Preposities in dutch

The flashcards below were created by user Guilty_Sly on FreezingBlue Flashcards.

  1. wat is er ... de hand
    • aan
    • wat is er aan de hand
    • (what's going on)
  2. ... rust te komen
    • tot
    • tot rust te komen
    • (to relax)
  3. praten ....
    • over
    • praten over
    • (to talk about)
  4. .... ogen houden
    • voor
    • voor ogen houden
    • (keep in mind)
  5. houd de moed er ..
    • in
    • houd de moed erin
    • (keep the courage)
  6. geven ...
    • aan
    • geven aan
    • (to give)
  7. je hebt vat .. je eigen leven
    • op
    • je hebt vat op je eigen leven
    • (you have control over your own life)
  8. je hoofd ..... water te houden
    • boven
    • je hoofd boven water te houden
    • (to hold on)
  9. ... de kaart zijn
    • van
    • van de kaart zijn
    • (to be dismayed)
    • (to be worried)
  10. tevreden ...
    • met
    • tevreden met
    • (satisfied)
Author:
Guilty_Sly
ID:
315289
Card Set:
Preposities in dutch
Updated:
2016-02-04 06:04:49
Tags:
Preposities dutch
Folders:

Description:
Preposities in dutch what is the correct prepositie
Show Answers: