r.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
489
Filename:
r.txt
Updated:
2009-10-24 03:27:42
Tags:
Nederlandse \'r\' woorden
Folders:

Description:
Dutch vocab
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. raad; de
    advice; counsel; council
  2. raadplegen
    to consult
  3. raadsel; het
    riddle; puzzle
  4. raadselachtig
    puzzling
  5. raadzaam
    advisable
  6. raaf; de
    raven
  7. raam; het
    window
  8. raar
    strange; odd
  9. rabarber; de
    rhubarb
  10. racen
    to speed; race
  11. racisme; het
    racism
  12. racist; de
    racist
  13. racistisch
    racist
  14. raden
    to guess
  15. radicaal
    radical; thorough
  16. radijs; de
    radish
  17. radio; de
    radio
  18. raken
    to touch; hit; affect
  19. raket; de
    rocket
  20. rakker; de
    rascal
  21. ram; de
    ram; Aries
  22. rammel; de
    rattle
  23. ramp; de
    disaster
  24. rand; de
    rim; edge
  25. rang; de
    rank; degree
  26. rapport; het
    report
  27. rapporteren
    to report
  28. rariteit; de
    curiosity; curio
  29. ras; het
    race
  30. rat; de
    rat
  31. ratel; de
    rattle
  32. rauw
    raw; uncooked
  33. razen
    to rage; rave
  34. razend
    furious; raving
  35. razernij; de
    frenzy
  36. reactie; de
    reaction
  37. reageren
    to react
  38. realiteit; de
    reality
  39. recenseren
    to review
  40. recensie; de
    review
  41. recept; het
    recipe; prescription
  42. receptie; de
    reception
  43. receptioniste; de
    receptionist
  44. recherche; de
    detective force
  45. rechercheur; de
    detective
  46. recht; het
    right; justice
  47. recht
    straight; right
  48. rechtbank; de
    court of justice
  49. rechtdoor
    straight on ahead
  50. rechter; de
    judge
  51. rechterhand; de
    right hand
  52. rechterkant; de
    right hand side
  53. rechthoek; de
    rectangle
  54. rechtop
    upright; erect
  55. recht
    right; straight
  56. rechts
    (on the) right
  57. rechtsaf
    (to the) right
  58. rechtstreeks
    direct(ly)
  59. rechtvaardig
    just; righteous
  60. reclame; de
    ad
  61. recu; het
    receipt; ticket
  62. redacteur; de
    editor
  63. redden
    to save
  64. redding; de
    rescue; salvation
  65. rede; de
    sense; speech
  66. redelijk
    reasonable; rational
  67. redeloos
    irrational; brutal
  68. reden; de
    reason
  69. redeneren
    to reason; argue
  70. redevoering; de
    speech
  71. redigeren
    to edit
  72. reeds
    already
  73. reeks; de
    series; sequence
  74. reep; de
    bar (of chocolate)
  75. regel; de
    rule
  76. regelen
    to arrange; settle
  77. regeling; de
    arrangement; settlement
  78. regelmatig
    regular
  79. regen; de
    rain
  80. regenbui; de
    rainshower
  81. regenen
    to rain
  82. regeren
    to govern; rule
  83. regering; de
    government
  84. regie; de
    film direction
  85. regisseren
    to direct (play; film)
  86. regisseur; de
    director
  87. registreren
    to register; record
  88. reiger; de
    heron
  89. reiken
    to reach
  90. rein
    pure; clean
  91. reinigen
    to clean
  92. reiniging; de
    cleaning
  93. reis; de
    journey
  94. reizen
    to travel
  95. rekenen
    to calculate
  96. rekening; de
    bill; account
  97. rekken
    to stretch; draw out
  98. relatie; de
    relationship
  99. religie; de
    religion
  100. religieus
    religious
  101. rel; de
    riot
  102. rem; de
    brake
  103. remise; de
    draw; drawn game
  104. remmen
    to brake; check; curb
  105. rendement; het
    profit; return
  106. rendier; het
    reindeer
  107. rennen
    to run
  108. rente; de
    interest
  109. rentenieren
    to live on private means
  110. reparateur; de
    repairman
  111. reparatie; de
    repair
  112. repeteren
    to repeat; revise
  113. republiek; de
    republic
  114. reputatie; de
    reputation
  115. reserveren
    to reserve
  116. respect; het
    respect
  117. rest; de
    rest; remnant
  118. restaurant; het
    restaurant
  119. resultaat; het
    result; outcome
  120. resume; het
    resume
  121. retour; het
    return ticket
  122. reuk; de
    smell; odour
  123. reus
    giant
  124. rib; de
    rib
  125. richten
    to direct; aim; point
  126. richting; de
    direction
  127. ridder; de
    knight
  128. riem; de
    belt
  129. riet; het
    reed; cane
  130. rietje; het
    drinking straw
  131. rij; de
    row; queue
  132. rijbewijs; de
    driver's licence
  133. rijden
    to drive; ride
  134. rijk; het
    empire; state
  135. rijk
    rich
  136. rijkdom; de
    wealth; riches
  137. rijm; het
    rhyme
  138. rijp
    ripe; mature
  139. rijst; de
    rice
  140. rijtuig; het
    carriage
  141. rijzen
    to rise
  142. rillen
    to shiver; shudder
  143. rillerig
    shivery
  144. rimpel; de
    wrinkle; line
  145. ring; de
    ring
  146. riool; het
    sewer; drain
  147. risico; het
    risk
  148. riskant
    risky
  149. ritme; het
    rhythm
  150. rits; de
    zipper; zip
  151. ritselen
    to rustle
  152. rivaal; de
    rival
  153. rivaliteit; de
    rivalry
  154. rivier; de
    river
  155. robijn; het
    ruby
  156. roddel; de
    gossip
  157. roddelen
    to gossip
  158. roe; de
    rod; brick
  159. roeien
    row
  160. roem; de
    glory; fame
  161. roep; de
    call
  162. roepen
    to call
  163. roeping; de
    vocation
  164. roeren
    to stir
  165. roest; de
    rust
  166. roesten
    to rust
  167. roetsjbaan; de
    roller coaster
  168. roet; de
    soot
  169. roggebrood; het
    rye bread
  170. rok; de
    skirt
  171. roken
    to smoke
  172. roker; de
    smoker
  173. rol; de
    roll; role
  174. rollen
    to roll; trundle
  175. roman; de
    novel
  176. romantisch
    romantic
  177. rommel; de
    rubbish; trash
  178. romp; de
    trunk
  179. rond
    round; approx
  180. rondkijken
    to look about/around
  181. rondleiding; de
    conducted tour
  182. rondom
    all around
  183. rondrit; de
    tour
  184. ronduit
    straightforward; plainspoken
  185. rondvaart; de
    circular trip
  186. rood
    red
  187. roof; de
    plunder; robbery
  188. rook; de
    smoke
  189. room; de
    cream
  190. roos; de
    rose; dandruff
  191. rooskleurig
    rosy
  192. rot
    rotten; putrid
  193. rotonde; de
    roundabout
  194. rots; de
    rock; cliff
  195. rotzooi; de
    mess
  196. routine; de
    routine; practice
  197. rouw; de
    mourning
  198. rouwen
    to mourn
  199. roven
    to rob; pillage
  200. rover; de
    robber
  201. rojaal
    generous
  202. rozijn; de
    raisin
  203. rubriek; de
    column; feature
  204. rug; de
    back
  205. ruggegraat; de
    backbone
  206. ruig
    shaggy
  207. ruiken
    to smell
  208. ruilen
    to barter; swap
  209. ruim
    spacious; roomy
  210. ruimte; de
    room; space
  211. ruimteschip; het
    spaceship
  212. ruineren
    to ruin; wreck
  213. ruisen
    to rustle; swish
  214. ruit; de
    window pane; diamond; lozenge
  215. rukken
    pull; tug; jerk
  216. rund; het
    cow; bull; cattle
  217. rundvlees; het
    beef
  218. rups; de
    caterpillar
  219. rust; de
    rest
  220. rusteloos
    restless
  221. rusten
    to repose; rest
  222. rusthuis; het
    rest home
  223. rustig
    quiet; peaceful
  224. ruw
    rough
  225. ruzie; de
    row; argument
  226. ruzi(e")n
    to quarrel

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview