scheikunde hoofdstuk 5

Card Set Information

Author:
Nick99
ID:
295508
Filename:
scheikunde hoofdstuk 5
Updated:
2015-02-10 15:10:01
Tags:
scheikunde hoofdstuk
Folders:

Description:
scheikunde hoofdstuk 5
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Nick99 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Waaruit zijn moleculen opgebouwd
    Uit atomen
  2. Welke krachten werken tussen moleculen
    Van der Waals-krachten of elektrische krachten
  3. Wanneer worden Van der Waals-krachten groter: moleculen verder uit elkaar of dichter bij elkaar
    Moleculen dichter bij elkaar
  4. Wat gebeurt met moleculen die in een regelmatig patroon worden gehouden
    Ze trillen een beetje
  5. Wat gebeurt er als moleculen harder gaan trillen
    De temperatuur van de stof stijgt
  6. Welke energie zorgt ervoor dat moleculen sneller gaan bewegen
    Kinetische energie (=bewegingsenergie)
  7. Wat is de formule van kinetische energie
    Ekin = ½ * m * v2
  8. Wat is verschil tussen temperatuur en warmte
    Temperatuur wordt door de snelheid van moleculen bepaald, warmte ook nog door de massa van alle moleculen samen. Denk aan verschil tussen speldenknop en pan met water
  9. Wat is de formule die aangeeft wat de arbeid is als een steen door zwaartekracht valt
    W = Fz * s . Als je aanpast: Fz = m * g en s = h dan wordt W = m * g * h (m=massa, g=zwaartekrachtversnelling en h=hoogte)
  10. Hoe heet de arbeid die de zwaartekracht kán verrichten
    Potentiële energie (soms zwaarte-energie)
  11. Hoe hoger een steen wordt gehouden ….
    …. hoe groter de potentiële energie van die steen is
  12. Als je warmte aan een stof toevoert …
    … dan gaan de moleculen sneller bewegen en stijgt de temperatuur
  13. Hoe wordt de som van de kinetische energie en potentiele energie genoemd
    Inwendige energie
  14. Wat is smeltwarmte
    De hoeveelheid warmte om 1 kg van een stof (bij het smeltpunt) te laten smelten. Symbool ws (J/kg)
  15. Wat is verdampingswarmte
    De hoeveelheid warmte om 1 kg van een stof (bij het kookpunt) te laten verdampen. Symbool wv (J/kg)
  16. Waaraan is condensatiepunt gelijk
    Is gelijk aan kookpunt
  17. Waaraan is stolpunt gelijk
    Is gelijk aan smeltpunt
  18. Wat is condensatiewarmte
    De hoeveelheid warmte die vrijkomt als je 1 kg van een stof (bij het kookpunt) laat condeseren. Symbool wc (J/kg)
  19. Wat is stollingswarmte
    De hoeveelheid warmte die vrijkomt als je 1 kg van een stof (bij het smeltpunt) laat stollen. Symbool wst (J/kg)
  20. Wat is symbool voor temperatuurstijging
    ∆t (in graden Celsius) of ∆T (in Kelvin)
  21. Wat is soortelijke warmte
    De hoeveelheid warmte die nodig is om 1 kg van een stof 1 Kelvin (of 1 graad Celsius) in temperatuur te laten stijgen. Symbool c (J)
  22. Wat is benodigde warmte
    De totale hoeveelheid warmte die nodig is om een hoeveelheid stof een aantal graden in temperatuur te laten stijgen. Symbool Q (J) = m * c * ∆T
  23. Wanneer gebruiken we het begrip ‘warmtecapaciteit’ in plaats van benodigde warmte
    Bij ingewikkelde voorwerpen waar het minder makkelijk is om de benodigde warmte van onderdeeltjes apart uit te rekenen
  24. Wat is warmtecapaciteit
    De totale hoeveelheid warmte die nodig is om het hele voorwerp 1 Kelvin (of 1 graad Celsius) in temperatuur te laten stijgen. Symbool C (J/K). In formule Q (J) = C * ∆T
  25. Hoe bereken je de benodigde warmte is voor opwarmen van een pan water
    Q = Cpan * ∆T + mwater * cwater * ∆T
  26. Op welke drie manieren kan warmte verloren gaan
    • - geleiding
    • - stroming
    • - straling
  27. wat is een andere naam voor warmtemeter
    Joulemeter
  28. Omdat er geen warmte verloren gaat, is ….
    Qop = Qaf (of Qin – Quit)
  29. Wat is de relatie tussen Qop en Qaf
    • Bij constante temperatuur Qop = Qaf
    • Bij stijgende temperatuur Qop > Qaf
    • Bij dalende temperatuur Qop < Qaf
  30. Het verwarmen van ijs
    Q = m * cijs * ∆Tijs
  31. Het smelten
    Q = mijs * ws-ijs
  32. Het verwarmen van water
    Q = m * cwater * ∆Twater
  33. Het koken
    Q = mwater * wv-water
  34. Het verwarmen van waterdamp
    Q = m * cwaterdamp * ∆Twater
  35. Wat is formule van elektrische energie (denk aan waterdompelaar)
    E = Q = P * t (P=vermogen van dompelaar, t=tijd dat dompelaar aanstaat)

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview