4

Home > Preview

The flashcards below were created by user Madeleine on FreezingBlue Flashcards.


  1. Rex, regem
    Koning
  2. Mors, mortem
    (De) dood
  3. Regnum
    Heerschappij
  4. Vir, virum
    Man
  5. Bonus, bona, bonum
    Goed
  6. Malus, mala, malum
    Slecht
  7. Frater, fratrem
    Broer
  8. Necat
    (Hij) doodt
  9. Nunc
    Nu
  10. Novus, nova, novum
    Nieuw
  11. Pulcher, pulchra, pulchrum
    Mooi
  12. Puella
    Meisje
  13. In + acc
    Naar, naar binnen
  14. Ducit
    (Hij) leidt, brengt
  15. Facit
    (Hij) maakt
  16. Laetus, laeta, laetum
    Blij
  17. Apud + acc
    Bij
  18. Silva
    Bos
  19. Magnus, magna, magnum
    Groot
  20. Obscurus, obscura, obscurum
    Donker, duister
  21. Fluvius
    Rivier
  22. Parvus, parva, parvum
    Klein
  23. Ambulat
    (Hij) wandelt
  24. Ad + acc
    Naar, bij, tot
  25. Aqua
    Water
  26. Subito (bijw.)
    Plotseling
  27. Videt
    (Hij) ziet
  28. Cupit
    (Hij) verlangt (naar), (hij) begeert
  29. Valde (bijw.)
    Erg, zeer
  30. Lacrimat
    (Hij) huilt
  31. Clarus, clara, clarum
    Helder, beroemd
  32. Gloria
    Roem
  33. Deinde
    Daarna, vervolgens
  34. Non iam
    Niet meer
  35. Morbus
    Ziekte
  36. Verus, vera, verum
    Echt, waar
  37. Causa
    reden, oorzaak
  38. Cognoscit
    (Hij) leert kennen, verneemt
  39. Iratus, irata, iratum
    Boos
  40. Cogitat
    (Hij) denkt aan, overweegt
  41. Miser, misera, miserum
    Ongelukkig
  42. Solus, sola, solum
    Alleen , (als) enige
  43. Timidus, timida, timidum
    Bang
  44. Ubi?
    Waar?
  45. Sunt
    (Zij) zijn
  46. Filii (nom. Mv.)
    Zonen
  47. Quis?
    Wie?
  48. Meus, mea, meum
    Mijn

Card Set Information

Author:
Madeleine
ID:
317726
Filename:
4
Updated:
2016-03-21 18:49:19
Tags:
latijn woordjes
Folders:
latijn,woordjes,4
Description:
latijn woordjes
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview