v.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
493
Filename:
v.txt
Updated:
2009-10-24 03:29:09
Tags:
Nederlandse \'v\' woorden
Folders:

Description:
Dutch vocab
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. vaag
    vague
  2. vaak
    often
  3. vaarwel
    farewell
  4. vaas; de
    vase
  5. vaat; de
    dishes; pans
  6. vacant
    vacant
  7. vacature; de
    vacancy
  8. vader; de
    father
  9. vaderland; het
    fatherland
  10. vaderlands
    native
  11. vagevuur; het
    purgatory
  12. vak; het
    compartment; pigeonhole
  13. vakantie; de
    holiday
  14. vakman; de
    craftsman; specialist
  15. val; de
    fall
  16. valk; de
    falcon
  17. vallei; de
    valley
  18. vallen
    to fall
  19. vals
    false
  20. vampier; de
    vampire
  21. van
    ofvanaf
  22. from; ever since
    vandaag
  23. today
    vandaan
  24. from
    vangen
  25. to catch
    vanwege
  26. on account of
    vanzelf
  27. of itself
    varen; de
  28. fern
    varen
  29. to sail; travel by boat
    variatie; de
  30. variation
    vari(e")ren
  31. to vary
    varken; het
  32. pig
    varkensvlees; het
  33. pork
    vast
  34. fast; fixed; steady
    vasthouden
  35. to hold fast
    vat; het
  36. vat; cask; barrel
    vatten
  37. to catch; understand
    vechten
  38. to fight
    vee; het
  39. cattle
    veel
  40. much; a lot
    veer; de
  41. feather; ferry
    veerkracht; de
  42. elasticity; resilience
    vegen
  43. to sweep; brush
    vegetarier; de
  44. vegetarian
    veilig
  45. safe; secure
    veiling; de
  46. auction
    vel; het
  47. skin; hide
    veld; het
  48. field
    veldspeler; de
  49. fielder
    vellen
  50. to fell
    venster; het
  51. window
    vent; de
  52. fellow; chap
    ver
  53. far
    veranderen
  54. to change
    verandering; de
  55. change
    veranderlijk
  56. changeable
    verantwoordelijk
  57. responsible; accountable
    verantwoordelijkheid; de
  58. responsibility
    verantwoorden
  59. to answer for
    verbaasd
  60. amazed
    verband; het
  61. connection; context; bandage
    verbazen
  62. to astonish
    verbazen zich
  63. to be astonished
    verbeelden
  64. to represent
    verbeelden zich
  65. to imagine
    verbeelding; de
  66. imagination
    verbergen
  67. to hide
    verbeteren
  68. to make better
    verbetering; de
  69. improvement
    verbieden
  70. to forbid
    verbinden
  71. to connect; join; bandage
    verbinding; de
  72. connection
    verbitteren
  73. to embitter
    verbittering; de
  74. bitterness
    verblijfsvergunning; de
  75. residence permit
    verbod; het
  76. prohibition
    verboden
  77. forbidden
    verbouwen
  78. to rebuild; alter
    verbranden
  79. to burn down
    verbreken
  80. to break off
    verdacht
  81. suspicious
    verdachte; de
  82. suspect; accused
    verdedigen
  83. to defend
    verdelen
  84. to divide; distribute
    verdeling; de
  85. division; distribution
    verdenken
  86. to suspect
    verdenking; de
  87. suspicion
    verder
  88. further
    verderop
  89. further on/up
    verdienen
  90. to earn
    verdieping; de
  91. storey; floor
    verdomme
  92. damn
    verdraagzaamheid; de
  93. tolerance; forbearance
    verdraaien
  94. to distort; twist
    verdrag; he
  95. treaty; convention
    verdragen
  96. to bear; tolerate
    verdwaald
  97. lost; stray
    verdwalen
  98. to lose one's way
    verdwijnen
  99. to disappear
    verenigd
  100. united
    verenigen
  101. to unite; combine
    vereniging; de
  102. union; society
    verf; de
  103. paint; dye
    vergaderen
  104. to meet; assemble
    vergadering; de
  105. meeting
    vergeefs
  106. vain; futile
    vergelijken
  107. to compare
    vergelijking; de
  108. comparison; equation
    vergeten
  109. to forget
    vergeven
  110. to forgive
    vergif; het
  111. poison; venom
    vergiftig
  112. poisonous (giftig)
    vergissen zich
  113. to make a mistake
    vergissing; de
  114. mistake; error
    vergoeding; de
  115. compensation; damages
    verhaal; het
  116. story
    verhinderen
  117. to prevent
    verhoor; het
  118. hearing; interrogation
    verhoren
  119. to interrogate
    verhouding; de
  120. relationship
    verhuizen
  121. to move house
    verhuren
  122. to let; hire out
    verhuurder; de
  123. letter; landlord
    verjaardag; de
  124. birthday
    verkeer; het
  125. traffic
    verkeerd
  126. wrong
    verkeerslicht; het
  127. traffic light
    verkeren
  128. to be in
    verkiezen
  129. to prefer; elect
    verkiezing; de
  130. election; poll
    verklaren
  131. to explain; declare
    verklaring; de
  132. explanation
    verkleinwoord; het
  133. diminutive
    verkoop; de
  134. sale
    verkopen
  135. to sell
    verkouden worden
  136. to catch cold
    verkoudheid; de
  137. cold; (achoo)
    verlaten
  138. to leave; quit
    verleden
  139. past; last
    verleden; het
  140. past; record
    verlegen
  141. shy
    verlegenheid; de
  142. shyness; embarrassment
    verleiden
  143. to seduce; tempt
    verleiding; de
  144. seduction; temptation
    verlichten
  145. to light up; enlighten
    verliefd
  146. in love
    verlies; het
  147. loss
    verliezen
  148. to lose
    verlof; het
  149. leave (of absence); permission
    verloofd
  150. engaged
    verloofde; de
  151. fiance(e)
    verlopen
  152. to go; to pass
    verloren
  153. lost
    verloven (zich)
  154. to become engaged
    vermaken (zich)
  155. entertain
    vermelden
  156. to make mention of
    vermijden
  157. to avoid
    verminderen
  158. to lessen; decrease
    vermindering; de
  159. decrease
    vermissen
  160. to miss
    vermoeden
  161. to suspect; suppose
    vermoeien
  162. to tire
    vermoorden
  163. to murder
    vernietigen
  164. to destroy
    veronderstellen
  165. to suppose; assume
    verontwaardigd
  166. indignant
    veroordelen
  167. to condemn; sentence
    veroorloven
  168. to allow; give leave
    veroorzaken
  169. to cause
    verouderd
  170. obsolete
    veroveren
  171. to conquer
    verpesten
  172. to poison
    verplaatsen
  173. to move; transfer
    verpleegster; de
  174. nurseverplegen
    to nurse
  175. verplicht
    obligatory
  176. verraad; het
    treachery; treason
  177. verraden
    to betray
  178. verrassen
    to surprise
  179. verrassing; de
    surprise
  180. verrukkelijk
    delicious
  181. vers; het
    verse; poem
  182. vers
    fresh
  183. verscheidene
    several; various
  184. verscheuren
    to tear up
  185. verschijnen
    to appear; turn up
  186. verschijning; de
    appearance; apparition
  187. verschijnsel; het
    phenomenon
  188. verschil; het
    difference
  189. verschillen
    to differ
  190. verschillend
    different; several
  191. verschrikkelijk
    terrible
  192. versieren
    to decorate
  193. verslaafd aan
    addicted to
  194. verslaan
    to defeat; beat; cover
  195. verslag; het
    report
  196. verslaggever; de
    reporter
  197. verslapen zich
    to oversleep
  198. verslechteren
    to get/make worse
  199. versleten
    worn
  200. verslijten
    to wear out
  201. verslinden
    to devour
  202. verspreid
    scattered
  203. verspreiden
    to spread
  204. verspreken zich
    make a slip of the tongue
  205. verstaan
    to understand; hear
  206. verstand; het
    understanding; mind; reason
  207. verstandig
    sensible
  208. vertalen
    to translate
  209. vertaling; de
    translation
  210. verte; de
    distance
  211. vertegenwoordigen
    to represent
  212. vertegenwoordiger; de
    representative; agent
  213. vertegenwoordiging; de
    representation
  214. vertellen
    to tell
  215. verteren
    to consume
  216. vertolken
    to interpret; render
  217. vertoking; de
    interpretation
  218. vertonen
    to show; present
  219. vertraging; de
    delay
  220. vertrek; het
    departure
  221. vertrekken
    to leave; depart
  222. vertrektijd; de
    time of departure
  223. vertrouwen
    to trust
  224. vertrouwen; het
    trust; confidence
  225. vervangen
    to replace; substitute
  226. vervelen zich
    to be bored
  227. vervelend
    boring; annoying
  228. verveling; de
    boredom
  229. verven
    to paint
  230. vervoer; het
    transport
  231. vervoeren
    to transport
  232. vervolg; het
    continuation; sequel
  233. vervolgen
    to continue
  234. vervolgverhaal; het
    serial story
  235. vervuilen
    to pollute
  236. vervuiling; de
    pollution
  237. verwaand
    conceited
  238. verwaarlozen
    to neglect
  239. verwachten
    to expect
  240. verwachting; de
    expectation
  241. verwarmen
    to heat
  242. verwarming; de
    heating
  243. verwarring; de
    confusion
  244. verwelkomen
    to welcome
  245. verwennen
    to spoil; overindulge; pamper
  246. verwijderen
    to remove; send out
  247. verwijfd
    effeminate
  248. verwijt; het
    reproach; blame
  249. verwijten
    to reproach
  250. verwijzen
    to refer
  251. verwijzing; de
    reference
  252. verzamelen
    to collect; gather
  253. verzameling; de
    collection; math set
  254. verzekeren
    to assure; insure; ensure
  255. verzekering; de
    insurance; assurance
  256. verzet; het
    resistance
  257. verzetten zich
    to resist
  258. verzilveren
    to cash; realize
  259. verzoek; het
    request
  260. verzoeken
    to request; beg
  261. verzorgen
    to take care of
  262. verzorging; de
    care; maintenance
  263. verzwaren
    to make heavier; aggravate
  264. vest; het
    waistcoast; cardigan
  265. vestigen
    to establish
  266. vestiging; de
    establishment
  267. vet; het
    grease; fat
  268. vet
    fat; greasy
  269. veter; de
    shoelace
  270. veteraan; de
    veteran
  271. veulen; het
    foal; colt; filly
  272. vicieus
    vicious
  273. vieren
    to celebrate
  274. viering; de
    celebration
  275. vierhoek; de
    rectangle; square
  276. vierkant; het
    square
  277. vies
    dirty; smutty
  278. viezigheid; de
    dirt; filth; smut
  279. vijand; de
    enemy
  280. vijandschap; de
    enmity; animosity
  281. vijg; de
    fig
  282. vijver; de
    pond
  283. vinden
    to find; think
  284. vinger; de
    finger
  285. vis; de
    fish
  286. visioen; het
    vision
  287. visite; de
    visit
  288. vissen
    to fish
  289. visser; de
    fisherman
  290. visum; het
    visa
  291. vitamine; de
    vitamin
  292. vla; de
    custard; flan
  293. vlaai; de
    flan
  294. vlag; de
    flag
  295. vlak; het
    plane; area
  296. vlak
    flat; level; smooth
  297. vlakgom; de
    rubber; eraser
  298. vlakte; de
    plain
  299. vlam; de
    flame
  300. vleermuis; de
    bat
  301. vlees; het
    flesh; meat
  302. vleien
    to flatter
  303. vleierij; de
    flattery
  304. vlek; de
    spot; stain
  305. vleugel; de
    wing; grand piano
  306. vlieg; de
    fly
  307. vliegdekschip; het
    aircraft carrier
  308. vliegen
    to fly
  309. vliegtuig; het
    aeroplane
  310. vliegveld; het
    airport
  311. vlies; het
    fleece; skin
  312. vlinder; de
    butterfly
  313. vlo; de
    flea
  314. vloed; de
    flood
  315. vloeien
    to flow
  316. vloek; de
    curse
  317. vloeken
    to curse
  318. vloer; de
    floor
  319. vlot; het
    raft
  320. vlot
    fluent; smooth
  321. vlotten
    to float; go smoothly
  322. vlucht; de
    flight
  323. vluchten
    to fly; flee
  324. vluchtig
    volatile; superficial
  325. vlug
    quick; fast
  326. vocaal; de
    vowel
  327. vocaal
    vocal
  328. vocht; het
    moisture; fluid
  329. vochtig
    moist; damp; humid
  330. voeden
    to feed
  331. voeding; de
    feeding; nutrition
  332. voedsel; het
    food
  333. voegwoord; het
    conjunction
  334. voelen
    to feel; sense
  335. voer; het
    fodder; feed
  336. voeren
    to feed
  337. voering; de
    lining
  338. voet; de
    foot
  339. voetballen
    to play football
  340. voetganger; de
    pedestrian
  341. vogel; de
    bird
  342. vol
    full
  343. voldoen
    to satify
  344. volgeling; de
    follower
  345. volgen
    to follow
  346. volgens
    according to
  347. volgorde; de
    order; sequence
  348. volhouden
    to keep up; persist
  349. volk; de
    people; nation
  350. volkomen
    perfect; absolute(ly)
  351. volksvertegenwoordiger; de
    representative; MP
  352. volledig
    complete; full
  353. volmaakt
    perfect
  354. volop
    in abundance
  355. voltooien
    to complete; finish
  356. voltrekken
    to execute (a sentence); solemnize
  357. voluit
    in full
  358. volume; het
    volume
  359. volwassen; de
    grown up; adult
  360. vondeling; de
    foundling
  361. vonnis; het
    sentence; judgement
  362. voor
    before
  363. vooraan
    in front
  364. vooraf
    beforehand; previously
  365. vooral
    above all; particularly
  366. voorbeeld; het
    example
  367. voorbereiden
    to prepare
  368. voorbereiding; de
    preparation
  369. voorbij
    past; beyond
  370. voorbijgaan
    to go past
  371. voordat
    before
  372. voordeel; het
    advantage
  373. voordelig
    profitable; advantageous
  374. voordeur; de
    front door
  375. voordoen
    to show; arise
  376. voordringen
    to jump the queue
  377. voorgevoel; het
    premonition
  378. voorgoed
    for good
  379. voorgrond; de
    foreground
  380. voorhoofd; het
    forehead
  381. voorjaar; het
    spring
  382. voorkeur; de
    preference
  383. 'voorkomen
    to occur
  384. voor'komen
    to prevent
  385. voor'koming; de
    prevention
  386. voorlopig
    for the time being
  387. voormiddag; de
    morning
  388. voornaam; de
    first name
  389. voornaam
    distinguished
  390. voornaamwoord; het
    pronoun
  391. voornamelijk
    mainly
  392. vooroordeel; het
    prejudice
  393. voorover
    forward; face down
  394. voorrang; de
    precedence; right of way
  395. voorrangsweg; de
    major road
  396. voorrecht; het
    privilege
  397. voorshands
    for the present
  398. voorspellen
    to predict; foretell
  399. voorstel; het
    proposal
  400. voorstellen
    to propose; introduce
  401. voorstelling; de
    performance; idea
  402. voortaan
    in future; henceforth
  403. vooruit
    forward; ahead
  404. voorzichtig
    careful
  405. voorzitter; de
    chairman
  406. voren
    adv
  407. naar voren forward
    vorig
  408. last; previous
    vork; de
  409. fork
    vorm; de
  410. form; shape
    vormgeving; de
  411. composition
    vorst; de
  412. frost
    vos; de
  413. fox; bay horse
    vouw; de
  414. fold; pleat
    vouwen
  415. to fold
    vraag; de
  416. question
    vragen
  417. to ask; call upon
    vrede; de
  418. peace
    vredig
  419. peaceful
    vreedzaam
  420. peaceable
    vreemd
  421. strange; foreign
    vrees; de
  422. fear
    vreselijk
  423. terrible; awful
    vreten
  424. to eat; feed on
    vreugde; de
  425. joy; gladness
    vriend; de
  426. friend
    vriendin; de
  427. female friend
    vriespunt; het
  428. freezing point
    vriezen
  429. to freeze
    vrij
  430. free; rather
    vrijen
  431. to court; neck
    vrijgevig
  432. liberal; generous
    vrijgezel; de
  433. bachelor; single
    vrijheid; de
  434. freedom
    vrijlaten
  435. to release
    vrijpostig
  436. bold; saucy
    vrijstellen
  437. to exempt; excuse
    vrijuit
  438. freely; frankly
    vrijwillig
  439. voluntary
    vrijzinnig
  440. liberal
    vroeg
  441. early
    vrolijk
  442. happy; jolly
    vroom
  443. pious; devout
    vrouw; de
  444. woman; wife
    vrouwelijk
  445. feminine
    vrucht; de
  446. fruit; foetus
    vruchtbaar
  447. fruitful; fertile
    Verenigde Staten
  448. United States
    vuil
  449. dirty
    vuil; het
  450. dirt; filth
    vuilnis; het
  451. dirt; refuse
    vuiltje; het
  452. speck of dust
    vuist; de
  453. fist
    vulgair
  454. vulgar
    vullen
  455. to fill
    vulling; de
  456. filling; stuffing
    vulpen; de
  457. fountain pen
    vuur; het
  458. fire
    vuurwerk; het
  459. fireworks
    verstelbaar
  460. adjustable
    vezel; het
  461. fibre

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview