
  535. kwaliteit controleren
    contrôler la qualité
  536. een familiebedrijf
    une entreprise familiale
  537. dankzij
    grâce à
  538. expert
    experte
  539. op het gebied van de aardappel sinds 4 generaties
    dans le domaine de la pomme de tere depuis quatre générations
  540. internationale groothandel
    négoce
  541. door over te nemen
    • en rachetant
    • en reprenant
  542. diepvriesfrieten
    des frites surgelées
  543. uitbreiden
    étendre
  544. een pensioen
    une retraite
  545. aandelen
    actions
  546. controleren
    contrôler
  547. sorteren
    trier
  548. schillen, pellen
    éplucher
  549. wassen
    laver
  550. snijden
    couper
  551. plancheren
    wit maken
    blanchir
  552. naar grote sorteren
    calibrer
  553. drogen
    sécher
  554. bakken
    cuire
  555. ontvetten
    dégraisser
  556. invriezen
    surgeler
  557. afkoelen
    refroidir
  558. verpakken
    • emballer
    • conditioner
  559. uitpakken
    déballer
  560. op paletten zetten
    palletiser
  561. van een ticket voorzien
    étiquer
  562. opslaan
    stocker
  563. koken
    boullir
  564. pellen (garnalen)
    décortir
  565. schotland
    Ecosse
  566. echt een enorme weg
    un véritable périple
  567. aanklagen
    dénoncer
  568. sociale schade
    dégâts sociaux
  569. lijken te zijn
    s'averer
  570. pluckbaar
    épluchable
  571. nadelen
    des inconvénients
  572. een zoom
    un ourlet
  573. weven
    tisser
  574. printen
    imprimer
  575. afwerking
    la finition
  576. rendabel
    rentable
  577. naaister
    couturière
  578. inwoners van madagascar
    malgaches
  579. nauwelijks
    à peine
  580. vierkante sjaal
    un carré
  581. een testmarkt
    un marché-test
  582. een marktonderzoek
    une enquête de marché
  583. een opiniepeiling
    un sondage
  584. naambekendheid
    l'image de marque
  585. verpakking
    • le conditionnement
    • l'emballage
    • l'empaquelage
  586. telefonische klantenwerving
    le démarchage téléphonique
  587. de mailing
    le publipostage
  588. PLV
    la publicité sur le lieu de vente
  589. door producten gratis te laten testen zonder aankoopverplichtingen
    en laissant tester gratuitement sans obligation d'achat
  590. door gratis staaltjes mee te geven
    en donnant gratuitement des échantillons
  591. door een klantenkaart aan te bieden
    en donnant un carte de fidélité
  592. een persconferentie
    une conférence de presse
  593. een bedrijfsbezoek
    une visite d'entreprise
  594. ik ben tevreden met de producten van uw concurrenten
    je suis content des produits de vos concurrents
  595. u maakt te weinig publiciteit
    vous faites trop peu de publicité
  596. ik heb geen tijd te verliezen
    je n'ai pas de temps à perdre
  597. komt u maar even langs
    vous pouvez passer
  598. ik wil mijn ontevredenheid uiten
    je veux exprimer mon mécontentement
  599. mijn aankopers hebben vernomen dat u aan onze concurrenten betere voorwaarden biedt
    mes responsables d'achat ont appris que vous offrez de meilleures conditions à nos concurrents
  600. in elk geval bent u duurder dan de concurrent
    en tous cas vous êtes plus cher que la concurrence
  601. ik koop niets meer: uw dienst na verkoop is ontoereikend
    je n'achète plus rien: votre service après-vente est insuffisant.
  602. u hebt maar aan uw baas een bijkomende korting te vragen
    vous ne devez que demander à votre chef une réduction supplémentaire
  603. de wisselmarkt
    le marché des changes
  604. de obligatiemarkt
    le marché obligatoire
  605. de grondstoffenmarkt
    le marché des matières premières
  606. een waardevermindering
    une dépréciation
  607. een afschrijving
    un amortissement
  608. een zelffinanciering
    un autofinancement
  609. een bedrijfskapitaal
    un fonds de roulement
  610. aanslag, heffing
    un prélèvement
  611. opwerken
    susciter
  612. ontsporen
    déraper
  613. stagnatie
    la stagnation
  614. korting op grote hoeveelheid
    une remise
  615. korting op contant
    un escompte
  616. korting door goeie relatie
    une ristourne
  617. een korting door schade of slechte kwaliteit
    un rabais
  618. patent, octrooi
    brevet
  619. overschrijving
    un virement postal
  620. een voorschrift
    une prescription
  621. een verricht van domiciliering
    un avis de domiciliation
  622. dichter bij huis gaan wonen
    ze rapprocher de son domicile
  623. de opzeggingstermijn
    le délai de préavis
  624. stellingen
    des échafaudages
  625. voorgesneden
    prétranché
  626. succesvol
    fructueuse
  627. verdere, ruimere
    plus amples
  628. is belast met het nazien van mijn mails
    est chargé de relever mon courrier
  629. we voorzien een uurtje
    on en a pour une petite heure
  630. er is iets tussengekomen
    j'ai un empêchement
  631. vervroegen
    avancer
  632. uitstellen
    retarder
  633. vragenorde
    tour de table

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview