duits woorden

Card Set Information

Author:
meganvosx
ID:
89665
Filename:
duits woorden
Updated:
2011-06-07 15:53:34
Tags:
duits
Folders:

Description:
dat
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user meganvosx on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. vijf minuten geleden
    vor fünf minuten
  2. kletsen
    quatschen
  3. de outfit
    das outfit
  4. in de mode
    angesagt
  5. zich veroorloven, kopen
    sich leisten
  6. de kamer
    die Bude
  7. de buurvrouw
    die Nachbarin
  8. slecht gehumeurd
    mies gelaunt
  9. zwammen
    labern
  10. belachelijk
    bescheuert
  11. op reis gaan
    verreisen
  12. misschien, soms
    etwa
  13. verkleden
    verkleiden
  14. de draaitafel
    der drehtisch
  15. te gek
    irre
  16. verrukt
    begeistert
  17. opgelucht
    erleichtert
  18. die sitte, die sitten
    de gewoonte, de gewoonten
  19. der gebrauch
    het gebruik
  20. mit der zeit
    onderhand
  21. einbürgern
    inburgeren
  22. effizient
    efficiënt
  23. höflich
    beleefd
  24. der augenblick
    het ogenblik
  25. verfassen
    schrijven
  26. die nachricht
    het bericht
  27. stets
    steeds, altijd
  28. der adressat
    de geadresseerde
  29. ausreichen
    voldoende zijn
  30. der rechner
    de computer
  31. verständlich
    begrijpelijk
  32. der abstatz
    de alinea
  33. leserlich
    leesbaar
  34. die zeile
    de regel
  35. die länge
    de lengte
  36. das zeichnen
    het teken
  37. das Pseudonym
    het pseudoniem
  38. die Identität
    de identiteit
  39. ermöglichen
    mogelijk maken
  40. versehen mit
    voorzien van
  41. preisgeben
    prijsgeven
  42. kennzeichnen
    kenmerken
  43. das missverständnis
    het misverstand
  44. der Zweck
    het doel
  45. der beitrag
    de bijdrage
  46. das medium
    het medium
  47. sich vergewissern
    zich zekerheid verschaffen
  48. de spierpijn
    der muskelkater
  49. de te zware inspanning
    die überanstrengung
  50. de rekoefening
    die dehnungsübung
  51. zich bezighouden
    sich beschäftigen
  52. de vrije tijd
    die Freizeit
  53. doorbrengen
    verbringen
  54. de zangeres
    die sängerin
  55. op
    alle
  56. het vissen
    das Angeln
  57. wegzappen
    umschalten
  58. het journaal
    die tagesschau
  59. de misdaadfilm
    der krimi
  60. klimmen
    klettern
  61. de cursus
    der kurs
  62. het recreatiepark
    der freizeitpark
  63. gratis
    kostenlos
  64. de folder
    der prospekt
  65. een saaie boel
    tote hose
  66. verdergaan
    weitergehen
  67. in de pubertijd zijn
    pubertieren
  68. ben je niet goed wijs?
    spinnst du?
  69. het begint
    es geht los
  70. draaien
    drehen
  71. zeurend
    quengelig
  72. beantwoorden aan
    entsprechen
  73. de gek
    der spinner
  74. dolgraag
    leidenschaftlich gerne
  75. vlot
    kess
  76. de aula
    die aula
  77. vooruit, schiet op!
    los, beil dicht!
  78. het schaatsen
    das eislaufen
  79. op het ogenblik
    im moment
  80. niets doen
    abhängen
  81. zich inspannen
    sich anstrengen
  82. behagelijk
    behaglich
  83. het ijsstadion
    die eishalle
  84. de schaatsshow
    die eislaufshow
  85. de televisie
    die glotze
  86. dat hangt ervan af
    je nachdem
  87. onderwijzen
    lehren
  88. geweldig
    einzigartig
  89. oplossen
    lösen
  90. het zoekwoord
    das suchwort
  91. te binnen schieten
    einfallen
  92. het festival
    das festivak
  93. de groepskorting
    der gruppenrabatt
  94. de goochelshow
    die mystery-show
  95. extra
    zusätzlich
  96. de entree
    der einritt
  97. uniek
    ohnegleichen
  98. de vriendenkring
    der freundekreis

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview