formeel strafrecht

Card Set Information

Author:
edensan
ID:
295746
Filename:
formeel strafrecht
Updated:
2015-02-14 17:44:25
Tags:
strafrecht
Folders:

Description:
formeel strafrecht
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user edensan on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat houdt onschuldpresumptie in?
    Dat er tot op het moment van veroordeling uitgegaan wordt van de onschuld van het slachtoffer
  2. Wat houdt wederspannigheid in?
    houdt in dat iemand zich met geweld verzet tegen een ambtenaar in de rechtmatige
    uitoefening van zijn functie
    Het houdt in dat iemand zich met geweld verzet tegen een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn functie
  3. Wat voor rechten heeft een verdachte?
    • -      Zwijgrecht
    • -      Recht op rechtsbijstand
    • -      Recht op inzage in processtukken
  4. Wat houdt het beginsel "nemo tenetur" in?
    Een verdachte mag niet worden gedwongen zichzelf te belasten in een strafrechtelijke procedure
  5. Wat is cautie?
    een verdacht moet op de hoogte worden gesteld van zijn zwijgrecht
  6. Hoe heten de rechtscolleges en hoeveel zijn er?
    • arrondissement: rechtsgebied van de rechtbank, er 19 arrondissementen en dus ook 19 rechtbanken;
    • ressort: is het rechtsgebied van de gerechtshoven, er zijn 4 gerechtshoven
    • Hoge Raad, daar is er maar 1 van
  7. Wat is de rol van de R-C of de Raadsheer-Commissaris?
    Dit is een onderzoeksrechter, deze zitten bij gerechtshoven en nemen alleen deel aan het gerechtelijk onderzoek. De R-C heeft hiervoor eigen bevoegdheden.
  8. Wat is het Parket?
    Dat is het bureau van het OM bij elk arrondisement
  9. Hoe heten de OM-medewerkers bij elke rechtbanksoort en onder wiens leiding?
    Bij het arrondissement heten ze OvJ's of HOvJ's, ze werken onder leiding van de Hoofdofficier van Justitie. Bij het gerechtshof heten ze Advocaat-Generaal onder leiding van Hoofdadvocaat-Generaal, bij de Hoge Raad heten ze ook A-G maar ze hebben hier alleen een adviserende functie, onder leiding van de Procureur-Generaal. Bij de hoge Raad heet het Landelijk Parket.
  10. Wat valt onder het voorbereidend onderzoek?
    Het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek.
  11. Wat valt onder het eindonderzoek?
    onderzoek ter terechtzitting, rechtsmiddelen en tenuitvoerlegging
  12. Wat houdt het legaliteitsbeginsel in bij strafrecht?
    Er moet steeds een wettelijke bepaling zijn die hen bevoegd maakt tot dat specifiek optreden
  13. Wat wordt bevoeld met de bevoegdheidsverlenende norm?
    het legaliteitsbeginsel
  14. Uit hoeveel boeken bestaat het Wetboek van Strafvordering?
    5
  15. Uit welke bestandsdelen bestaat de bevoegheidsverlenende norm?
    • de handeling (welke handeling mag verricht worden)
    • de bevoegde (door wie)
    • de bevoegdheidsvoorwaarden (onder welke bevoegdheden mag men wat doen)
  16. Wat zijn de beginselen van behoorlijke procesorde?
    • beginsel van redelijke en billijke belangenafweging
    • beginsel van zuiverheid van het oogmerk
    • vertrouwensbeginsel
    • verbod van willekeur
    • gelijkheidsbeginsel
  17. Noem 3 procesdeelnemers?
    Verdachte, raadsman, OM, rechter, deskundige, getuige
  18. Waarom is het van belang dat is vastgesteld wanneer iemand verdachte is?
    Omdat vanaf dat moment bepaalde rechten van hem/haar kunnen worden ingeperkt en er ontstaan bepaalde rechten voor de verdachte.
  19. Wanneer wordt aan een verdachte automatisch een raadsman toegevoegd?
    Als hij in verzekering is gesteld. Ook wanneer hij in voorlopige hechtenis wordt genomen
  20. Hoe heet de rechter bij een rechtbank die geen rol speelt in de zitting maar toch betrokken is geweest bij het strafprocesrecht?
    De rechter-commissaris
  21. Wat verstaan we onder ernstige bezwaren bij het aanmerken van een verdachte?
    Sterke aanwijzingen zijn aanwezig dat de verdachte een strafbaar feit heeft begaan. Dit is een zwaardere eis dan een redelijk vermoeden van schuld.
  22. Hoe zit ons systeem van strafprocesrecht in elkaar als het gaat om bevoegdheidsverlenende normen?
    Het Nederlands strafprocesrecht is zo opgebouwd dat er, naarmate een bevoegdheid een grotere inperking van de mensenrechten inhoudt, een hogere instantie over dient te beslissen en er zwaardere eisen worden gesteld.
  23. Wat betekent het als een bevoegdheid discretionair is?
    Dat degene die bevoegd is een handeling te verrichten, daartoe ook niet meteen verplicht is.
  24. Hoe heet het bekendste arrest waarin wordt
    vastgesteld wanneer iemand verdachte is?
    Het Hollende kleurlingen-arrest.
  25. Welk gevolg kan het hebben wanneer de
    verdachte niet de cautie wordt gegeven?
    Dat de verklaring bij een verhoor niet bij als bewijs mag worden gebruikt.
  26. Hoe noemen we de raadsman die wordt toegevoegd aan een verdachte die in verzekering is gesteld?
    Piketadvocaat
  27. Wat wordt onderzocht in een voorbereidend onderzoek?
    • er een strafbaar feit is gepleegd
    • of een verdachte kan worden gevonden
    • er wordt bewijsmateriaal verzameld
  28. Wat is een proactief onderzoek?
    Een opsporingsonderzoek als er nog geen verdenking is.
  29. Wanneer wordt een opsporingsonderzoek gedaan?
    Als er sprake is van verdenking van strafbare feiten. Een verdenking is als er een redelijk vermoeden is dat er een strafbaar feit heeft plaatsgevonden.
  30. Wat doen de toezichthoudende ambtenaren?
    controle onderzoek
  31. Wat is voortgezette toepassing van bevoegdheden?
    Als  de controle overgaat in opsporing
  32. Wanneer is er sprake van detournement de pouvoir?
    Als controlebevoegdheden worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze bedoeld zijn
  33. Wanneer vangt een opsporingsonderzoek aan?
    wanneer opsporingsambtenaren op de hoogte zijn geraakt van bepaalde verdachte feiten of omstandigheden
  34. Wanneer vangt het opsporingsonderzoek aan bij delicten?
    Als een slachtoffer aangifte doet
  35. Welke delicten kunnen alleen worden vervolgd als het slachtoffer een verzoek tot
    vervolging doet?
    Klachten
  36. Bij welke aspecten start het
    opsporingsonderzoek:
    • aangifte
    • klacht
    • meldingen, tips
    • betrapping op heterdaad
  37. Wat voor soort opsporingsbevoegdheden zijn er?
    Opsporingsbevoegdheden ten aanzien van personen, ten aanzien van plaatsen, voorwerpen of bijzondere opsporingsbevoegdheden
  38. Noem een aantal opsporingsbevoegdheden ten aanzien van personen
    Staande houden, aanhouding, inverzekeringstelling, voorlopige hechtenis, onderzoek aan kleding, onderzoek aan én in lichaam en DNA-onderzoek;
  39. Noem een aantal opsporingsonderzoeken ten aanzien van plaatsen
    betreden van plaatsen en doorzoeking daarvan
  40. Noem een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden
    infiltratie, pseudo-koop en pseudo-dienstverlening, stelselmatige observatie en opnemen van telecommunicatie en vertrouwelijke informatie.
  41. Noem een opsporingsbevoegdheid ten aanzien van voorwerpen
    inbeslagneming
  42. Noem de 5 vrijheidsbenemende dwangmiddelen
    • 1 staande houden
    • 2 aanhouding
    • 3 ophouding voor onderzoek
    • 4 inverzekeringstelling
    • 5 voorlopige hechtenis (bewaring + gevangenhouding)
  43. Wat valt onder voorlopige hechtenis?
    Bewaring en gevangenhouding
  44. Waar gaat het bij ontdekking op heterdaad?
    Het gaat dan ontdekking van het strafbaar feit en niet om betrapping van de dader
  45. Wat is de getrapte bevoegdheidsverdeling?
    De opsporingsambtenaar mag alleen aanhouden als de komst van de OvJ of HOvJ niet kan worden afgewacht.
  46. Hoe lang mag een verdachte worden aangehouden voor verhoor?
    6 uur + verlenging met 6 uur, de periode tussen 24.00 uur en 09.00 uur telt niet mee.
  47. Hoe lang mag de verdachte in verzekering worden gehouden?
    3 dagen met verlenging van 3 dagen
  48. Wat wordt begrepen met voorarrest?
    Inverzekeringstelling + voorlopige hechtenis
  49. Wat zit in voorlopige hechtenis?
    bewaring, gevangenhouding of gevangenneming
  50. Wat is nodig voor inverzekeringsstelling?
    Dat er een strafbaar feit is waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten
  51. Wat is nodig om ophouden voor onderzoek te kunnen verlengen?
    Dit mag alleen als de verdachte wordt verdacht van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
  52. Wanneer kan een verdachte gevangengehouden worden?
    Alleen als deze in bewaring is gesteld
  53. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan voor voorlopige hechtenis?
    er moet sprake zijn van een geval waarin voorlopige hechtenis is toegelaten en van een grond voor voorlopige hechtenis. Daarnaast moet er een bevel zijn van R-C.
  54. Wanneer is er sprake van een geval?
    als het gaat om een strafbaar feit waar voorlopige hechtenis is toegelaten
  55. Wat voor gronden zijn er voor voorlopige hechtenis?
    • 1 als er blijk is van ernstig gevaar voor vlucht (blijkt uit gedraging of omstandigheden);
    • 2 als er sprake is van gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid.
  56. Wat is de maximumtermijn voor bewaring en kan er ook worden verlengd?
    14 dagen, geen verlenging mogelijk
  57. Wat is de maximale termijn voor gevangenhouding en kan er ook worden verlengd?
    Maximaal is het 90 dagen, eerst 30 dagen en dan mag men 2x verlengen
  58. Wat kan de OvJ doel als de maximale termijn van gevangenhouding is verstreken en hij nog niet klaar is met de voorbereiding van zijn zaak?
    Hij kan de verdachte voorlopig dagvaarden. Er volgt dan een pro-forma zitting waarbij de OvJ direct na het voordragen van de zaak om een schorsing van het onderzoek ter terechtzitting vraagt. Op deze wijze wordt de zaak niet inhoudelijk behandeld.
  59. Wat zijn de totalen van vrijheidsbenemende dwangmiddelen?
    • Ophouden voor onderzoek: 6 + 9 = 15 uur
    • Inverzekeringstelling 3 + 3 = 6 dagen
    • Bewaring 14 dagen
    • Gevangenhouding 30 + 30 + 30 = 90 dagen
    • In totaal dus: 110 dagen en 15 uur
  60. Welke doelstellingen kunnen onderzoek aan kleding en aan of in lichaam hebben?
    • - ten behoeve van het belang van het onderzoek
    • - inbeslagneming
    • - identiteit vaststellen
  61. Wat toont DNA-onderzoek aan?
    Het toont slechts een verband aan tussen de sporen en een bepaalde persoon
  62. Om wat voor voorwerpen gaat het bij inbeslagneming?
    • Het gaat om voorwerpen die kunnen dienen
    • - om de waarheid naar boven te krijgen;
    • - wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen;
    • - of om voorwerpen waarvan verbeurdverklaring of onttrekking aan het openbaar verkeer kan worden bevolen.
  63. Wat is een steunbevoegdheid?
    Bevoegdheid is bedoeld om andere mogelijk te maken
  64. Wat voor 3 varianten zijn er bij het betreden van plaatsen?
    • 1) betreden van plaatsen voor aanhouding
    • 2) betreden van plaatsen voor inbeslagneming
    • 3) betreden van plaatsen voor schouw
  65. Wat voor 2 varianten zijn er bij de doorzoeking van plaatsen?
    • 1) doorzoeking voor aanhouding
    • 2) doorzoeking voor inbeslagneming
  66. Wanneer is er sprake van stelselmatige observatie?
    Als naar aanleiding van de observatie een min of meer volledig beeld wordt verkregen van bepaalde aspecten van iemands privéleven.
  67. Hoe lang mag een stelselmatige observatie duren en is er mogelijkheid voor verlenging?
    3 maanden, ja verlenging mogelijk
  68. Wat is statische observatie?
    Observatie vanuit een bepaalde plaats
  69. Waar ligt de grens van wat een undercoveragent nog mag doen in het licht van het Tallon-criterium?
    Het Tallon-criterium houdt in dat iemand niet mag worden uitgelokt tot het begaan van strafbare feiten. Iemand mag niet worden aangezet tot feiten waarop hij van tevoren niet al de opzet had.
  70. Noem 2 bevoegdheden waarvoor machtiging van de R-C nodig is.
    Afluisteren van telecommunicatie, doorzoeken van woning, afluisteren van vertrouwelijke communicatie.
  71. Wat regelt de Algemene wet op binnentreden?
    De Awbi regelt hoe de uitoefening van de bevoegdheid om ergens binnen te treden, gebeurt.
  72. Wat werd beslist in het Geweer-arrest?
    Dat een bevoegdheid niet mag worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die gegeven is (dus de controlebevoegdheid mag niet gebruikt worden voor een ander doel).
  73. Wie mag aanhouden buiten heterdaad?
    De opsporingsambtenaar.
  74. Welke bevoegdheden zijn nodig voor meer dan
    zoekend rondkijken?
    De bevoegdheid doorzoeken van plaatsen.
  75. Wat houdt een dagvaarding in?
    Dat de verdachte wordt opgeroepen om op een bepaalde datum en bepaald tijdstip voor de strafrechter te verschijnen
  76. Op welke manieren kan een vervolging aanvangen?
    • 1 als er een dagvaarding wordt uitgereikt
    • 2 als er op vordering van de OvJ een bevel van de R-C tot bewaring wordt gegeven
    • 3 als er op vordering van de OvJ door de R-C een bevel is gegeven voor een gerechtelijk vooronderzoek
  77. Wat zijn de kerntaken van het OM?
    • * het opsporen en
    • * vervolgen van strafbare feiten
    • * het uitvoeren van strafvonnissen (bijv. innen van boetes en laten uitvoeren van vrijheidsstraffen)
  78. Wat betekent het dat het OM een opsporingsmonopolie heeft?
    alleen het OM is bevoegd tot het instellen van strafvervolging = de OvJ bepaalt of een bepaalde verdachte een dagvaarding krijgt of niet, hij heeft het exclusieve recht.
  79. Waarop is een vervolgingsbeslissing gebaseerd?
    op de vraag of het algemeen belang het bepaaldelijk vordert.
  80. Wat voor beginsel heeft Nederland als het gaat om de vervolgingsbeslissing?
    Opportuniteitsbeginsel, de keuze hangt af van het gevolgde beleid, op grond van beleidsmatige overwegingen wordt geoordeeld over de opportuniteit (wenselijkheid) van een vervolging.
  81. Wat is een sepot?
    Afzien van een vervolging
  82. Wat is een technisch sepot?
    als er geseponeerd wordt omdat er onvoldoende bewijsmateriaal aanwezig is
  83. Wat wordt begrepen met bewijsminima?
    Dat alléén een verklaring van één getuige niet voldoende is voor vervolging
  84. Wat is een beleidssepot?
    Als er geseponeerd wordt als het niet wenselijk is. Technisch gezien kan het wel maar het is niet wenselijk is omdat bepaalde omstandigheden in het maatschappelijk belang niet meer vordereren dat er een vervolging plaats vindt.
  85. Welke 7 vervolgingsbeletselen zijn er?
    • Rechtsmacht
    • Leeftijd
    • Verjaring
    • Overlijden van verdachte
    • Klacht
    • Immuniteit overheid
    • Ne bes in idem
  86. Wat houdt het vervolgingsbeletsel rechtsmacht in?
    Als de Nederlandse strafwet niet van toepassing is op een gepleegd strafbaar feit
  87. Wat houdt het vervolgingsbeletsel leeftijd in?
    Dat de verdachte te jong is om vervolgd te worden, hij moet minimaal 12 jaar zijn.
  88. Wat houdt het vervolgingsbeletsel verjaring in?
    Dat het strafbaar feit is verjaard
  89. Wanneer is een strafbaar feit verjaard?
    • * bij overtredingen: 2 jaar; 
    • * bij misdrijven waar geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van max 3 jaar is gesteld: 6 jaar;
    • * bij misdrijven waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan 3 jaar is gesteld: 12 jaar;
    • * bij misdrijven waarop gevangenisstraf van meer dan 10 jaar is gesteld: 20 jaar;
    • * voor misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld: verjaart niet.
  90. Wat houdt het vervolgingsbeletsel klacht in?
    Enkele delicten mogen alleen worden vervolgd als er een klacht is ingediend
  91. Wat houdt het vervolgingsbeletsel immuniteit van de overheid in?
    De Staat kan niet vervolgd worden. De Hoge Raad heeft in het Volkelarrest bepaald dat de Nederlandse staat immuun is voor rechtsvervolging. Deze immuniteit geldt echter niet voor provincies en gemeenten.
  92. Wat houdt het vervolgingsbeletsel "Ne bis in idem" in?
    Dat men niet voor de tweede keer voor het zelfde feit vervolgbaar is
  93. Op welke gevallen is "Ne bis in idem" van toepassing?
    • - bij vrijspraak
    • - ontslag van alle rechtsvervolging en 
    • - bij veroordeling
  94. Wanneer geldt het "Ne bis in idem" beginsel niet?
    • als er eerder geen inhoudelijke toetsing is geweest maar wel eindigt met een einduitspraak: 
    • - bij nietigheid dagvaarding
    • - bij onbevoegdheid rechter                          
    • - bij niet-ontvankelijkheid van de OvJ of
    • - bij schorsing der vervolging
  95. Wat houdt het speldenprikkenbeleid in?
    Het OM en de politie hebben altijd een stelselmatige ongelijkheid in opsporing en vervolging van strafbare feiten. Dat komt door de gelimiteerde menskracht en financiën, ze kunnen niet iedereen vervolgen die bijv. door rood rijdt
  96. Wat houdt het gelijkheidsbeginsel in?
    dat vergelijkbare gevallen op een vergelijkbare manier worden behandeld.
  97. Wat houdt het vertrouwensbeginsel in?
    dat verdachten als algemene regel de overheid in redelijkheid moeten kunnen houden aan de verwachtingen die zij hebben opgewekt
  98. Wat staat er in een strafbeschikking?
    Hierin worden straffen en maatregelen opgenomen zoals taakstraf, geldboete, onttrekking, schadevergoeding en ontzegging van de rijbevoegdheid. Er kunnen ook aanwijzingen opgenomen waar de verdachte aan moet voldoen.
  99. Wanneer mag een strafbeschikking genomen worden?
    De strafbeschikking mag alleen ingeval van verdenking van een overtreding of een misdrijf waarop max. 6 jaar staat.
  100. Wie mag een strafbeschikking nemen?
    Het OM
  101. Wat is een voorwaarde bij het opleggen van een strafbeschikking?
    De OvJ mag alleen de strafbeschikking opleggen als de verdachte akkoord gaat met de maatregelen en toezegt de aanwijzingen te volgen. Zoniet dan zal de OvJ hem moeten dagvaarden.
  102. Wanneer spreken we van een vervolging?
    Als door het OM een rechter in de zaak wordt betrokken.
  103. Welke voorwaarden zijn gesteld aan een transactie?
    • Het mag niet gaan om verdenking van een strafbaar feit waarop meer dan 6 jaar staat.
    • Het mag alleen als de zaak bewijstechnisch haalbaar is.
  104. Noem twee soorten controle op vervolgingsbeslissingen.
    Rechtelijke en democratische controle.
  105. Wat wordt onder externe openbaarheid bedoeld bij het onderzoek ter terechtzitting?
    bedoeld wordt de publieke toegang tot het strafproces
  106. Wat wordt bedoeld met interne openbaarheid bij het onderzoek ter terechtzitting?
    bedoeld wordt dat alle procesdeelnemers de volledige beschikking moeten kunnen hebben over alle informatie uit het dossier.
  107. Wat wordt bedoeld met "equality of arms" bij het onderzoek ter terechtzitting
    De verdachte heeft een processuele gelijkheid met de vervolgende instantie
  108. wat voor karakter heeft het voorbereidend onderzoek?
    inquisitoir
  109. Wat voor karakter heeft het onderzoek ter terechtzitting?
    accusatoir
  110. Wat houdt het (formele) onmiddelijkheidsbeginsel in?
    dat alle bewijsmiddelen op de terechtzitting moeten worden besproken.
  111. Wat voor onderscheid is er in de tenlastelegging?
    • a) enkelvoudige tenlastelegging
    • b) primaire-subsidiaire tenlastelegging
    • c) cumulatieve of meervoudige tenlastelegging 
    • d) alternatieve tenlastelegging
  112. Wat is een enkelvoudige tenlastelegging?
    Als er maar één strafbaar feit ten laste wordt gelegd.
  113. Wat is de primaire-subsidiaire tenlastelegging?
    Een tenlastelegging waar de rechter kan kiezen uit verschillende tenlaste gelegde feiten.
  114. Wat is de cumulatieve of meervoudige tenlastelegging?
    dat is en tenlastelegging waarop meerdere strafbare feiten worden opgenomen.
  115. Wat is alternatieve tenlastelegging?
    dat is als de rechter de vrije keuze heeft om een van de twee bewezen feiten te verklaren zonder het andere ten laste gelegde feit in onderzoek te nemen.
  116. Wat is het verschil tussen de alternatieve tenlastelegging en de primaire-subsidiaire?
    Bij de primaire-subsidiaire moet de rechter eerst kijken naar de ene tenlastelegging, daarna naar de volgende. Bij de alternatieve kijkt de rechter slechts naar een tenlastelegging en niet meer naar de andere. Beide tenlastegelegde feiten hebben een gelijke status.
  117. Wie zijn de bijzitters bij het onderzoek ter terechtzitting?
    de jonge en oudere rechter en OvJ
  118. Wat is een vordering?
    De strafeis
  119. Wat is de volgorde bij het onderzoek ter terechtzitting?
    • - Opening en verifiëring van identiteit, woonplaats en cautie verdachte
    • - voordracht van de zaak
    • - ondervraging door de rechter
    • - Requisitoir
    • - Pleidooi
    • - Repliek
    • - Dupliek
    • - Laatste woord
    • - Sluiting
  120. Wat zijn Preliminaire verweren?
    Dit is een doorbreking van de normale processuele volgorde. De raadsman kan na de ondervraging naar identiteit, verblijfplaats en cautie het woord vragen om een preliminair verweer te voeren. Dus om aan te geven dat hij vindt dat er een probleem is met de formele en materiële vragen die de rechters beantwoorden.
  121. Wat houdt de korte onderbreking bij het onderzoek ter terechtzitting  en wanneer kan het gegeven worden?
    Dat houdt een korte onderbreking in vanwege uitgebreidheid van het onderzoek, vanwege de duur ervan of het nemen van rust. Het is geen schorsing. Deze onderbreking heeft een praktische en/of organisatorische achtergrond.
  122. Wat wordt onder aanhouding verstaan bij het onderzoek ter terechtzitting?
    de onderbreking van de zitting of de schorsing
  123. Wat houdt een bevel medebrenging in?
    Dat de getuige door de politie wordt opgehaald en naar de terechtzitting gebracht.
  124. Kan de OvJ bij het onderzoek ter terechtzitting de tenlastelegging wijzigen?
    Ja maar de wijziging wordt niet toegelaten als de tenlastelegging na de wijziging een duidelijk ander feit inhoudt dan daarvoor ten laste wordt gelegd
  125. Wat voor vragen kan de rechter stellen als de verdachte afwezig is?
    • - of de dagvaarding rechtsgeldig is uitgereikt
    • - heeft de verdachte of raadsman uitstel gevraagd
    • - moet de rechter een bevel tot verschijning of medebrenging geven
    • - is de advocaat van de verdachte verschenen en is hij gemachtigd om de verdediging te voeren
  126. Wat wordt bedoeld met een bevel tot verschijning, bij het onderzoek ter terechtzitting?
    de verdachte wordt gesommeerd op de zitting te verschijnen
  127. Wat betekent dat een vonnis "in kracht van gewijsde" is gegaan?
    Als er geen rechtsmiddelen meer open staan, het vonnis is dan onherroepelijk
  128. Wat houdt de eis van rechtstreeksbaarheid in?
    • Dit betekent dat het slachtoffer getroffen moet zijn in een belang dat de strafbepaling
    • beoogt te beschermen
  129. Wat houdt de schultznorm in?
    Dat is het relativiteitsvereiste, het houdt in dat de rechter een besluit niet mag vernietigen als de rechtsregel waarmee het besluit in strijd is niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich op die rechtsregel beroept.
  130. Wat zijn de eisen bij voeging bij het onderzoek ter terechtzitting?
    • - het moet aan de eis van rechtstreeksbaarheid voldoen
    • - er moet rechtstreeks verband zijn tussen het strafbare feit en de geleden schade
    • - het moet om een eis van eenvoudige aard gaan
  131. Wat is de sanctie als de verdachte niet het laatste woord krijgt?
    Nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting
  132. Wat kan een reden zijn om een rechtszaak achter gesloten deuren te houden?
    • * in het belang van de goede zeden
    • * in het belang de openbare orde
    • * in het belang van de veiligheid van de staat
    • * in het belang van minderjarigen
    • * in het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, andere procesdeelnemers of anderen bij de zaak betrokken.
    • * als openbaarheid het belang van de goede rechtspleging ernstig zou schaden.
  133. Wat is de rol van de Nederlandse rechter in het strafproces?
    Leidende en actieve rol.
  134. Noem een aantal gronden waarop de OvJ kan weigeren een getuige op te roepen.
    • - Als het onwaarschijnlijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn zal verschijnen,
    • - als de gezondheid of welzijn van de getuige in gevaar wordt gebracht
    • - als de verdachte door de weigering redelijkerwijs niet in zijn verdediging is geschaad.
  135. Mag de uitspraak van een rechtbank achter gesloten deuren plaatsvinden?
    Nee, de einduitspraak moet in het openbaar geschieden.
  136. Wat is de plaats van de officier van justitie in de rechtszaal?
    Uiterst links van de tafel, apart.
  137. Welk deel van het proces is inquisitoir en welk deel accusatoir?
    Het voorbereidend onderzoek is inquisitoir, het onderzoek ter terechtzitting accusatoir
  138. Wat bevat de dagvaarding?
    • - de datum en tijdstip terechtzitting
    • - de tenlastelegging
    • - nadere informatie over het proces
  139. Wat voor soort vragen zijn de vragen uit de artikelen 348 en 350 Sv
    • - formele vragen (voorvragen)
    • - materiële vragen (hoofdvragen)
    • - straftoemetingsvraag
  140. Wat staat centraal in de toemetingsvraag?
    of een straf of maatregel moet worden opgelegd en zo ja welke.
  141. Wat wordt bedoeld met de Grondslagleer?
    De Grondslagleer houdt in dat de rechtbank uitsluitend op grond van de tenlastelegging de vragen van artikel 348 Sv onderzoekt en vervolgens uitsluitend op grond van de tenlastelegging beraadslaagt over de vragen van 350 Sv.
  142. In welk artikel) staan de formele vragen?
    art. 348 Sv
  143. In welk artikel staan de materiële vragen?
    art. 350 Sv
  144. Wat zijn de functie van de dagvaarding?
    • - aanduiden van de persoon van de verdachte
    • - oproepen van de verdachte
    • - beschuldigen van de verdachte
    • - informeren van de verdachte
  145. Aan welke eisen moet de dagvaarding voldoen (interne en externe eis)?
    • - externe eis: betekeningvoorschriften
    • - interne eis: eisen van artikel 261 Sv
  146. Wat zijn de interne eisen waar een dagvaarding aan moet voldoen?
    • - het feit moet vermeld zijn
    • - de tijd waarop het is gepleegd (als deze ontbreekt: nietigheid dagvaarding)
    • - de plaats waar het feit is gepleegd (als deze ontbreekt: nietigheid dagvaarding)
    • - de wettelijke voorschriften die bij het feit horen (ontbreken leidt niet tot nietigheid)
    • - de omstandigheden waaronder het feit is begaan (ontbreken leidt niet tot nietigheid).
  147. Wat is de rechtsgeldigheid van de dagvaarding als de tijd waarop het strafbaar feit is gepleegd, ontbreekt?
    de dagvaarding is nietig
  148. Wat is de rechtsgeldigheid van de dagvaarding als de plaats waarop het strafbaar feit is gepleegd, ontbreekt?
    de dagvaarding is nietig
  149. Wat is de geldigheid van de dagvaarding als de wettelijke voorschriften die bij het strafbaar feit horen, ontbreken?
    de dagvaarding is nog steeds geldig
  150. Wat is de geldigheid van de dagvaarding als de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is gepleegd, ontbreken?
    De dagvaarding is geldig.
  151. Leidt het ontbreken van een wettelijk voorschrift (dus het wetsartikel) tot nietigheid van de dagvaarding?
    Nee
  152. Wat wordt bedoeld onder absolute bevoegdheid?
    het soort gerecht dat bevoegd is om te oordelen
  153. Wat wordt bedoeld met relatieve bevoegdheid?
    de plaats waar de zaak moet worden aangebracht
  154. Wat onderzoekt de rechter bij de formele vragen uit art. 348 Sv?
    • 1) of de dagvaarding geldig is
    • 2) of de rechter bevoegd is
    • 3) of de OvJ ontvankelijk is
    • 4) of er sprake is van schorsing der vervolging
  155. Wat onderzoekt de rechter bij de materiële vragen uit art. 350 Sv?
    • 1) of de verdachte het terinzage gelegde feit heeft begaan
    • 2) of het bewezenverklaarde voldoet aan de delictomschrijving (kwalificatie)
    • 3) is er sprake van wederrechtelijkheid
    • 4) is er sprake van verwijtbaarheid
  156. Kan een bewezenverklaring leiden tot vrijspraak?
    Nee
  157. Wat is de basis van de kwalificatie van het delict?
    De bewezenverklaring
  158. Wat is OVAR?
    Ontslag van alle rechtsvervolging
  159. Wat is het verschil tussen OVAR en vrijspraak?
    Bij vrijspraak vindt de rechter dat niet bewezen is dat het feit is begaan. Bij OVAR wordt wel bewezen dat er een feit is begaan maar dat levert niet gelijk een strafbaar feit op.
  160. Waardoor kan de wederrechtelijkheid worden weg genomen?
    Door een rechtvaardigheidsgrond
  161. Waardoor kan de verwijtbaarheid worden weg genomen?
    Door een schulduitsluitingsgrond
  162. Wat voor (5) rechtvaardigheidsgronden zijn er?
    • 1 Overmacht noodtoestand (40 Sr)
    • 2 Noodweer (41 Sr lid 1)
    • 3 Bevoegd gegeven ambtelijk bevel   (43 Sr lid 1)
    • 4 Wettelijk voorschift (42 Sr)
    • 5 Ontbreken materiële wederrechtelijkheid
  163. Welke (5) schulduitsluitingsgronden zijn er?
    • 1 Psychische overmacht (40 Sr)
    • 2 Noodweerexces (41 Sr lid 2)
    • 3 Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel (43 Sr lid 2)
    • 4 Ontoerekeningsvatbaarheid (39 Sr)
    • 5 Afwezigheid van alle schuld (AVAS)
  164. Als het ten laste gelegde feit niet kan worden bewezen, leidt dit tot:
    vrijspraak
  165. Als het bewezenverklaarde niet kan worden gekwalificeerd, leidt dit tot:
    OVAR
  166. Als het bewezenverklaarde niet wederrechtelijk is, leidt dit tot:
    OVAR
  167. Als het bewezenverklaarde werrechtelijk is en de wederrechtelijkheid bestandsdeel is van het delict, leidt dit tot:
    Vrijspraak
  168. Als het bewezenverklaarde niet verwijtbaar is, leidt dit tot:
    OVAR
  169. Als het bewezenverklaarde verwijtbaar is maar dit is ten aanzien van een culpoos delict, leidt dit tot:
    vrijspraak
  170. Als de dagvaarding niet geldig is, leidt dit tot:
    nietigheid dagvaarding
  171. Als de rechter onbevoegd is, leidt dit tot:
    Onbevoegdheid rechter
  172. Als de OvJ niet ontvankelijk is, leidt dit tot:
    niet-ontvankelijkheid OvJ
  173. Als er sprake is van schorsing der vervolging, leidt dit tot:
    de vervolging wordt geschorst
  174. Na welke einduitspraken kan de OvJ eventueel
    de verdachte nog een keer vervolgen?
    Als er een einduitspraak is gedaan bij de formele vragen tenzij de reden van de einduitspraak niet meer te repareren is, bijv. bij vervolgingsbeletselen.
  175. Wat is het verschil tussen OVAR en vrijspraak?
    Feitelijk geen verschil. In beide gevallen volgt vrijlating. Maar bij vrijspraak is het feit waarvan de persoon verdacht wordt niet bewezen. Bij OVAR wel. Bovendien is het bij OVAR wel mogelijk dat de OvJ er nog een maatregel bovenop legt, bijvoorbeeld TBS.
  176. Welke uitspraak zal de rechter doen wanneer de OvJ ten laste heeft gelegd dat de verdachte een moord heeft gepleegd in Amsterdam terwijl dit in Utrecht bleek te zijn?
    Vrijspraak, zelfs als de verdachte heeft bekend. Echter de OvJ heeft de mogelijkheid om zijn tenlastelegging te wijzigen door dit bij de rechtbank te vorderen.
  177. Welke uitspraak zal de rechter doen wanneer
    de OvJ heeft en laste gelegd dat de verdachte op een bepaald tijd en bepaalde plaats op een feestje aanwezig was en ter zitting blijkt dat inderdaad het geval was?
    De rechter zal stranden bij de tweede materiële vraag want hoewel het feit bewezen is bij vraag 1, levert het feit geen strafbaar feit op. Het is namelijk niet strafbaar om op die tijd, op die plaats op een feestje te zijn. De verdachte wordt dan niet vrijgesproken omdat het feit wel is bewezen maar wordt OVAR.
  178. In welk geval geldt een beroep op een rechtvaardigingsgrond als een bewijsverweer?
    Als de wederrechtelijkheid in de tenlastelegging is opgenomen. Deze grond probeert het bewijs van de tenlastelegging aan te tasten.
  179. Hoe noemen we de leer die bepaalt dat de tenlastelegging het stuk is waarop de rechter het onderzoek ter terechtzitting en de beantwoording van de vragen in artikelen 348 en 350 Sv baseert?
    Grondslagleer
  180. Wat is de grondslag voor het (formele) onmiddelijkheidsbeginsel?
    • - openbare zitting
    • - al het bewijsmateriaal moet bij deze zitting worden gepresenteerd en
    • - de verdachte moet optimaal de gelegenheid krijgen om zich te verdedigen.
  181. Wat zijn de vragen die de rechter(s) zich moeten stellen bij het bewezen verklaren dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd?
    • 1. is er bewijsmateriaal voor het ten laste gelegde?
    • 2. wordt het bewijsmateriaal toegelaten als bewijsmiddel?
    • 3. zijn er voldoende bewijsmiddelen om tot een bewezenverklaring te komen?
    • 4. is de rechter overtuigd dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd?
  182. Noem de 5 bewijsmiddelen.
    • 1. eigen waarneming rechter
    • 2. verklaring verdachte 
    • 3. verklaring getuige                         
    • 4. verklaring deskundige
    • 5. schriftelijk bescheiden
  183. Wat is de vrije bewijswaardering?
    Als er meerdere verklaringen zijn mag de rechter kiezen welke hij wel of (deels) niet gebruikt
  184. Wat wordt bedoeld met het denaturaliseren van een verklaring?
    Als de verklaring wezenlijk verandert doordat er een stuk uit wordt gehaald of uit de context wordt gehaald
  185. Wat gebeurt er als een journalist weigert te getuigen?
    Dan kan hij gegijzeld worden voor maximaal 30 dagen. Een journalist heeft geen geheimhoudingsplicht.
  186. Is het strafbaar als een getuige liegt?
    ja, dan pleegt hij meineed
  187. Is het strafbaar als de verdachte liegt?
    Nee
  188. Wat als een journalist zich beroept op een verschoningsrecht?
    Dan kan hij onder zijn plicht van getuige vandaan, zonder gegijzeld te worden
  189. Wanneer of door wie kan het verschoningsrecht worden opgeroepen?
    dat kan in uitzonderingsgevallen als iemand zelf het risico loopt te worden vervolgd. Ook familieleden kunnen zich op dit recht beroepen.
  190. Wat zijn de-audito-verklaringen?
    Dit zijn verklaringen van "horen zeggen".
  191. Noem een voorbeeld van een "de-audito-verklaring".
    Een getuigenverklaring die een opsporingsambtenaar zelf heeft waargenomen en heeft opgeschreven.
  192. Wat gebeurt er met een proces-verbaal als deze niet is ondertekend door de opsporingsambtenaar?
    Dan is het nog wel geldig maar valt onder de schriftelijke bewijzen bij het kopje "overige geschrieften"
  193. Wanneer is er sprake van bewijsuitsluiting?
    • - als het bewijsmateriaal uitsluitend is verkregen ten gevolge van het onrechtmatig optreden;
    • - als de verdachte zelf in zijn belangen is geschaad;
    • - als de verdachte door het onrechtmatig optreden getroffen is in een belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen (Schultznorm).
  194. Wat is "fruits of the poisonous tree"? Geef een voorbeeld.
    Indirect verkregen bewijsmateriaal uit onrechtmatig optreden. Als een verdachte wordt aangehouden waarbij tegelijkertijd, zonder machtiging daartoe, zijn huis wordt doorzocht en belastend materiaal wordt gevonden. Als de verdachte ermee geconfronteerd wordt en hij bekent, is die bekentenis bewijsmateriaal dat indirect onrechtmatig is verkregen
  195. Wat is de hoofdregel voor bewezenverklaren?
    er moeten minimaal 2 bewijsmiddelen beschikbaar zijn
  196. Wanneer is bij de bewezenverklaring één bewijsmiddel voldoende?
    Als dit een proces-verbaal is van een opsporingsambtenaar en het is een heterdaad-processen-verbaal.
  197. Wanneer levert een bewezenverklaring een
    schending van het ondervragingsrecht op?
    Als deze uitsluitend of in beslissende mate is gebaseerd op verklaringen van niet-ondervraagde getuigen
  198. Noem een aantal redenen om bewijsmateriaal niet toe te laten als bewijs.
    Het voldoet niet aan de wettelijke eisen, is onbetrouwbaar of onrechtmatig verkregen.
  199. Wanneer iemand schriftelijk aangifte doet, hoe telt deze aangifte dan mee voor het bewijs?
    Een schriftelijke aangifte wordt aangemerkt als “een ander geschrift”.
  200. Noem de hoofdregel omtrent het bewijsminimum.
    De hoofdregel geldt voor de bewezenverklaring als geheel.
  201. Wat wordt bedoeld onder strafrechtelijke sancties?
    Straffen en maatregelen
  202. Wat zijn sancties?
    reacties op ongeoorloofd gedrag, meestal van overheidswege
  203. Welke doelen worden beoogd met een straf?
    1ste plaats: vergelding (de persoon treffen in wat hem dierbaar is); 2de plaats preventie
  204. Wat wordt bedoeld onder speciale preventie bij een straf?
    dat de verdachte zelf wordt afgeschrikt
  205. Wat wordt bedoeld met generale preventie bij een straf?
    anderen die ervan horen worden afgeschrikt
  206. Wat is het van een maatregel?
    de samenleving te beveiligen of rechtsherstel te bewerkstelligen
  207. Wat is een reparatoire maatregel?
    een maatregel waarbij de verdachte wordt veroordeeld de schade te vergoeden die hij heeft aangericht
  208. Wat is kenmerkend voor strafrecht?
    Dat bepaald gedrag bestraft kan worden met de in de wet genoemde strafrechtelijke sanctie. De wet geeft aan welk type sanctie opgelegd kan worden en hoe hoog deze maximaal kan zijn.
  209. Wat is strafbedreiging?
    het stellen van een sanctie op ongeoorloofd gedrag.
  210. Wat is straftoemeting?
    bepaling door de rechter of er een straf wordt opgelegd, welk type dit moet zijn en hoe zwaar het moet zijn.
  211. Wat is een strafsoort?
    het type straf (straf of maatregel).
  212. Wat is een strafmaat?
    de zwaarte van de straf.
  213. Wat zijn strafbepalingen?
    hoofdstraf en strafdelict samen
  214. Wat is de delictsomschrijving?
    de omschrijving van het strafbaar feit.
  215. Wat is het legaliteitsbeginsel dat ter grondslag van de strafbedreiging ligt en waar staat dat in?
    Het staat in art. 1 Sr. Feiten zijn slechts strafbaar als die in de wet staan.
  216. Wat valt er onder "straffen"?
    hoofdstraffen en bijkomende straffen
  217. Stelt de wet minimumstraffen?
    Nee, wel algemene minimumstraffen
  218. Noem de hoofdstraffen.
    • 1) gevangenisstraf
    • 2) hechtenisstraf
    • 3) taakstraf
    • 4) geldboete
  219. Noem de bijkomende straffen.
    • 1) verbeurdverklaring
    • 2) ontzetting van bepaalde rechten
    • 3) openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
  220. Waar staan de hoofdstraffen?
    Bij het delict zelf
  221. Welke hoofdstraf staat niet bij het delict zelf beschreven?
    De taakstraf
  222. Waar staan de taakstraffen?
    Ze staan in het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht
  223. Waar staan de bijkomende straffen?
    als afsluitende bepaling van de titel waarbinnen het betreffende delict is geplaatst. Dus niet direct eronder, altijd aan het einde van de titel.
  224. Waar staat de verbeurdverklaring?
    In het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht
  225. Waar staan de maatregelen?
    In het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht
  226. Noem de maatregelen.
    • 1) onttrekking aan het verkeer
    • 2) ontnemingmaatregel
    • 3) Schadevergoedingsmaatregel’
    • 4) plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis
    • 5) TBS
    • 6) Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders
  227. Kunnen maatregelen ook worden opgelegd als er sprake is van vrijspraak of OVAR?
    Ja
  228. Welke vrijheidsbenemende straffen zijn er?
    Gevangenisstraf en hechtenis
  229. In welke gevallen is het wenselijk om toch maatregelen op te leggen bij vrijspraak of OVAR?
    als er sprake is van een middel dat gevaarlijk is bijv. cocaïne of een wapen, in dat geval wordt onttrekking aan het openbaar verkeer als maatregel opgelegd. Ook onwenselijk zou het zijn om de verdachte die voor moord op grond van ontoerekeningsvatbaarheid OVAR krijgt vrij te laten lopen. In dat geval kan de rechter plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis vorderen of Tbs.
  230. Wanneer is gevangenisstraf van toepassing?
    bij misdrijven
  231. Wanneer is hechtenis van toepassing?
    bij overtredingen en culploze delicten
  232. Wat zijn de maximale vrijheidsbenemende straffen?
    • De maximale gevangenisstraf is levenslang.
    • De maximale tijdelijke gevangenisstraf is 20 jaar. 
    • De maximale hechtenisstraf is 1 jaar.
  233. Wat staat er in de Penitentiaire beginselenwet?
    regels voor de tenuitvoerlegging
  234. Wat is strafrestant?
    de straf die overblijft na de aftrek van het ondergane voorarrest
  235. Wat is voorwaardelijke invrijheidsstelling?
    De regeling waarbij iedereen die een vrijheidsstraf ondergaat na een bepaald deel ervan te hebben uitgezeten in vrijheid kan worden gesteld, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.
  236. Wanneer is voorwaardelijke invrijheidstelling niet mogelijk?
    • Bij levenslange straffen
    • Bij straffen waarbij een voorwaardelijke straf is opgenomen
  237. Wat voor soorten taakstraf zijn er?
    Werkstraf, leerstraf of combinatie
  238. Met welk beginsel moet de rechter rekening houden bij het bepalen van een geldboete?
    het draagkrachtbeginsel
  239. Wat is het draagkrachtbeginsel?
    Dat er rekening wordt gehouden met de persoonlijke financiële situatie van betrokkene.
  240. Wat de OvJ doen als de veroordeelde de geldboete niet betaalt?
    Hij kan vervangende hechtenis vorderen voor ten hoogste 1 jaar
  241. Welke bijkomende straffen zijn vermogensstraffen?
    De verbeurdverklaring en de geldboete.
  242. Wat houdt de verbeurdverklaring in?
    dat de in de wet aangeduide voorwerpen aan de veroordeelde worden ontnomen en worden verkocht. De opbrengst gaat naar de staat, tenzij er sprake was van diefstal, dan gaat de opbrengst naar de rechtmatige eigenaar
  243. Welke delicten komen in aanmerking voor ontzetting?
    Delicten die in het kader van de uitoefening van beroep of ambt gepleegd worden. De rechter kan bepalen dat men uit zijn ambt of beroep wordt gezet, tijdelijk of levenslang. Ook het kiesrecht kan worden ontnomen.
  244. Wat wordt verstaan onder een "ontnemingsmaatregel"?
    De maatregel waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen (zgn. Pluk Ze). Dit is bijvoorbeeld het ontnemen van het geld dat de verdachte uit de criminaliteit heeft “verdiend”.
  245. Wat is het bijzondere aan de ontnemingsmaatregel?
    dat na de veroordeling van de verdachte, een afzonderlijke procedure kan worden gevoerd
  246. Waarom zou de ontnemingsmaatregel apart gevoerd moeten worden?
    omdat het vaststellen van de omvang van dit wederrechtelijk verkregen voordeel niet eenvoudig is vast te stellen
  247. Wat is het verschil tussen de schadevergoedingsmaatregel en de voeging van een benadeelde bij het onderzoek ter terechtzitting?
    Bij de schadevergoedingsmaatregel betaalt de benadeelde de schade aan de Staat en die betaalt vervolgens de benadeelde. Als de veroordeelde niet betaalt kan de OvJ vervangende hechtenis vorderen. Als de rechter een vordering toewijst aan een benadeelde moet die zelf het geld vorderen en kan geen voorlopige hechtenis eisen.
  248. Hoe lang kan een rechter plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis opleggen en onder welke voorwaarden?
    Maximaal 1 jaar, de rechter mag dat opleggen als dat op basis is van minimaal 2 adviezen. Tenminste 1 daarvan moet zijn uitgebracht door een psychiater. Dit wordt dubbelrapportage genoemd.
  249. Wanneer wordt Tbs opgelegd?
    Ingeval van (verminderde) ontoerekeningsvatbaarheid
  250. Wat voor soorten Tbs zijn er?
    met dwangverpleging en zonder dwangverpleging
  251. Wat is verpleging van overheidswege?
    Tbs
  252. Wat is een voorwaarde bij Tbs?
    als de veroordeelde een gevaar oplevert voor de veiligheid van anderen of voor de algemene veiligheid van personen of goederen.
  253. Waarnaar wordt gestreefd bij Tbs?
    naar een terugkeer in de maatschappij
  254. Wat is de maximale duur bij Tbs en is verlenging mogelijk?
    Maximale duur TBS is 2 jaar, verlenging mogelijk met 1 of 2 jaar.  Bij TBS zonder dwangverpleging, verlenging maar 1x mogelijk.
  255. Wat is een uitzonderingsgrond voor de maximale duur van Tbs?
    als de Tbs'er bij terugkeer in de maatschappij nog steeds een gevaar oplevert
  256. Wat zijn de voorwaarden voor de ISD-maatregel?
    • - het gaat om een misdrijf
    • - minimaal 3x veroordeeld in 5 jaar tijd
    • - de veiligheid van anderen, goederen wordt in gevaar gebracht.
  257. Wat is de maximale duur van een ISD-maatregel?
    2 jaar
  258. Welke vragen moet de rechter zichzelf vragen bij bepaling van de straftoemeting?
    • - moet er een sanctie worden opgelegd?
    • - zoja welke soort sanctie?
    • - welke passende strafmaat?
    • - welke sanctiemodaliteit?
  259. Wat is een rechterlijk pardon? Noem eens een voorbeeld.
    • De verdachte wordt dan veroordeeld zonder
    • oplegging van een sanctie bijv. euthenasie-zaak.
  260. Wat voor richtijnen kan de rechter gebruiken bij het bepalen van de straftoemeting?
    De polaris-richtlijnen
  261. Welke soorten samenloop van
    strafbare feiten zijn er?
    eendaadse en meerdaadse samenloop.
  262. Wat wordt begrepen met eendaadse samenloop?
    wanneer één strafbaar feit valt binnen meer dan één strafbepaling (hoofdstraf en strafdelict).
  263. Wat wordt begrepen met meerdaadse samenloop?
    indien een fysieke handeling kan worden uiteen gelegd in verschillende gedragen die ook afzonderlijk hadden kunnen worden gepleegd en die verschillende belangen schaden
  264. Door welke leer is bijna nooit meer sprake van eendaadse samenloop en kunnen de
    regels van de meerdaadse samenloop worden toegepast?
    Door de aspectenleer
  265. Wat houdt de aspectenleer in?
    Dat is de leer ter bepaling van het aantal feiten
  266. Wat zijn de aspecten uit de aspectenleer?
    • - de feiten kunnen los van elkaar worden gedacht
    • - het zijn zelfstandige overtredingen
    • - de gelijktijdigheid van de feiten is niet van belang
    • - het ene feit gaat niet in het andere op
    • - het ene feit is niet een omstandigheid waaronder het andere feit zich voordoet en     
    • - de feiten hadden onafhankelijk van elkaar kunnen worden geconstateerd
  267. Wat wordt verstaan met "voeging ad informandum"?
    Factoren die niet de strafsoort maar wel de strafmaat beïnvloeden. Bij de voeging ad informandum legt de OvJ niet alle door de verdachte gepleegde en bekende strafbare feiten ten laste maar volstaat ermee een aantal ten laste te leggen en de overige alleen te vermelden
  268. Wat wordt begrepen met sanctiemodaliteit?
    De rechter moet bepalen of en op welke wijze de sanctie ten uitvoer zal worden gelegd
  269. Wat is een voorwaardelijke veroordeling?
    Proeftijd. Als de rechter bepaalt tot niet-tenuitvoerlegging maar er wel bepaalde voorwaarden aan vast plakt.
  270. Wat is de enige voorwaarde die wordt gesteld bij de "voorwaardelijke veroordeling"?
    dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
  271. Wat is het verschil tussen straffen en maatregelen?
    Het verschil zit in het doel. Straffen hebben tot doel om iemand leed toe te brengen, maatregelen doet dat vaak ook maar ze hebben een ander doel, namelijk de situatie weer in de oude staat terug brengen.
  272. Wanneer kan vervangende hechtenis worden toegepast?
    Als een veroordeelde zijn geldboete niet betaalt en het OM er niet in slaagt om verhaal te halen op zijn vermogen of goederen.
  273. Wat heeft de wetgever de minst ingrijpende straf geacht?
    De geldboete.
  274. Met welke twee beginselen moet de rechter rekening houden bij de bepaling van de hoogte van de straf?
    Legaliteitsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel
  275. Wat is een rechtsmiddel?
    een middel die een natuurlijk of rechtspersoon kan aanwenden om zijn gelijk te halen in een procedurel
  276. Wat is het doel van een rechtsmiddel?
    de uitspraak ter discussie stellen, een hogere rechter controle te laten uitvoeren op een lagere.
  277. Wat is het gevolg?
    dat er meer rechtseenheid ontstaat, de uitspraken van meerdere gerechten worden op één lijn gebracht.
  278. Wat is het gesloten stelsel van rechtsmiddelen?
    De wet bepaalt uitputtend of er een rechtsmiddel open staat, welke dat is en door wie het ingesteld kan worden.
  279. Wat is de hoofdregel bij het aanwenden van rechtsmiddelen?
    • - tegen een einduitspraak in eerste aanleg staat Hoger Beroep open
    • - tegen een einduitspraak in Hoger Beroep staat Cassatieberoep open
  280. Wat is het onderscheid tussen een beschikking
    en een uitspraak?
    • - uitspraak: wordt gedaan tijdens en na afloop van het onderzoek ter terechtzitting;
    • - beschikking: niet tijdens of na.
  281. Wat is het onderscheid tussen tussenuitspraken  en einduitspraken?
    • - einduitspraak: deze is de beslissing na de toepassing van de vragen 348 en 350 Sv;
    • - tussenuitspraak: uitspraak die geen einduitspraak is
  282. Wat zijn gewone en buitengewone rechtsmiddelen?
    • - Gewone zijn Hoger beroep en cassatie
    • - Buitengewoon zijn Cassatie in het belang van de wet en Herziening
  283. Wat is een verkort vonnis?
    is een vonnis waarin de bewijsmiddelen ontbreken. Het instellen van een uitspraak dat in een verkort vonnis is opgenomen, heeft altijd als regel tot gevolg dat het vonnis aangevuld moet worden met de ontbrekende gegevens. Dit omdat de verdachte anders het vonnis niet goed kan bestrijden.
  284. Door welk gerecht wordt Hoger Beroep behandeld?
    door het gerechtshof
  285. Door welk gerecht wordt cassatie behandeld?
    Door de Hoge Raad
  286. Wanneer kan Hoger Beroep worden ingesteld?
    • - bij misdrijven: de OvJ kan dit ongeacht de uitspraak doen; de verdachte alleen als hij niet vrijgesproken is.
    • - bij overtredingen: hetzelfde maar: geen hoger beroep is mogelijk als er geen straf of geen maatregel is ingesteld en als het gaat om geldboete niet hoger dan 50 euro. Bij verstekvonnis hoeft hij aan dit vereiste niet te voldoen.
  287. Wat zijn Bagatelzaken?
    Zaken waar de kracht van gewijsde onmiddellijk ingaat op het moment dat de rechter een geldboete van 50 euro of minder oplegt.
  288. Wat is het concentratiebeginsel?
    Beginsel waarbij hoger beroep ook mogelijk is voor tussenuitspraken maar alleen als tegen de einduitspraak ook hoger beroep wordt ingesteld
  289. Wat wordt bedoeld met "Appelleren is riskeren"?
    Indien hoger beroep wordt ingesteld wordt de zaak in volle omvang opnieuw beoordeeld. Men loopt dan de kans dat de straf hoger uitvalt.
  290. Wat is het verlofstelsel?
    hoewel Hoger beroep mogelijk is besluit de voorzitter dat het voor een goede rechtsbedeling niet nodig is de zaak in hoger beroep te behandelen
  291. Wat zijn de mogelijke einduitspraken in Hoger Beroep?
    • - bevestiging vonnis in eerste aanleg; 
    • - vernietiging van het vonnis en zelf uitspraak of
    • - vernietiging van het vonnis en terugverwijzing of verwijzing naar een ander rechtbank.
  292. Wat is het verschil tussen Hoger Beroep en cassatie?
    • In eerste aanleg en in Hoger beroep wordt gekeken naar de feiten. 
    • In cassatieberoep wordt gekeken of de rechtsregels op de juiste manier zijn toegepast.
  293. Kan het cassatieberoep worden beperkt tot een gedeelte van het vonnis of het arrest?
    Ja, bepaalde onderdelen van de uitspraak kunnen worden aangevochten zoals een strafuitsluitingsgrond of een straftoemetingsbeslissing.
  294. Kan een Hoger Beroep worden beperkt tot een gedeelte van het vonnis of het arrest?
    Nee, dit is anders wanneer verschillende strafbare feiten in één zaak zijn berecht door deze cumulatief ten laste te leggen. Het hoger beroep kan dan worden beperkt tot één of meer van die feiten.
  295. Wat zijn de cassatiemiddelen?
    De klachten
  296. Wat is de rol van de Procureur-Generaal bij cassatie?
    Hij neemt een conclusie waarin hij als onafhankelijke instantie de Hoge Raad adviseert over de te nemen beslissing en de redenen daarvoor. Hij reageert op de cassatiemiddelen maar kan ook ambtshalve zijn visie geven. De Hoge Raad hoeft dit advies niet over te nemen of te reageren op het standpunt.
  297. Wat is ambtshalve cassatie?
    Als buiten de ingediende cassatiemiddelen de Hoge Raad kan beslissen dat er een reden is voor cassatie, ook als deze niet was opgevoerd in de cassatiemiddelen.
  298. Op welke gronden kan bij cassatie een arrest vernietigd worden?
    • - verzuim van vormen (niet in acht te nemen van voorschriften) en
    • - schending van recht (onjuiste toepassing van een criterium).
  299. Wat zijn de mogelijke uitspraken in cassatieberoep?
    • - cassatieberoep wordt verworpen
    • - cassatieberoep wordt gegrond verklaard:
    •   * arrest wordt gedeeltelijk vernietigd (bijv. als slecht de strafoplegging niet juist was).
    •   * arrest wordt vernietigd.
  300. Wanneer is cassatieberoep in belang der wet mogelijk?
    Dit is mogelijk als een einduitspraak al in kracht van gewijsde is overgegaan en achteraf blijkt dat de uitspraak niet houdbaar is.
  301. Door wie kan cassatieberoep in het belang van de wet worden ingesteld?
    door de Procureur-generaal
  302. Wat staat centraal bij cassatieberoep in het belang van de wet?
    rechtseenheid en rechtsvorming
  303. Voor welke uitspraken staat cassatieberoep in het belang van de wet niet open?
    voor uitspraken van de Hoge Raad.
  304. Wat zijn de mogelijke uitspraken bij cassatieberoep in het belang van de wet?
    Het beroep kan gegrond worden verklaard of vernietigd
  305. Welke gevolgen heeft vernietiging van een beroep in cassatie in het belang van de wet voor de veroordeelde?
    Geen directe gevolgen, dit komt omdat de eerdere beslissing al in kracht van gewijsde is gegaan
  306. Wat is mogelijk voor een veroordeelde als het beroep op cassatie in het belang van de wet gegrond is verklaard?
    Het kan mogelijke argumenten opleveren voor een verdachte om een gratieverzoek in te dienen
  307. Waarbij kan herziening worden ingesteld?
    bij rechterlijke dwalingen
  308. Wat zijn de 3 limitatieve gronden voor Herziening?
    • 1) conflict van rechtspraak; de bewezenverklaringen van verschillende arresten of vonnissen zijn tegenstrijdig;
    • 2) er zijn nieuwe feiten of omstandigheden (een novum of meer nova) die, als zij bekend waren geweest bij de het onderzoek ter terechtzitting, tot een andere einduitspraak hadden geleid
    • 3) schending van een mensenrecht
  309. Wat is een bekend voorbeeld van een geslaagd beroep op herziening?
    De puttense moordzaak
  310. Wat gebeurt er bij een Novum bij een Herziening?
    Bij een novum of meer nova wordt de zaak uitvoerig behandeld, er volgt een openbare terechtzitting en er wordt een PG aangewezen om de zaak te leiden en deze neemt ook een conclusie.
  311. Wat gebeurt er als er gratie wordt verleend?
    Wanneer gratie wordt verleend worden straffen of maatregelen verminderd of kwijtgescholden
  312. Welke straffen komen in aanmerking voor gratie?
    Gratie kan alleen worden verleend voor straffen die door de strafrechter zijn opgelegd. Het is niet mogelijk om een verzoek om gratie in te dienen tegen een transactie.
  313. Wie is bevoegd om een gratieverzoek te behandelen, wie beslist daarover en hoe?
    De minister van Justitie, de kroon beslist middels kb
  314. Wat voor gronden zijn er voor gratie?
    • 1) er is sprake van een omstandigheid waarop onvoldoende rekening mee is gehouden bij de einduitspraak die als zij bekend waren geweest de rechter aanleiding hadden gegeven om anders te beslissen
    • 2) met de tenuitvoerlegging wordt de rechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid niet gediend (bijv. de gezondheid van de verdachte is erg verslechterd).
  315. Waar wordt het verzoek om gratie ingediend?
    Het verzoek om gratie moet worden ingediend bij de griffier van het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan
  316. Wat is een bezwaar of beklaag?
    een bezwaar tegen bepaalde strafvorderlijke handelingen die geen beslissing van een rechter zijn.
  317. Wanneer is een kort geding van toepassing?
    als er geen rechtsmiddel open staat en een bijzondere procedure ook niet mogelijk is
  318. Wanneer kan een veroordeelde niet in hoger beroep?
    Wanneer hij geheel is vrijgesproken
  319. Wie kan ten aanzien van misdrijven altijd in beroep?
    Het OM. De verdachte alleen als hij niet geheel is vrijgesproken.
  320. Wanneer verwijst het hof een zaak terug naar de rechtbank?
    Als het vonnis is vernietigd.
  321. Wat zijn grondrechten?
    Mensenrechten die in de grondwet zijn opgenomen
  322. Wat zijn de fundamentale rechten?
    Mensenrechten + grondrechten
  323. Wat wordt bedoeld met mensenrechten hebben verticale werking?
    de overheid is verplicht deze ter respecteren
  324. Wat wordt bedoeld met sommige mensenrechten hebben horizontale werking?
    de rechten kunnen ook opgeroepen worden door individuele burgers
  325. Wat wordt bedoeld met mensenrechten hebben
    geen absolute werking?
    onder sommige omstandigheden zal een beroep op mensenrechten niet slagen.
  326. Wanneer is inbreuk op mensenrechten toegestaan?
    • - als de wet in accordance with law is: er moet een wet zijn die het toelaat.
    • - er moet een noodzakelijkheid zijn, een necessary in a democratic society. De inbreuk moet dus redelijk en toelaatbaar zijn.
    • - het moet een doel dienen legitimate aim: volgens art. 8 lid 2 EVRM gaat het hier om bijv. het belang van de nationale veiligheid ea.
  327. Noem een aantal bronnen van mensenrechten.
    • - het EVRM
    • - het IVBPR (Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten)
    • - het ESH (Europees Sociaal Handvest)
    • - het IVESCR (Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten).
  328. Wat is bepaald in de grondwet over de werking van verdragen?
    dat de verdragen verbindende kracht hebben nadat ze zijn bekendgemaakt en dat Nederlandse wettelijke voorschriften geen toepassing vinden als ze in strijd zijn met de verbindende bepalingen in verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
  329. Wat is nodig om een verdrag om te zetten naar nationale wetgving?
    een transformatiewet
  330. Wat betekent het dat Nederland een monistisch stelsel heeft ten aanzien van verdragen?
    het verdragsrecht maakt deel uit van het Nederlandse recht vanaf het moment dat het is bekend gemaakt. Het moet dan wel gaan om ieder verbindende bepalingen
  331. Wie maken deel uit van het EVRM?
    Alle leden van de Raad van Europa
  332. Wat voor organisatieonderdelen heeft het EHRM?
    • 3 colleges: Comités, Kamers en de Grote
    • Kamer.
  333. Wat staan de letters EHRM voor?
    Europese Hof voor de Rechten van de Mens
  334. Waar staan de letters IVBPR voor?
    Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
  335. Waar staan de letters IVSCR voor?
    Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten
  336. Waar oordeelt het EHRM over?
    alleen over zaken waar het EVRM geschonden is
  337. Wat voor extra mogelijkheid heeft Nederland als een mensenrecht is geschonden en het EHRM heeft dat bepaald?
    Herziening
  338. Noem een aantal mensenrechten.
    recht op leven, veiligheid en vrijheid, eerlijk proces, privacy, legaliteitsbeginsel, verbod op foltering, discriminatie
  339. Noem 3 factoren voor een criminal charge.
    • 1) welke plaats wordt aan het feit toegeschreven in de nationale wetgeving
    • 2) wat is de aard van het feit en
    • 3) wat voor straf staat op het feit.
  340. Wanneer begint de "criminal charge"?
    op het moment waarop iemand aan bepaald overheidsoptreden de redelijke verwachting kan ontlenen dat tegen hem een vervolging zal worden ingesteld
  341. Kan er sprake zijn van "criminal charge" als er nog geen sprake is van vervolging?
    Ja
  342. Wat is de tegenhanger van het "nemo-teneturbeginsel" bij de mensenrechten?
    right not to incriminate oneself
  343. Wanneer werd het EVRM gesloten?
    in 1950
  344. Waarover ging de Kostovski-zaak in het EHRM?
    In deze zaak ging het om het gebruik van anonieme getuigen
  345. Wat verstaat de Hoge Raad onder privacy?
    De Hoge Raag weegt voor het bestaan van privacy af of iemand zich bevond in een situatie waarin hij onbevangen zichzelf wilde zijn.
  346. Wat is de eerste vraag die moet worden beantwoord bij een bij het EHRM ingediende klacht?
    De ontvankelijkheid.
  347. Hoe wordt het proces van het zoeken naar een juist antwoord op een rechtsvraag genoemd?
    rechtsvinding
  348. Welke vragen staan centraal bij strafrechtelijke rechtsvinding?
    Wat betekent een rechtsregel en hoe moet die worden toegepast in een concreet geval.
  349. Noem de stappen in het beslissingsmodel voor beantwoording van een rechtsvraag.
    • Stap 1: Wat is de rechtsvraag die moet worden beantwoord?
    • Stap 2: Welke rechtsregel moet daarbij worden gehanteerd?
    •           a) zegt de wettekst er wat over
    •           b) zegt de jurisprudentie er wat over
    •           c) zeggen de verdragen er wat over
    •           d) zegt de literatuur iets dat voor beantwoording van belang kan zijn
    • Stap 3: hoe moet de gevonden rechtsregel worden toegepast op de feiten in de casus.
  350. Wat voor interpretatiemethoden zijn er?
    • 1. De grammaticale interpretatiemethode
    • 2. De wetshistorische interpretatiemethode
    • 3. De anticiperende interpretatiemethode
    • 4. De rechtsvergelijkende interpretatiemethode
    • 5. De teleologische interpretatiemethode
  351. Wat is de teleologische interpretatiemethode en bij welk arrest stond deze centraal?
    de interpretatie naar het doel van de wetsbepaling. Deze was van belang in het Tandarts-arrest. Hierin was de vraag of elektriciteit een “goed” was.
  352. Waar is het arrest "Aanmerkelijke kans" standaardarrest voor?
    voor “voorwaardelijk opzet”
  353. Wat is het arrest "Cito" standaardarrest voor?
    begin bij uitvoering bij poging
  354. Waar is het arrest "Wormerveerse brandstichting" standaardarrest voor?
    medeplegen
  355. Waar is het arrest "Melk en water" standaardarrest voor?
    afwezigheid van alle schuld
  356. Wat zijn standaardarresten?
    uitspraken van de Hoge Raad waarin voor het eerst een geldend criterium wordt geformuleerd
  357. Wat zijn variatiearresten?
    deze geven of een nadere uitleg aan het criterium van het standaardarrest of het standaardcriterium wordt toegepast op een ander feitencomplex dan waarvan bij het standaardarrest sprake was.
  358. Waar is het arrest "Videodozen"variatiearrest voor?
    uiterlijke verschijningsvorm
  359. Waar is het arrest Grenswisselkantoor" variatiearrest voor?
    begin van uitvoering
  360. Waar is het arrest "Porsche" variatiearrest voor?
    voorwaardelijk opzet
  361. Waarom hebben arresten van de Hoge Raad het meeste gezag?
    Uitspraken van lagere rechters kunnen nog worden vernietigd door een hogere rechter. De Hoge Raad is het hoogste rechtscollege van ons land.
  362. Waarom putten raadslieden en advocaten-generaal voor de onderbouwing van hun standpunten uit de literatuur, en waarom put de rechter hier niet rechtstreeks uit?
    Literatuur is geen rechtsbron, hooguit een bron van kennis.
  363. Van welke bronnen kan de rechter gebruikmaken om een rechtsvraag te beantwoorden?
    Wetteksten, parlementaire geschiedenis, jurisprudentie, literatuur.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview