w.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
494
Filename:
w.txt
Updated:
2009-10-24 03:29:27
Tags:
Nederlandse \'w\' woorden
Folders:

Description:
Dutch vocab
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. waaien
    to blow
  2. waanzin; de
    madness
  3. waar
    true; where
  4. waard; de
    worth
  5. waarde; de
    value
  6. waarheid; de
    truthwaarmee
  7. with what
    waardeloos
  8. worthless
    waarderen
  9. to value; appreciate
    waardevol
  10. valuable
    waarom
  11. why
    waarschijnlijk
  12. probably; likely
    waarschuwen
  13. to warn
    waarschuwing; de
  14. warning
    wachten
  15. to wait
    wachtkamer; de
  16. waiting room
    wagen; de
  17. cart
    wagen
  18. to risk; venture
    wakker
  19. awake
    wandelen
  20. to walk
    wang; de
  21. cheek
    wanhoop; de
  22. despair
    wanhopig
  23. desperate
    wanneer
  24. when; whenever; because
    want
  25. for; because
    wantrouwen
  26. to distrust
    wapen; het
  27. weapon; coat of arms
    wapenarsenaal; het
  28. arsenal
    war; de
  29. tangle; confusion
    warenhuis; het
  30. department store
    warm
  31. warm; hot
    warmte; de
  32. warmth; heat
    warmtefront; het
  33. warm front
    was; de
  34. wash
    washandje; het
  35. flannel; wash cloth
    wasmiddel; het
  36. detergent
    wassen
  37. to wash
    water; het
  38. water
    waterschade; de
  39. water damage
    wedstrijd; de
  40. game; match
    weduwe; de
  41. widow
    weduwnaar; de
  42. widower
    weekeinde; het
  43. weekend
    weekend; het
  44. weekend
    weer; het
  45. weather
    weerbericht; het
  46. weather report
    weeskind; het
  47. orphan
    weg; de
  48. road; way
    wegen
  49. to weigh
    wegens
  50. on account of
    weggaan
  51. to go away
    wegjagen
  52. to chase away
    weglopen
  53. to run away
    wegrijden
  54. to drive away
    wegtrekken
  55. to clear away
    wegvoeren
  56. to carry away
    weigeren
  57. to refuse
    weiland; het
  58. meadow; field
    weinig
  59. a little
    weken
  60. to soak
    wekken
  61. to wake
    wekker; de
  62. alarm clock
    weleens
  63. sometimes
    welgesteld
  64. well-to-do
    welk
  65. which
    welterusten
  66. good night; sleep well
    welvaart; de
  67. prosperity
    welzijn; het
  68. welfare; well-being
    wennen
  69. to accustom
    wenk; de
  70. hink wink
    wenkbrauw; de
  71. eyebrow
    wenken
  72. to beckon; motion
    wens; de
  73. wish
    wensen
  74. to wish
    wereld; de
  75. world
    wereldreiziger; de
  76. globe trotter
    werk; het
  77. work; job
    werkelijk
  78. actual(ly); real(ly)
    werkelijkheid; de
  79. reality
    werkeloos
  80. idle; unemployed
    werken
  81. to work
    werkgeefster; de
  82. employer (female)
    werkgever; de
  83. employer; male
    werkloos
  84. idle; unemployed
    werkloosheid; de
  85. unemployment
    werknemer; de
  86. employee
    werkwoord; het
  87. verb
    werkzaamheid; de
  88. occupation
    werpen
  89. to throw; fling
    wet; de
  90. law
    weten
  91. to know
    wetenschap; de
  92. science; scholarship
    wetenschappelijk
  93. scientific; scholarly
    wezen; het
  94. essence
    wie
  95. who
    wieg; de
  96. cradle
    wiel; het
  97. wheel
    wiens
  98. whose
    wijd
  99. wide; large; spacious
    wijk; de
  100. quarter; district
    wijn; de
  101. wine
    wijnkelder; de
  102. winecellar
    wijs
  103. wise
    wijsheid; de
  104. wisdom
    wijsneus; de
  105. know it all
    wijsvinger; de
  106. index finger
    wijze; de
  107. manner
    wijzen
  108. to point
    wijzigen
  109. change; alter
    wil; de
  110. will; wish; desire
    wild
  111. wild; savage
    wild; het
  112. game; venison
    willen
  113. to want
    winden
  114. to wind; twist
    winderig
  115. windy
    windmolen; de
  116. windmill
    windrichting; de
  117. direction of the wind
    windstil
  118. calm
    windwijzer; de
  119. weather vane
    winkel; de
  120. shop
    winkelbediende; de
  121. shop assistant
    winkeldief; de
  122. shoplifter
    winkelen
  123. to shop
    winnen
  124. to win
    winst; de
  125. profit
    winters
  126. wintry
    wiskunde; de
  127. mathematics
    wiskundig
  128. mathematical
    wiskundige; de
  129. mathematician
    wisselen
  130. to change
    wisselgeld; het
  131. small change
    wisselvallig
  132. uncertain; changeable
    wit
  133. white
    witlof; het
  134. chicory
    wittebroodsweken; de
  135. honeymoon
    woedend
  136. furious
    woest
  137. wild; fierce
    woestijn; de
  138. desert
    wol; de
  139. wool
    wolf; de
  140. wolf
    wond; de
  141. wound; injury
    wonder; het
  142. miracle
    wonen
  143. to live
    woning; de
  144. flat; house
    woonplaats; de
  145. residence
    woord; het
  146. word
    woordenboek; het
  147. dictionary
    woordenlijst; de
  148. wordlist
    woordvolgorde; de
  149. word order
    worden
  150. to become
    worm; de
  151. worm
    worst; de
  152. sausage
    worselen
  153. to wrestle
    woud; het
  154. forest; wood
    wraak; de
  155. revenge
    wrak; het
  156. wreck
    wreed
  157. cruel
    wreken
  158. to avenge; revenge
    wrijven
  159. to rub; polish
    wuiven
  160. to wave (one's hand)
    wurgen
  161. strangle

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview