Financiële instrumenten

Home > Preview

The flashcards below were created by user Anonymous on FreezingBlue Flashcards.


  1. Vuilnisbak model (ad-hoc besluitvorming)
    • Geen doelstellingen m.b.t. effecten,
    • Geen kennis m.b.t. oplossingen
  2. Intersubjectief model (overleg & onderhandelen)
    • Geen doelstellingen
    • Wel kennis van oplossingen
  3. Incrementele besluitvorming (doormodderen)
    • Wel doelstellingen
    • Geen kennis van oplossingen
  4. Rationele besluitvorming (calculatie)
    • Wel doelstellingen
    • Wel kennis van mogelijke oplossingen
  5. 4 planningsvormen
    • Normatief: basisdoelstellingen, identiteit organisatie. lange planperiode en grote reikwijdte. Strategisch: relatie organisatie met omgeving. lange termijn en grote reikwijdte.
    • Organisatorisch: hoe organiseren, structuur en overlegvormen. middel-lange termijn redelijke reikwijdte.
    • Operationeel: uitvoering. korte termijn en beperkte reikwijdte
  6. 4 planningsstijlen
    • Inactieve: tijdelijk, lost zich zelf op
    • Reactieve: hoe het vroeger ging was beter.
    • Proactieve: goed voorbereiden en goed je best doen.
    • Interactieve: meer integrale benadering.
  7. Budgetbepaling
    Input, proces, outputbudgettering
  8. Inputbudgettering
    financiert de aanwezige inputfactoren, omvang van middelen die voor  een instelling door een financier beschikbaar worden gesteld (loonkosten, kapitaallasten)
  9. Procesbudgettering
    bepaalde verhouding tussen middelen en taakstellingen of processen.
  10. Outputbudgettering
    Budget is afhankelijk van de omvang van geleverde producten of diensten. aantal genezen patiënten is belangrijk voor budgetbedrag.
  11. Gesloten/open einde
    • moment waarop budget wordt vastgesteld. gesloten: budget aan begin bepalen.
    • open: tijdens budgetperiode omvang van budget bepalen.
  12. Balanced scorecard
    nieuw systeem voor prestatiemeting en een strategisch managementinstrument. organisatiemissie en -strategie.
  13. Balanced Scorecard. Breder dan alleen financiën
    • Financieel: hoe aantrekkelijk is de onderneming voor aandeelhouders en vermogensverschaffers.
    • klant: toetsen van klanttevredenheid.
    • interne processen: tijd, kwaliteit, kosten en functionaliteit
    • innovatie en groei: verkopen nieuwe producten
  14. opbrengstverwervende non-profit
    inkomsten door leveren betaalde producten/diensten. elkien.
  15. bestedingsgerichte non-profit
    inkomsten uit bijdrage waar geen directe tegenprestaties tegenover staan. Gemeente, ziekenhuis.
  16. Beginselen jaarrekening
    • Continuïteit: organisatie blijft bestaan voor aantal jaren, anders kan je machines verkopen voor winst.
    • Toerekening: ik heb die machine in die periode gekocht.
    • voorzichtigheid: als je je debet te hoog inscht dan worden schulden hoger.
    • realisatie: je mag pas dingen boeken als die gerealiseerd zijn.
    • stelselmatig: de wijze van verslaglegging elk jaar hetzelfde maken.
  17. Liquiditeit
    • in hoeverre kan een organisatie op korte termijn aan zijn verplichtingen voldoen?
    • current ratio: vlottende activa/kortlopende schulden. groter dan 1
    • Quick ratio: vlottende activa-voorraden+liquide middelen/kort vreemd vermogen.
  18. Solvabiliteit
    mate waarin de organisatie haar verplichten kan voldoen op lange termijn.  eigen vermogen/vreemd vermogen. onder 1.
  19. Rentabiliteit
    belangrijk voor succes van een profit-organisatie. netto winst/gemiddelde eigen vermogen*100
  20. Dekkingsgraad
    opbrengsten/kosten. onder 100%
  21. Dienstverlening organisatie
    clientgerichte organisatie: onderwijs, ziekenhuis, gevangenis, elkien.
  22. Charitatieve instellingen
    ledenorganisatie, kerk, vakbond. afhankelijk van bijdrage van derden (donatie)
  23. verschillende overheden
    publiek georiënteerde, rijk, provincie. brengen collectieve goederen en diensten voort.
  24. New Public Management
    • verzamelnaam voor de concrete maatregelen sinds 1980 ter verbetering van de bedrijfsvoering in overheidsorganisaties.
    • Introductie 'marktconforme' bedrijfsvoeringsmethoden: moderne plannings- en budgetteringstechnieken.
    • Stimuleren van besturen van prestaties.
  25. Bedrijfsmatig werken
    • klantgericht
    • meer concurrentie overheden
    • sturen op productie en prestaties
    • flexibele beloning

Card Set Information

Author:
Anonymous
ID:
314549
Filename:
Financiële instrumenten
Updated:
2016-01-23 17:12:25
Tags:
Financiële instrumenten
Folders:

Description:
financiële instrumenten non-profit
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview