voc 2000 liste 5

Card Set Information

Author:
me1234
ID:
303204
Filename:
voc 2000 liste 5
Updated:
2015-05-25 10:12:03
Tags:
frans
Folders:
voc. 2000
Description:
lijst 5 van voc 2000
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user me1234 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. un organe
    een orgaan
  2. l'organisme 
    het organisme
  3. organique 
    organisch
  4. physique
    fysiek; lichamelijk
  5. un squelette
    een skelet
  6. la physionomie
    de gelaatsuitdrukking
  7. la toilette
    het toilet
  8. une douche
    een douche
  9. un shamp(o)ing
    een shampoo
  10. un déodorant
    een deo
  11. un spray
    een spray
  12. un parfum
    een parfum
  13. le charme
    de charme
  14. charment(e)
    charmant
  15. charmer
    chermeren
  16. érotique
    erotisch
  17. l'érotisme (m)
    de erotiek
  18. le sexe
    het geslacht
  19. sexuel(le)
    seksueel
  20. la sexualité
    de seksualiteit
  21. une hormone
    een hormoon
  22. visuel(le)
    visueel
  23. le signalement
    het signalement
  24. robuste
    robuust
  25. la crâne
    de shedel
  26. le front
    het voorhoofd
  27. le sourcil
    de wenkbrauw
  28. un cil
    een wimper
  29. une paupière
    een ooglid
  30. la joue
    de wang
  31. le menton
    de kin
  32. une lèvre
    een lip
  33. une moustache
    een snor
  34. une barbe
    een baard
  35. la gorge
    de keel
  36. la langue
    de tong
  37. le cou
    de hals
  38. la colonne vertébrale
    de ruggengraat
  39. une épaule
    een schouder
  40. le coude
    de elleboog
  41. un poing
    een vuist
  42. le poignet
    de pols
  43. un doigt
    een vinger
  44. un pouce
    een duim
  45. un ongle
    een nagel
  46. le ventre
    de buik
  47. une hanche
    een heup
  48. une cuisse
    een dij
  49. un gonou
    een knie
  50. une cheville
    een enkel
  51. un orteil
    een teen
  52. un doigt de pied
    een teen
  53. le peau
    de huid
  54. les entrailles(f)
    de ingewanden
  55. un estomac
    een maag
  56. le coeur
    het hart
  57. le foie
    de lever
  58. un poumon
    een long
  59. un muscle
    een spier
  60. un nerf
    een zenuw
  61. une veine
    een ader
  62. le sang
    het bloed
  63. une serviette ( de toilette)
    een handdoek
  64. un gant de toilette
    een washandje
  65. une brosse à dents
    een tandenborstel
  66. un dentifrice
    een tandpasta
  67. le savon
    de zeep
  68. un raison
    een scheermes; een scheerapparaat
  69. se raser
    zich scheren
  70. la coiffure
    het kapsel
  71. la laque
    de lak
  72. le maquillage
    de make-up; de maquillage
  73. un rouge à lèvres
    een lippenstift
  74. un vernis à ongles
    een nagellak
  75. un fard à paupières
    een oogschaduw
  76. un rimmel
    een mascara
  77. une ride
    een rimpel
  78. maigre
    mager
  79. la poitrine
    de borst
  80. le sein
    de borst
  81. les membres (m)
    de ledematen
  82. une jambe
    een been
  83. un os
    een been; een bot
  84. un sens
    een zintuig
  85. sensible
    gevoelig
  86. insensible
    ongevoelig
  87. une sensation
    een gevoel; een gewaarwording
  88. la vue
    het gezicht
  89. visible
    zichtbaar
  90. invisible
    onzichtbaar
  91. un coup d'oeil
    een oogopslag; een blik
  92. un regard
    een blik
  93. se fixer (sur)
    zich richten (op); zich vestigen (op)
  94. un goût
    een smaakzin
  95. un goût
    een smaak
  96. un rire
    een lach
  97. le son
    een klank
  98. une voix
    een stem
  99. sonner
    klinken
  100. glacé
    ijskoud
  101. le froid
    de kou
  102. la transpiration; la sueur
    het zweet
  103. transpirer, suer
    zweten
  104. fatigant
    vermoeiend
  105. fatigué(e)
    vermoeid
  106. fatiguer
    vermoeien
  107. la fatigue
    de vermoeidheid
  108. avoir sommeil
    vaak hebben; slaap hebben; slaperig zijn
  109. donner sommeil
    slaperig maken; slaap geven
  110. profondément
    vast; diep
  111. un repos
    een rust
  112. se reposer
    rusten
  113. une nuit blanche
    een slapeloze nacht
  114. s'endormir
    inslapen
  115. réveiller
    wekken; wakker maken
  116. se réveiller
    wakker worden
  117. se lever
    opstaan
  118. se paigner
    zich kammen
  119. chauve
    kaal
  120. se faire
    verzorgen
  121. se coiffer
    zich kammen; zijn/haar kapsel in orde brengen
  122. coiffé(e)
    gekapt; gekamd
  123. un coiffeur pour dames
    een dameskapper
  124. brun(e)
    bruin
  125. séduisant
    verleidelijk
  126. séduire
    verleiden
  127. bronzé(e)
    bruin, gebruind (door de zon)
  128. bronzer
    bruinen
  129. le bronzage
    de bruine huidskleur (van de zon)
  130. un solarium
    een zonnebank
  131. vieillir
    verouderen
  132. joli
    knap
  133. un produit solaire
    een zonnecrème
  134. un coup de soleil
    een zonnesteek
  135. doux, douce
    zacht
  136. lisse
    glad
  137. la douceur
    de zachtheid
  138. rude
    ruw
  139. soigner
    verzorgen
  140. un physique
    een uiterlijk
  141. bien faite
    mooi gebouwd
  142. physique
    lichamelijk; fysish
  143. mince
    slank
  144. une ligne
    een slank figuur
  145. une taille
    een taille; een middel
  146. une taille
    een lengte; een gestalte
  147. une taille
    een maat ( van kleren)
  148. une pointure
    een schoenmaat
  149. grossir
    verdikken
  150. maigrir
    vermageren
  151. grandir
    groeien; groter worden
  152. respirer
    ademen
  153. la respiration
    de ademhaling
  154. une haleine
    een adem
  155. un souffle
    een adem
  156. roux; rousse
    ros
  157. rajeuner
    verjongen; jonger maken
  158. un visage
    een gezicht
  159. une figure
    een gezicht
  160. fin, fine
    fijn ; slank

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview