10A

Home > Preview

The flashcards below were created by user Madeleine on FreezingBlue Flashcards.


  1. ειμι (inf. ειναι)
    Zijn
  2. καθιζω
    (Gaan) zitten
  3. παλαιος
    oud, van vroeger
  4. κρατεω + gen
    Macht hebben over, overwinnen
  5. αυτων/ αυτων/ αυτων
    (Van) hen (gen.
  6. αυτοις/ αυταις/ αυτοις
    (aan/voor) hen/ hun (dat.)
  7. αυτους/ αυτας/ αυτα
    hen (acc.)
  8. εγγυς + gen
    Dichtbij
  9. Ta kaka
    Rampen, ongeluk
  10. ακουω + gen (bij personen)
    Horen, luisteren (naar)
  11. μη
    Niet (bij gebiedende wijs)
  12. μηκετι
    niet meer (bij gebiedende wijs)
  13. αποπεμπω
    Terugsturen, wegsturen
  14. αυτου/ αυτης/ αυτου
    (van) hem/ haar/ het (gen)
  15. αυτωι/ αυτηι/ αυτωι
    (aan/voor) hem/ haar/ het (dat)
  16. αυτον, αυτην, αυτο
    hem/ haar/ het (acc)
  17. όιος τε ειμι + inf
    In staat zijn om, kunnen
  18. έτοιμος (+inf)
    Bereid, gereed, klaar (om te)
  19. αριστος
    • 1. Beste
    • 2. Zeer goed

Card Set Information

Author:
Madeleine
ID:
317723
Filename:
10A
Updated:
2016-03-21 18:50:22
Tags:
grieks woordjes
Folders:
grieks,woordjes,10
Description:
grieks woordjes
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview