Hoofdstuk 6 t/m 10

Card Set Information

Author:
yamf21
ID:
302854
Filename:
Hoofdstuk 6 t/m 10
Updated:
2015-05-17 13:00:26
Tags:
YAMF21
Folders:

Description:
Bedrijfskundigeinformatica examen
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user yamf21 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat versta je onder positionering? HF 6.1
    Het bereiken van een positie die de organisatie positief onderscheid van andere aanbieders
  2. Op welke manieren (volgens Ansoff) is dat
    mogelijk? HF 6.1
    • 1. radiaal beter prestaties van product of dienst
    • 2. dratisch lagere prijs
    • 3. combinatie van beide (wenselijk maar zeer moeilijk te realiseren)
  3. Welke manieren van positionering wordt door
    Porter genoemd (ook wel generieke strategieën genoemd)? HF 6.1
    Om concurrentievoordeel te kunnen bereiken moeten onderstaande strategie toegepast worden.

    • Differentiatie
    • lage kosten
    • Focus
  4. Welke manieren om concurrentievoordeel te
    behalen wordt door D’Aveni aangegeven? HF
    6.1
    • Kosten-of een kwaliteitsvoorsprong
    • betere timing
    • betere know how
  5. Welke manieren worden beschreven dooor Treacy en Wiersema om marktleider te worden? HF 6.1
    • Operational excellence
    • product leadership
    • customer intimacy
  6. Wat houdt laagste kosten strategie in en welke
    gevaren zijn er? HF 6.2
    De laagsteprijs per eenheid per product of dienst die verkocht wordt.

    Het gevaar hiervan is dat concurrente deze strategie gaan imiteren, tecnologische veranderingen waardoor concurrenten nieuwe technologieen kan gebruiken om kosten te verlagen.
  7. Op welke manieren kan je een laagste kosten strategie formuleren? HF 6.2
    Formuleren laagste kosten strategie:

    Organisatie moet de waardeketen goed kennen. Daarnaast zijn de cost-drivers van belang => zij bepalen de hoogte van de kosten per eenheid product.


    • Kaplan & Burns; Abc methode
    • (activity based costing) het gedrag van de kosten vaststellen.
  8. Noem aantal kost drivers (bij laagste kosten
    strategie) welke door Porter zijn benoemd?
    Porter: Costdrivers zijn;     

    • - Schaalgrootte = coördinatie nodig is, kan vertraging optreden.
    • - Experience effect = leiding moet dit sturen 
    • - Bezettingsgraad = machines/ installaties/ bezetting kunnen spreiden        
    •                               
    • - Relaties binnen de activiteiten 
    • - Relaties tussen de waardeketen van leveranciers en afnemers
    • - Timing
    • - Plaats
  9. Hoe is volgens Porter kosten voordeel te behalen (2 manieren)? Geef hierbij aan hoe
    elk van de aangegeven manieren verder uitgewerkt kunnen worden ? Welke
    mogelijkheden zijn er? HF 6.2
    • beheersen van de costdrivers
    • herontwerpen van waardeketen
  10. Wat wordt onder een differentiatiestrategie
    verstaan? Welke mogelijkheden kun je hierbij benoemen (2-tal)?  HF 6.3
    De organisatie  zet zicht toe aan het leveren van producten en diensten die zich positief onderscheiden van andere aanbieders.

    • Mogelijkheden:
    • Unieke kermenrken van product of dienst
    • Additinele dienstverlening
    • Design
    • kwaliteit of duurzaamheid van de gebruikte materialen
    • timing: innovator of volger.
  11. Wat is het verschil tussen differentiatiestrategie en laagste kosten strategie? HF 6.3.1
    Differentietie strategie wordt toegepast om de organisatie positief te onderscheiden van de rest. Kostenstrategie wordt toegepast om de laagste kosten per product eenheid of dienst aan te bieden.
  12. Wat zijn de gevaren van een differentiatie
    strategie? HF 6.3.2
    • imitatie van concurrenten
    • onderscheidende kenmerken van product die door de afnemer niet meer op prijs wordt gesteld (bijv. Bont verwerken in kleiding)
    • Kosten niveau die door de afnemer niet meer betaald kan worden
  13. Welke stappen stelt Porter voor als het gaat om het formuleren van een differentiatie strategie? HF 6.3.2
    Formuleren van differentiatie:

    - Wie is de koper? Particulier/ bedrijf/ doelgroep.

    -Wat is de waardeketen van de klant en hoe kan het bedrijf dit beïnvloeden?

    -Hoe is de koopcriteria van de klant?

    • -Op een unieke manier de waardeketen van het bedrijf gebruiken om aan de wensen
    • van de  klant tegemoet te komen.

    - De kosten om de unieke aanbieding tot stand te brengen zijn van belang.
  14. Wat zijn de gevolgen van hogere kwaliteit? HF 6.3.3
    • hogekwaliteit heeft betrekking op 3 vlakken:
    • Het leidt tot hogere prijzen en een lagere gevoeligheid voor prijzen oorlog
    • Het is de basis voor een groei van de markt en een hoger markt aandeel
    • Het leidt tot lagere kosten in het productieporces en de aftersales
  15. Op basis waarvan kan een organisatie er van uit gaan of men een laagste kosten strategie of een differentiatie strategie moet volgen? Welk tool is hiervoor ontwikkeld en door wie? HF 6.4
    Vier acties raamwerk, waarbij een organisatie zich het volgende moet afvragen:

    - Welke factoren die in de bedrijfstak als van zelfsprekend beschouwd worden binnen de bedrijfstak kunnen geëlimineerd worden?

    -Welke factoren kunnen gereduceerd worden naar een lager niveau dat in de bedrijfstak geld?

    - Welke factoren kunnen we verhogen tot boven een  niveau dat in de bedrijfstak geld?

    - Welke factoren kunnen we creëren die nog niet aangeboden worden?
  16. Hoe verhoudt de differentiatiestrategie zich t.o.v. de winstgevendheid? HF 6.3.3
  17. Leg uit waarom het bij het formuleren van een laagste kosten strategie voor een onderneming belangrijk is om de waardeketen of value chain goed te kennen? Blz 193
    Op deze manier kan inzicht verkregen worden in de factoren of activiteiten die de hoogte van de kosten bepalen. Hierdoor kan nagegaan worden hoe de waardeketen van de organisatie verbeterd kan worden
  18. Wat is het verschil tussen spreidingstrategie en positioneringstrategie?
    met spreidingstr. probeert de organisatie activiteiten te verrichten die de meeste kand io succes bieden. Positionerenstr. gaat erom dat de organisatie zicht onderscheidt van de concurrentie in de ogen van de afnemer.
  19. Wat wordt verstaan onder ketenintegratie? Leg uit waarom ketenintegratie voor ondernemingen een goede manier kan zijn om de eigen kosten te verlagen? Blz 193
    bij ketenintegratie worden de activiteiten van 1 of meerdere organisaties vna hetzelfde bedrijfskolom op elkaar af te stemmen

    Hierdoor kunnen voorraden lager worden waardoor de opslagkosten vermidnedrerne ne de de risico's op diefstal/brand bepert worden. (krachten bundelen)
  20. Op welke manier kan de waardeketen of value chain een onderneming helpen bij het formuleren van een differentiatiestrategie? Blz 193
    het kennen van de eigen waardeketen helpt bij het vinden van de onderdelen of activiteteiten waarmee de organisatie zich kan onderscheiden van de concurrentie.
  21. Het combineren van twee positionering strategieën binnen een onderneming is strategisch gezien zeer onverstandig?
    Motiveer je antwoord? Blz193
    Volgens porter leidt een lagekostenstrategie en een differentieatiestrategie tot "stuck in the middle"
  22. Welke signalen kunnen tot een noodzaak van samenwerking leiden? HF 7.1
    informatie uit eigen organisatie over spreiding en positioneren

    Informatie van buiten over spreiding en positioneren

    Stijging van kosten

    Deregulering
  23. Welke twee vormen van samenwerking zijn te
    onderscheiden? Wat is het verschil tussen beiden? HF 7.3
    • totale samenwerking (fusie of overname)
    • Partiele samenwerking (Joint venture en strategische alliantie.
  24. Wat is het verschil tussen een fusie en een
    overname? "totale samewerking) HF 7.3
    Er ontstaat een neiuwe juridische entiteit, een fusie heeft betrekking wanneer 2 gelijkwaardige partners in een nieuwe organisatie opgaan.

    Van overname is sprake wanneer de ene partner duidelijk sterker is, en de aandelen of activiteiten van de ander koopt.
  25. Wanneer spreekt men van een strategische
    alliantie? Geef een voorbeeld. (partiele samenwerking) HF 7.3
    gaan 2 of meer parners bij een deel van hun soms nieuwe activiteiten samenwerken. Bij een joint venture brengt de nieuwe partners een deel van hun activiteiten in een nieuwe juridische eenheid.
  26. Wat is leidinggeven? HF 8.1
    Leidinggeven is het onzetten van genomen beslissingen in concrete acties.
  27. Waarop is de invloed of de macht van de
    leidinggevende gebaseerd, volgens Kotter?
    HF 8.1
    Gevoel van  verplichting: De manager doet kleine dingen voor een medewerker die dat zeer op prijs stelt.

    Geloof in kundigheid: de medewerker doet wat de leidinggevende zeg omdat er goede reslutaten zullen volgen.

    Indentificatie met manager: De medewe. ziijn eens met wat de manager wil bereiken

    Afhankelijkheid vna de manager: De manager gaat over beloning en straf.

    Formele positie: de leidinggevende heeft de formele macht om iets op te dragen.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview