v.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
6772
Filename:
v.txt
Updated:
2010-02-13 00:28:15
Tags:
Nederlandse \'v\' woorden
Folders:

Description:
Nederlandse 'v' woorden
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. vaag
    vague
  2. vaak
    often
  3. vaarwel
    farewell
  4. vaas; de
    vase
  5. vaat; de
    dishes; pans
  6. vacant
    vacant
  7. vacature; de
    vacancy
  8. vader; de
    father
  9. vaderland; het
    fatherland
  10. vaderlands
    native
  11. vagevuur; het
    purgatory
  12. vak; het
    compartment; pigeonhole
  13. vakantie; de
    holiday
  14. vakman; de
    craftsman; specialist
  15. val; de
    fall
  16. valk; de
    falcon
  17. vallei; de
    valley
  18. vallen
    to fall
  19. vals
    false
  20. vampier; de
    vampire
  21. van
    of
  22. vanaf
    from; ever since
  23. vandaag
    today
  24. vandaan
    from
  25. vangen
    to catch
  26. vanwege
    on account of
  27. vanzelf
    of itself
  28. varen; de
    fern
  29. varen
    to sail; travel by boat
  30. variatie; de
    variation
  31. vari(e")ren
    to vary
  32. varken; het
    pig
  33. varkensvlees; het
    pork
  34. vast
    fast; fixed; steady
  35. vasthouden
    to hold fast
  36. vat; het
    vat; cask; barrel
  37. vatten
    to catch; understand
  38. vechten
    to fight
  39. vee; het
    cattle
  40. veel
    much; a lot
  41. veer; de
    feather; ferry
  42. veerkracht; de
    elasticity; resilience
  43. vegen
    to sweep; brush
  44. vegetarier; de
    vegetarian
  45. veilig
    safe; secure
  46. veiling; de
    auction
  47. vel; het
    skin; hide
  48. veld; het
    field
  49. veldspeler; de
    fielder
  50. vellen
    to fell
  51. venster; het
    window
  52. vent; de
    fellow; chap
  53. ver
    far
  54. veranderen
    to change
  55. verandering; de
    change
  56. veranderlijk
    changeable
  57. verantwoordelijk
    responsible; accountable
  58. verantwoordelijkheid; de
    responsibility
  59. verantwoorden
    to answer for
  60. verbaasd
    amazed
  61. verband; het
    connection; context; bandage
  62. verbazen
    to astonish
  63. verbazen zich
    to be astonished
  64. verbeelden
    to represent
  65. verbeelden zich
    to imagine
  66. verbeelding; de
    imagination
  67. verbergen
    to hide
  68. verbeteren
    to make better
  69. verbetering; de
    improvement
  70. verbieden
    to forbid
  71. verbinden
    to connect; join; bandage
  72. verbinding; de
    connection
  73. verbitteren
    to embitter
  74. verbittering; de
    bitterness
  75. verblijfsvergunning; de
    residence permit
  76. verbod; het
    prohibition
  77. verboden
    forbidden
  78. verbouwen
    to rebuild; alter
  79. verbranden
    to burn down
  80. verbreken
    to break off
  81. verdacht
    suspicious
  82. verdachte; de
    suspect; accused
  83. verdedigen
    to defend
  84. verdelen
    to divide; distribute
  85. verdeling; de
    division; distribution
  86. verdenken
    to suspect
  87. verdenking; de
    suspicion
  88. verder
    further
  89. verderop
    further on/up
  90. verdienen
    to earn
  91. verdieping; de
    storey; floor
  92. verdomme
    damn
  93. verdraagzaamheid; de
    tolerance; forbearance
  94. verdraaien
    to distort; twist
  95. verdrag; het
    treaty; convention
  96. verdragen
    to bear; tolerate
  97. verdwaald
    lost; stray
  98. verdwalen
    to lose one's way
  99. verdwijnen
    to disappear
  100. verenigd
    united
  101. verenigen
    to unite; combine
  102. vereniging; de
    union; society
  103. verf; de
    paint; dye
  104. vergaderen
    to meet; assemble
  105. vergadering; de
    meeting
  106. vergeefs
    vain; futile
  107. vergelijken
    to compare
  108. vergelijking; de
    comparison; equation
  109. vergeten
    to forget
  110. vergeven
    to forgive
  111. vergif; het
    poison; venom
  112. vergiftig
    poisonous (giftig)
  113. vergissen zich
    to make a mistake
  114. vergissing; de
    mistake; error
  115. vergoeding; de
    compensation; damages
  116. verhaal; het
    story
  117. verhinderen
    to prevent
  118. verhoor; het
    hearing; interrogation
  119. verhoren
    to interrogate
  120. verhouding; de
    relationship
  121. verhuizen
    to move house
  122. verhuren
    to let; hire out
  123. verhuurder; de
    letter; landlord
  124. verjaardag; de
    birthday
  125. verkeer; het
    traffic
  126. verkeerd
    wrong
  127. verkeerslicht; het
    traffic light
  128. verkeren
    to be in
  129. verkiezen
    to prefer; elect
  130. verkiezing; de
    election; poll
  131. verklaren
    to explain; declare
  132. verklaring; de
    explanation
  133. verkleinwoord; het
    diminutive
  134. verkoop; de
    sale
  135. verkopen
    to sell
  136. verkouden worden
    to catch cold
  137. verkoudheid; de
    cold; (achoo)
  138. verlaten
    to leave; quit
  139. verleden
    past; last
  140. verleden; het
    past; record
  141. verlegen
    shy
  142. verlegenheid; de
    shyness; embarrassment
  143. verleiden
    to seduce; tempt
  144. verleiding; de
    seduction; temptation
  145. verlichten
    to light up; enlighten
  146. verliefd
    in love
  147. verlies; het
    loss
  148. verliezen
    to lose
  149. verlof; het
    leave (of absence); permission
  150. verloofd
    engaged
  151. verloofde; de
    fiance(e)
  152. verlopen
    to go; to pass
  153. verloren
    lost
  154. verloven (zich)
    to become engaged
  155. vermaken (zich)
    entertain
  156. vermelden
    to make mention of
  157. vermijden
    to avoid
  158. verminderen
    to lessen; decrease
  159. vermindering; de
    decrease
  160. vermissen
    to miss
  161. vermoeden
    to suspect; suppose
  162. vermoeien
    to tire
  163. vermoorden
    to murder
  164. vernietigen
    to destroy
  165. veronderstellen
    to suppose; assume
  166. verontwaardigd
    indignant
  167. veroordelen
    to condemn; sentence
  168. veroorloven
    to allow; give leave
  169. veroorzaken
    to cause
  170. verouderd
    obsolete
  171. veroveren
    to conquer
  172. verpesten
    to poison
  173. verplaatsen
    to move; transfer
  174. verpleegster; de
    nurse
  175. verplegen
    to nurse
  176. verplicht
    obligatory
  177. verraad; het
    treachery; treason
  178. verraden
    to betray
  179. verrassen
    to surprise
  180. verrassing; de
    surprise
  181. verrukkelijk
    delicious
  182. vers; het
    verse; poem
  183. vers
    fresh
  184. verscheidene
    several; various
  185. verscheuren
    to tear up
  186. verschijnen
    to appear; turn up
  187. verschijning; de
    appearance; apparition
  188. verschijnsel; het
    phenomenon
  189. verschil; het
    difference
  190. verschillen
    to differ
  191. verschillend
    different; several
  192. verschrikkelijk
    terrible
  193. versieren
    to decorate
  194. verslaafd aan
    addicted to
  195. verslaan
    to defeat; beat; cover
  196. verslag; het
    report
  197. verslaggever; de
    reporter
  198. verslapen zich
    to oversleep
  199. verslechteren
    to get/make worse
  200. versleten
    worn
  201. verslijten
    to wear out
  202. verslinden
    to devour
  203. verspreid
    scattered
  204. verspreiden
    to spread
  205. verspreken zich
    make a slip of the tongue
  206. verstaan
    to understand; hear
  207. verstand; het
    understanding; mind; reason
  208. verstandig
    sensible
  209. vertalen
    to translate
  210. vertaling; de
    translation
  211. verte; de
    distance
  212. vertegenwoordigen
    to represent
  213. vertegenwoordiger; de
    representative; agent
  214. vertegenwoordiging; de
    representation
  215. vertellen
    to tell
  216. verteren
    to consume
  217. vertolken
    to interpret; render
  218. vertoking; de
    interpretation
  219. vertonen
    to show; present
  220. vertraging; de
    delay
  221. vertrek; het
    departure
  222. vertrekken
    to leave; depart
  223. vertrektijd; de
    time of departure
  224. vertrouwen
    to trust
  225. vertrouwen; het
    trust; confidence
  226. vervangen
    to replace; substitute
  227. vervelen zich
    to be bored
  228. vervelend
    boring; annoying
  229. verveling; de
    boredom
  230. verven
    to paint
  231. vervoer; het
    transport
  232. vervoeren
    to transport
  233. vervolg; het
    continuation; sequel
  234. vervolgen
    to continue
  235. vervolgverhaal; het
    serial story
  236. vervuilen
    to pollute
  237. vervuiling; de
    pollution
  238. verwaand
    conceited
  239. verwaarlozen
    to neglect
  240. verwachten
    to expect
  241. verwachting; de
    expectation
  242. verwarmen
    to heat
  243. verwarming; de
    heating
  244. verwarring; de
    confusion
  245. verwelkomen
    to welcome
  246. verwennen
    to spoil; overindulge; pamper
  247. verwijderen
    to remove; send out
  248. verwijfd
    effeminate
  249. verwijt; het
    reproach; blame
  250. verwijten
    to reproach
  251. verwijzen
    to refer
  252. verwijzing; de
    reference
  253. verzamelen
    to collect; gather
  254. verzameling; de
    collection; math set
  255. verzekeren
    to assure; insure; ensure
  256. verzekering; de
    insurance; assurance
  257. verzet; het
    resistance
  258. verzetten zich
    to resist
  259. verzilveren
    to cash; realize
  260. verzoek; het
    request
  261. verzoeken
    to request; beg
  262. verzorgen
    to take care of
  263. verzorging; de
    care; maintenance
  264. verzwaren
    to make heavier; aggravate
  265. vest; het
    waistcoast; cardigan
  266. vestigen
    to establish
  267. vestiging; de
    establishment
  268. vet; het
    grease; fat
  269. vet
    fat; greasy
  270. veter; de
    shoelace
  271. veteraan; de
    veteran
  272. veulen; het
    foal; colt; filly
  273. vicieus
    vicious
  274. vieren
    to celebrate
  275. viering; de
    celebration
  276. vierhoek; de
    rectangle; square
  277. vierkant; het
    square
  278. vies
    dirty; smutty
  279. viezigheid; de
    dirt; filth; smut
  280. vijand; de
    enemy
  281. vijandschap; de
    enmity; animosity
  282. vijg; de
    fig
  283. vijver; de
    pond
  284. vinden
    to find; think
  285. vinger; de
    finger
  286. vis; de
    fish
  287. visioen; het
    vision
  288. visite; de
    visit
  289. vissen
    to fish
  290. visser; de
    fisherman
  291. visum; het
    visa
  292. vitamine; de
    vitamin
  293. vla; de
    custard; flan
  294. vlaai; de
    flan
  295. vlag; de
    flag
  296. vlak; het
    plane; area
  297. vlak
    flat; level; smooth
  298. vlakgom; de
    rubber; eraser
  299. vlakte; de
    plain
  300. vlam; de
    flame
  301. vleermuis; de
    bat
  302. vlees; het
    flesh; meat
  303. vleien
    to flatter
  304. vleierij; de
    flattery
  305. vlek; de
    spot; stain
  306. vleugel; de
    wing; grand piano
  307. vlieg; de
    fly
  308. vliegdekschip; het
    aircraft carrier
  309. vliegen
    to fly
  310. vliegtuig; het
    aeroplane
  311. vliegveld; het
    airport
  312. vlies; het
    fleece; skin
  313. vlinder; de
    butterfly
  314. vlo; de
    flea
  315. vloed; de
    flood
  316. vloeien
    to flow
  317. vloek; de
    curse
  318. vloeken
    to curse
  319. vloer; de
    floor
  320. vlot; het
    raft
  321. vlot
    fluent; smooth
  322. vlotten
    to float; go smoothly
  323. vlucht; de
    flight
  324. vluchten
    to fly; flee
  325. vluchtig
    volatile; superficial
  326. vlug
    quick; fast
  327. vocaal; de
    vowel
  328. vocaal
    vocal
  329. vocht; het
    moisture; fluid
  330. vochtig
    moist; damp; humid
  331. voeden
    to feed
  332. voeding; de
    feeding; nutrition
  333. voedsel; het
    food
  334. voegwoord; het
    conjunction
  335. voelen
    to feel; sense
  336. voer; het
    fodder; feed
  337. voeren
    to feed
  338. voering; de
    lining
  339. voet; de
    foot
  340. voetballen
    to play football
  341. voetganger; de
    pedestrian
  342. vogel; de
    bird
  343. vol
    full
  344. voldoen
    to satify
  345. volgeling; de
    follower
  346. volgen
    to follow
  347. volgens
    according to
  348. volgorde; de
    order; sequence
  349. volhouden
    to keep up; persist
  350. volk; de
    people; nation
  351. volkomen
    perfect; absolute(ly)
  352. volksvertegenwoordiger; de
    representative; MP
  353. volledig
    complete; full
  354. volmaakt
    perfect
  355. volop
    in abundance
  356. voltooien
    to complete; finish
  357. voltrekken
    to execute (a sentence); solemnize
  358. voluit
    in full
  359. volume; het
    volume
  360. volwassen; de
    grown up; adult
  361. vondeling; de
    foundling
  362. vonnis; het
    sentence; judgement
  363. voor
    before
  364. vooraan
    in front
  365. vooraf
    beforehand; previously
  366. vooral
    above all; particularly
  367. voorbeeld; het
    example
  368. voorbereiden
    to prepare
  369. voorbereiding; de
    preparation
  370. voorbij
    past; beyond
  371. voorbijgaan
    to go past
  372. voordat
    before
  373. voordeel; het
    advantage
  374. voordelig
    profitable; advantageous
  375. voordeur; de
    front door
  376. voordoen
    to show; arise
  377. voordringen
    to jump the queue
  378. voorgevoel; het
    premonition
  379. voorgoed
    for good
  380. voorgrond; de
    foreground
  381. voorhoofd; het
    forehead
  382. voorjaar; het
    spring
  383. voorkeur; de
    preference
  384. 'voorkomen
    to occur
  385. voor'komen
    to prevent
  386. voor'koming; de
    prevention
  387. voorlopig
    for the time being
  388. voormiddag; de
    morning
  389. voornaam; de
    first name
  390. voornaam
    distinguished
  391. voornaamwoord; het
    pronoun
  392. voornamelijk
    mainly
  393. vooroordeel; het
    prejudice
  394. voorover
    forward; face down
  395. voorrang; de
    precedence; right of way
  396. voorrangsweg; de
    major road
  397. voorrecht; het
    privilege
  398. voorshands
    for the present
  399. voorspellen
    to predict; foretell
  400. voorstel; het
    proposal
  401. voorstellen
    to propose; introduce
  402. voorstelling; de
    performance; idea
  403. voortaan
    in future; henceforth
  404. vooruit
    forward; ahead
  405. voorzichtig
    careful
  406. voorzitter; de
    chairman
  407. voren; naar voren
    forward
  408. vorig
    last; previous
  409. vork; de
    fork
  410. vorm; de
    form; shape
  411. vormgeving; de
    composition
  412. vorst; de
    frost
  413. vos; de
    fox; bay horse
  414. vouw; de
    fold; pleat
  415. vouwen
    to fold
  416. vraag; de
    question
  417. vragen
    to ask; call upon
  418. vrede; de
    peace
  419. vredig
    peaceful
  420. vreedzaam
    peaceable
  421. vreemd
    strange; foreign
  422. vrees; de
    fear
  423. vreselijk
    terrible; awful
  424. vreten
    to eat; feed on
  425. vreugde; de
    joy; gladness
  426. vriend; de
    friend
  427. vriendin; de
    female friend
  428. vriespunt; het
    freezing point
  429. vriezen
    to freeze
  430. vrij
    free; rather
  431. vrijen
    to court; neck
  432. vrijgevig
    liberal; generous
  433. vrijgezel; de
    bachelor; single
  434. vrijheid; de
    freedom
  435. vrijlaten
    to release
  436. vrijpostig
    bold; saucy
  437. vrijstellen
    to exempt; excuse
  438. vrijuit
    freely; frankly
  439. vrijwillig
    voluntary
  440. vrijzinnig
    liberal
  441. vroeg
    early
  442. vrolijk
    happy; jolly
  443. vroom
    pious; devout
  444. vrouw; de
    woman; wife
  445. vrouwelijk
    feminine
  446. vrucht; de
    fruit; foetus
  447. vruchtbaar
    fruitful; fertile
  448. Verenigde Staten
    United States
  449. vuil
    dirty
  450. vuil; het
    dirt; filth
  451. vuilnis; het
    dirt; refuse
  452. vuiltje; het
    speck of dust
  453. vuist; de
    fist
  454. vulgair
    vulgar
  455. vullen
    to fill
  456. vulling; de
    filling; stuffing
  457. vulpen; de
    fountain pen
  458. vuur; het
    fire
  459. vuurwerk; het
    fireworks
  460. verstelbaar
    adjustable
  461. vezel; het
    fibre

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview