l.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
484
Filename:
l.txt
Updated:
2009-10-24 03:25:55
Tags:
Nederlandse \'l\' woorden
Folders:

Description:
Dutch vocab
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. la; de
    drawer (mv
  2. laden)
    laag; de
  3. layer; coating
    laag
  4. low; base
    laaien
  5. to blaze; flame
    laan; de
  6. avenue
    laars; de
  7. boot
    laat
  8. late
    laatst
  9. the other day; last
    lach(je); de
  10. laugh; smile
    lachen
  11. to laugh
    lachwekkend
  12. laughable
    ladder; de
  13. ladder
    lade; de
  14. drawer
    laf
  15. cowardly
    lafaard; de
  16. coward
    lak; de
  17. lacquer; enamel
    laken; het
  18. sheet; cloth
    laks
  19. lazy; lax
    lam; het
  20. lamb (mv
    lammeren)
  21. lamp; de
    bulb; lamp
  22. lanceren
    to launch (a rocket)
  23. land; het
    country
  24. landaanwinning; de
    land reclamation
  25. landbouw; de
    agriculture
  26. landen
    to land
  27. landgenoot; de
    countryman
  28. landgenote; de
    countrywoman
  29. landschap; het
    landscape; scenery
  30. lang
    long; tall
  31. langs
    along
  32. langzaam
    slow
  33. langzamerhand
    gradually
  34. lantaarn; de
    lantern
  35. lapje; het
    piece of cloth; rag
  36. larie(koek); de
    stuff and nonsense
  37. lassen
    to weld
  38. last; de
    load; burden
  39. laster; de
    slander
  40. lastig
    difficult; hard
  41. lat; de
    slat
  42. laten
    to leave; allow; permit; let; stop; have; make
  43. later
    later; afterwards
  44. laurier; de
    laurel
  45. lauw
    tepid; lukewarm
  46. lawaai; het
    noise; din
  47. lectuur; de
    reading matter
  48. ledematen; de
    limbs; members
  49. leder; het
    leather
  50. leed; het
    sorrow; grief
  51. leedvermaak; het
    Schadenfreude
  52. leeftijd; de
    age; lifetime
  53. leeg
    empty
  54. leek; de
    layman
  55. leer; het
    leather
  56. leer; de
    apprenticeship
  57. leerboek; het
    textbook; manual
  58. leerjaar; het
    course year
  59. leerkracht; de
    teacher
  60. leerling; de
    pupil
  61. leesboek; het
    reading book
  62. leesbril; de
    reading glasses
  63. leeuw; de
    lion
  64. leeuwin; de
    lioness
  65. legende; de
    legend
  66. leger; het
    army
  67. leges; de
    legal charges
  68. leggen
    to lay; put; place
  69. legitimatiebewijs; het
    identity papers
  70. leiden
    to lead; conduct
  71. leider; de
    leader; guide
  72. leidraad; de
    guide; guideline
  73. leien
    slate (adj)
  74. let; het
    leak
  75. lekken
    to leak
  76. lekker
    nice; delicious
  77. lelie; de
    lily
  78. lelijk
    ugly; plain
  79. lelijkheid; de
    ugliness
  80. lenen
    to lend; borrow
  81. lengte; de
    length; height; size
  82. lengtemaat; de
    linear measure
  83. lenig
    supple
  84. lening; de
    loan
  85. lens; de
    lens
  86. lente; de
    spring
  87. lepel; de
    spoon
  88. lepeltje; het
    teaspoon
  89. leraar; de
    teacher
  90. lerares; de
    f
  91. teacher
    leren
  92. to learn; teach
    leren
  93. leather (adj)
    les; de
  94. lesson
    letten op
  95. pay attention to
    letter; de
  96. letter (alphabet)
    letterlijk
  97. literal(ly)
    leugen; de
  98. lie
    leugenaar; de
  99. liar
    leugenachtig
  100. untruthful
    leuk
  101. amusing; nice; funny; pleasant
    leunen
  102. to lean; recline
    leuning; de
  103. rail; bannister
    leunstoel; de
  104. armchair
    leus; de
  105. slogan
    leven; het
  106. life
    leven
  107. to live
    levend
  108. living
    levendig
  109. lively
    levenslang
  110. for life
    levensmiddelen; de
  111. provisions; food
    lever; de
  112. liver
    leverancier; de
  113. supplier
    leverbaar
  114. in supply
    leveren
  115. to deliver; supply
    levering; de
  116. delivery
    leverworst; de
  117. liver sausage
    lezen
  118. to read
    lezer; de
  119. reader
    lezing; de
  120. lecture
    lichaam; het
  121. body
    lichaamsbouw; de
  122. build; physique
    lichaamslengte; de
  123. height
    licht; het
  124. light
    lichtgeraakt
  125. touchy
    lid; de
  126. member; limb (mv
    leden)
  127. lidmaatschap; het
    membership
  128. lied; het
    song
  129. liedje; het
    song; ditty
  130. lief
    dear; beloved; sweet
  131. liefdadigheid; de
    charity
  132. liefde; de
    love
  133. liefhebben
    to love
  134. liefkozen
    to fondle; caress
  135. liefst
    rather
  136. liefste
    dear; sweetheart
  137. liegen
    to fib; lie
  138. lies; de
    groin
  139. lieveling; de
    darling; pet
  140. liever
    rather
  141. lieverd; de
    darling
  142. lift; de
    elevator
  143. liggen
    to lie; be situated
  144. lijden
    to suffer; endure
  145. lijk; het
    body
  146. lijk; het
    corpse
  147. lijken
    to resemble; seem
  148. lijm; de
    glue
  149. lijn; de
    line; string; cord
  150. lijndienst; de
    regular service
  151. lijst; de
    list; register
  152. likdoorn; de
    corn
  153. likken
    to lick
  154. lila
    lilac
  155. limonade; de
    lemonade
  156. linker
    left
  157. linkerhand; de
    left hand
  158. linkerkant; de
    left side
  159. links
    left; left handed
  160. linksaf
    to the left
  161. linnen; het
    linen
  162. lint; het
    ribbon
  163. lip; de
    lip
  164. liquideren
    to liquidate
  165. list; de
    trick; ruse
  166. listig
    sly; cunning
  167. liter; de
    litre
  168. literair
    literary
  169. literatuur; de
    literature
  170. litteken; het
    scar
  171. loeien
    to moo; howl
  172. loempia; de
    eggroll
  173. lof; de
    praise
  174. logeren
    to stay
  175. logies; het
    accommodation
  176. logisch
    logical
  177. lok; de
    lock; curl
  178. lokaal; het
    class room
  179. lokaal
    local
  180. lokaas; het
    bait
  181. loket; het
    ticket window; counter
  182. lokken
    to lure; entice
  183. lol; de
    fun
  184. lomp
    ungainly; rude; clumsy
  185. long; de
    lung
  186. lonken
    to ogle
  187. lont; de
    fuse
  188. lood; het
    lead
  189. loods; de
    pilot (on a ship)
  190. loom
    slow; heavy; languid
  191. loon; het
    wages; pay
  192. loopbaan; de
    career
  193. lopen
    to walk; go; run
  194. lopend
    on foot
  195. los
    loose; undone; unfastened
  196. losbol; de
    rake; irresponsible person
  197. losbreken
    to break loose
  198. loslaten
    to let loose; set free
  199. losmaken
    to undo; untie; unbutton
  200. lossen
    to unload (ship)
  201. lot; het
    fate
  202. loten
    to draw lots
  203. loterij; de
    lottery; draw
  204. louter
    mere; pure; sheer
  205. loven
    to praise
  206. lucht; de
    air; smell; scent; sky
  207. luchten
    to air; ventilate
  208. luchthartig
    light hearted
  209. luchthaven; de
    airport
  210. luchtig
    airy; light
  211. luchtledig; de
    vacuum
  212. lucifer; de
    match
  213. lui
    lazy; idle
  214. luiaard; de
    lazy bones
  215. luid
    loud
  216. luiden
    to ring (church bells)
  217. luidruchtig
    noisy
  218. luik; het
    shutter
  219. luilak; de
    lazy bones
  220. luis; de
    louse
  221. luisteren
    to listen
  222. luistergeld; het
    radio license fee
  223. lukken
    to succeed
  224. lummel; de
    lout; stupid person
  225. lunch; de
    lunch
  226. lunchen
    to have lunch
  227. lust; de
    lust; delight; desire
  228. lusteloos
    listless
  229. lusten
    to fancy
  230. luxe; de
    luxury
  231. luxueus
    luxurious

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview