Vocabulaire 3_1

Card Set Information

Author:
erre
ID:
73801
Filename:
Vocabulaire 3_1
Updated:
2011-03-21 08:14:23
Tags:
Nederlands op niveau vocabulaire
Folders:

Description:
Vocabulaire Nederlands op niveau Thema 3
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user erre on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. desnoods
    si fuera necesario

    Maak je niet bezorg over de betaling van je huur. Desnoods betaal ik het nu voor je, en betaal je me later terug.

    Hoe gaat het met jouw huiswerk, desnoods kan ik je helpen.
  2. fungeren (als)
    sirve como

    Deze kamer is te klein om als slaapkamer te gebruiken. Hij fungeert daarom als een soort kast.

    Zit maar in dat steen, het fungeert als stoel.
  3. opgroien (zijn opgegroeid)
    crecer

    We hadden een familiebedrijf. Ik ben opgegroeid met het idee dat ook ik later in oons bedrijf een ban zou krijgen.

    Ik ben in Barcelona opgegroeid.
  4. opzeggen
    anular, cancelar / recitar

    Je moet je abonnement opzeggen voor de eerste van de volgende maand, anders loopt het weer een jaar door.

    Ik moet mijn abonnement van de sportschool opzeggen omdat ik er zelden naartoe ga.
  5. aarden, aarde, geaard
    conectar, hechar raices, estar agusto

    Het blijkt dat het belangrijk is dat er een plek op de wereld is waar je kunt aarden, waar je je helemaal goed voelt.

    Ik heb sneel in Amsterdam geaard.
  6. een band hebben met
    conectar con

    Zij zoon vond het niet erg om van school te veranderen, want hij had geen band met de onderwijzer en ook niet met de andere kinderen.

    Min zoon wilt niet naar school gaan, hij heeft geen band met de lerarers.
  7. in je bloed zitten
    llevarlo en la sangre

    Ik weet niet hoe het komt dat ik steeds wil verhuizen. Misschien zit het wel in mijn bloed, want mijn ouders woonden ook nooit ergens langer dan een paar jaar.
  8. op één hand te tellen zijn
    contar con una mano

    Ik heb je zo vaak gemaild! Dat is niet op één hand te tellen. En ik kreeg steeds geen reactie, dat vond ik zo raar!

    Ik heb weinige goede vrienden in Nederland, dat is op één hand te tellen.
  9. de uitdaging
    desafío, reto

    Je kunt een verhuizing naar een ander land zien als iets vervelends, maar je kunt het ook zien als een kans om nieuwe ervaringen op te doen, als een uitdaging.

    Ik probeer om Nederlands te leren, het is momenteel mijn uitdaging.
  10. vanwege
    a causa de

    Ze wilde heel graag terug naar de Antillen, vanwege het klimaat. Ze wilde niet langer in een regenachtig land wonen.

    Vanwege de radioactiviteit kan niemand in Chernobyl wonen.
  11. vertrouwd
    familiar, entreñable

    Voor kinderen is het belangrijk dat hun directe omgeving vertrouwd is.

    Hoewel het de eerste keer is dat ik hier ben, vink ik het vertrouwd.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview