11A

Home > Preview

The flashcards below were created by user Madeleine on FreezingBlue Flashcards.


  1. Suus, sua, suum
    Zijn (eigen), haar (eigen), hun (eigen) (slaat terug op het onderwerp van de zin)
  2. Iudicium
    Proces, vonnis oordeel
  3. Iudex, iudicis
    Rechter
  4. Narro (narrare)
    Vertellen
  5. Mihi (dat.)
    (Aan) mij
  6. Serva
    Slavin
  7. Natus, nata, natum
    Geboren
  8. Igitur
    Daarom, dus
  9. Placeo, Placui (placēre) +dat.
    Bevallen, in de smaak vallen
  10. Licet + dat.
    Het is toegestaan, het is mogelijk
  11. Absum, abfui (abesse)
    Afwezig zijn
  12. Adventus
    (Aan) komst
  13. Exspecto (exspectare
    (Af) wachten, verwachten
  14. Tibi (dat.)
    (Aan) jou
  15. Domum (Acc.)
    Naar (het) huis (bij ww. Van gaan)
  16. Taceo, tacui (tacēre)
    Zwijgen
  17. Omnia (onz. Mv.)
    Alles
  18. Scio (scire)
    Weten
  19. Aspicio, aspexi (aspicęre)
    Kijken naar, aamschouwen (aan) hem, (aan) haar, eraan
  20. Quidem ... Sed
    Weliswaar ... Maar
  21. Concedo, concessi (concendęre)
    Zwichten
  22. Liber, libera, liberum
    Vrij
  23. Si
    Als

Card Set Information

Author:
Madeleine
ID:
319281
Filename:
11A
Updated:
2016-04-23 18:22:04
Tags:
latijn
Folders:
latijn,woordjes
Description:
latijn woordjes
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview