LOI Gevorderd ES-NL.txt

Card Set Information

Author:
Anonymous
ID:
99443
Filename:
LOI Gevorderd ES-NL.txt
Updated:
2011-09-02 04:16:01
Tags:
LOI gevorderd Spaans Nederlands
Folders:

Description:
LOI gevorderd Spaans > Nederlands
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Anonymous on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. aburrido
    vervelend; saai
  2. bonito
    mooi; aardig
  3. buena idea
    een goed idee
  4. bueno
    goed
  5. dar unas vueltas
    een paar keer over de kop gaan
  6. descubrir
    ontdekken
  7. desnudo
    naakt
  8. divertido
    leuk
  9. el ascensor
    lift
  10. el carné/el carnet
    legitimatiebewijs
  11. el cartel
    poster
  12. el catálogo
    catalogus
  13. el día festivo
    feestdag
  14. el día laboral
    werkdag
  15. el edificio
    gebouw
  16. el empleado
    beambte
  17. el gazpacho
    koude soep
  18. el guardarroppa
    garderobe
  19. el guía
    gids
  20. el kiosco
    kiosk
  21. el letrero
    bordje met opschrift
  22. el milagro
    het wonder
  23. el museo
    museum
  24. el piso
    verdieping
  25. el plano
    plattegrond
  26. el vigilante
    suppoost
  27. el visitante
    bezoeker
  28. en cambio
    daarentegen
  29. es/me parece
    het is/ik vind het
  30. esfuerzo
    moeite; krachtsinspanning; offer
  31. extraño
    vreemd
  32. feo
    lelijk
  33. flamenco
    Vlaams
  34. gastar
    uitgeven van geld
  35. gracioso
    grappig
  36. guapo
    knap
  37. hacer cola
    in de rij staan
  38. hermoso
    mooi
  39. la asociación
    associatie; genootschap; vereniging
  40. la azafata
    hostess; stewardess
  41. la cafetería
    restaurant
  42. la circunstancia
    omstandigheid
  43. la cola
    de rij
  44. la colección
    verzameling
  45. la entrada
    ingang; toegangsbewijs
  46. la escalera
    trap
  47. la exposición
    tentoonstelling
  48. la guía
    de gids
  49. la lente
    de lens
  50. la mentira
    de leugen
  51. la piel
    huid
  52. la pieza
    het (museum)stuk
  53. la planta
    de verdieping
  54. la postal
    ansichtkaart
  55. la sala
    zaal
  56. la taquilla
    kassa
  57. la tarifa
    tarief
  58. la vitrina
    vitrine
  59. la zarzuela
    Spaanse operette
  60. malo
    slecht
  61. marearse
    misselijk worden
  62. me da igual
    het maakt me niet uit
  63. me encanta
    ik ben dol op
  64. perdone
    pardon
  65. pesado
    vervelend; saai
  66. precioso
    prachtig
  67. raro
    eigenaardig
  68. recostada
    achterover geleund
  69. sacar entradas
    kaartjes kopen
  70. según
    volgens
  71. soso
    saai
  72. una maravilla/maravilloso
    geweldig; prachtig
  73. vale
    afgesproken; goed
  74. ya que
    aangezien
  75. ya se me ha pasado
    het is al over
  76. ¿que opina sobre ...?
    wat vindt u van ...?
  77. ¿que te parece ...?
    wat vind je van ...?
  78. a mi modo de ver ...
    mijns inziens ...
  79. actor
    acteur
  80. actriz
    actrice
  81. agudo
    hevig
  82. aparecer
    verschijnen
  83. avanzar
    vooruitgaan
  84. cierto
    een zekere
  85. como quieras
    zoals je wilt
  86. creo que ...
    ik geloof dat ...
  87. de repente
    plotseling
  88. dejar de
    ophouden met
  89. detestar
    verafschuwen
  90. el águila [i](vrouwelijk) [/i]
    adelaar
  91. el ala [i](vrouwelijk)[/i]
    vleugel
  92. el ave [i](vrouwelijk)[/i]
    vogel
  93. el cuento
    verhaal
  94. el desempleado
    werkloze
  95. el gitano
    zigeuner
  96. el golpe
    klap
  97. el hada [i](vrouelijk)[/i]
    de fee
  98. el haya [i](vrouwelijk)[/i]
    de beuk
  99. el pájaro
    vogel
  100. el parado
    werkloze
  101. el principio
    begin
  102. el rey
    koning
  103. el robo
    diefstal
  104. el socio
    clublid
  105. el tebeo
    strip
  106. en general
    over het algemeen
  107. en mi opinion ...
    naar mijn mening ...
  108. estar al tanto
    op de hoogte zijn
  109. estar convencido
    overtuigd zijn
  110. estar de acuerdo
    het eens zijn
  111. estar en el paro
    werkloos zijn
  112. estoy convencido de que ...
    ik ben ervan overtuigd dat ...
  113. estoy de acuerdo
    ik ben het er mee eens
  114. ganar
    winnen
  115. guión
    draaiboek
  116. hacia
    in de richting van; naar
  117. invertir (ie,i)
    investeren
  118. la acera
    trottoir
  119. la cigüeña
    ooievaar
  120. la contaminación
    vervuiling
  121. la guerra
    oorlog
  122. la hamaca
    de hangmat
  123. la historieta
    stripverhaal
  124. la jubilación
    pensionering
  125. la legumbre
    groente
  126. la parte
    gedeelte
  127. la población
    bevolking
  128. la sociedad
    maatschappij
  129. la telenovela
    soap
  130. la ventaja
    voordeel
  131. la vista
    uitzicht
  132. los asuntos interiores
    binnenlandse zaken
  133. marcharse
    weggaan
  134. me parece que ...
    ik vind dat ...
  135. ni siquiera
    niet eens
  136. no me gusta nada
    ik houd er helemaal niet van
  137. ocupar
    bezetten
  138. pienso que ...
    ik denk dat ...
  139. por cierto
    overigens
  140. por mí ...
    wat mij betreft ...
  141. según yo ...
    volgens mij ...
  142. semejante
    dergelijke
  143. sin embargo
    toch
  144. tal
    zo'n
  145. tener razón
    gelijk hebben
  146. tengo la impresión de que ...
    ik heb de indruk dat ...
  147. tienes razon
    je hebt gelijk
  148. ¿a cuánto están ...?
    hoeveel kosten ...?
  149. ¿a quién le toca?
    wie is er aan de beurt?
  150. ¿algo más?
    anders nog iets
  151. ¿como cuánto quiere?
    hoeveel wilt u ongeveer?
  152. ¿cuánto cuestan ...?
    hoeveel kosten ...?
  153. ¿en qué puedo servirle?
    waarmee kan ik u van dienst zijn?
  154. ¿me da ...?
    mag ik ...?
  155. ¿puede ser un poquito más?
    mag het iets meer zijn?
  156. ¿que desea usted?
    wat wenst u?
  157. ¿que más quiere?
    wilt u verder nog iets?
  158. ¿que pone aqui?
    wat staat hier?
  159. a principios de
    aan het begin van
  160. a usted
    tot uw dienst
  161. aqui tiene
    alstublieft {wanneer je iets overhandigt}
  162. atracar
    overvallen
  163. bajo
    onder
  164. cien gramos
    een ons
  165. comilón (adjetivo)
    veelvraat
  166. conseguir (i)
    erin slagen
  167. deme
    geef me
  168. dormilón (adjetivo)
    slaapkop
  169. doscientos cincuenta gramos
    een half pond
  170. el carnicero
    de slager
  171. el carrito
    wagentje
  172. el cesto
    boodschappenmand
  173. el dependiente
    verkoper
  174. el emperador
    keizer
  175. el estanco
    winkel voor tabak en postzegels
  176. el filete de ternera
    kalfslapje
  177. el hongo
    paddenstoel
  178. el jamón serrano
    rauwe ham
  179. el jamón york
    gekookte ham
  180. el melocotón
    de perzik
  181. el nieto
    kleinzoon
  182. el panadero
    de bakker
  183. el pastelero
    de banketbakker
  184. el pimiento
    paprika
  185. el supermercado
    supermarkt
  186. el técnico
    monteur
  187. en cuanto a
    wat betreft
  188. en vez de
    in plaats van
  189. forzar (ue)
    dwingen
  190. hablador (adjetivo)
    kletskous
  191. hacer compras
    boodschappen doen
  192. haragán
    lui
  193. ir de comras
    gaan winkelen
  194. la bolsa
    de tas
  195. la caja
    kassa
  196. la carnicería
    slagerij
  197. la chuleta de cerdo
    varkenskotelet
  198. la dependienta
    verkoopster
  199. la droguería
    drogist
  200. la farmacia
    apotheek
  201. la fruteria
    groentewinkel
  202. la lista de compras
    boodschappenlijstje
  203. la loncha
    plak
  204. la lucha
    de strijd
  205. la panadería
    bakkerij
  206. la pastelería
    banketbakkerij
  207. la pescadería
    viswinkel
  208. la sandía
    de watermeloen
  209. la tienda de autoservicio
    zelfbedieningswinkel
  210. la tienda de comestibles
    kruidenierswinkel
  211. la tintorería
    stomerij
  212. la zapatería
    schoenenzaak
  213. las espinacas
    spinazie
  214. litro y medio
    anderhalve liter
  215. llamado
    zogeheten
  216. maduro
    rijp
  217. me toca a mí
    ik ben aan de beurt
  218. medio ...
    een half ...
  219. medio kilo
    een pond
  220. no, gracias, nada más
    nee, dank u, anders niets
  221. notar
    opmerken
  222. obvio
    heel duidelijk
  223. pongame
    geef me
  224. póngame
    geeft u mij maar
  225. prefiero ...
    ik heb liever ...
  226. propagar
    propageren
  227. protector (adjetivo)
    beschermend
  228. reinar
    regeren
  229. sabroso
    lekker
  230. sacar una nota
    een cijfer halen
  231. tonto
    dom
  232. trabajador (adjetivo)
    ijverig
  233. tres cuartos de ...
    drie kwart ...
  234. un cuarto de ...
    een kwart ...
  235. un kilo
    een klio
  236. un litro
    een liter
  237. unificar
    verenigen
  238. vale
    goed; ok
  239. al aro
    hoepel
  240. el bicho
    het beest
  241. colijo
    ik leid af
  242. gaditano
    uit Cádiz
  243. largarse
    ervandoor gaan
  244. el mendigo
    bedelaar
  245. la reja
    het traliehek
  246. el respaldo
    de rugleuning
  247. la tertulia
    gezellig samenzijn met vrienden
  248. ¡qué va!
    welnee!
  249. ¿conoce(s) a ...?
    kent u (ken je) ...?
  250. aburrirse
    zich vervelen
  251. acostumbrado a
    gewend aan
  252. apetecer
    zin hebben in
  253. avisar
    waarschuwen
  254. buenas noches
    goedenavond; goedenacht
  255. buenas tardes
    goedemiddag
  256. buenos días
    goedemorgen
  257. callarse
    zwijgen
  258. celoso
    jaloers
  259. conozco
    ik ken
  260. darse cuenta de
    beseffen
  261. de su/tu parte
    dat zal ik doen {su tegen iemand die je met [i]usted[/i] aanspreekt}
  262. desordenado
    rommelig
  263. el colegio
    middelbare school
  264. el cuñado
    zwager
  265. el médico
    dokter
  266. el recuerdo
    de groet
  267. el sobrino
    neef
  268. el suegro
    schoonvader
  269. el yerno
    schoonzoon
  270. encantado de conocerle
    prettig met u kennis te maken
  271. enfadarse
    boos worden
  272. éste/ésta es ...
    dit is ...
  273. éstos/éstas son ...
    dit zijn ...
  274. hace poco vi a Carmen
    onlangs heb ik Carmen gezien
  275. hasta el lunes
    tot maandag
  276. hola
    hallo
  277. la cita
    afspraak
  278. la estilográfica
    vulpen
  279. la flecha
    de pijl
  280. la nuera
    schoondochter
  281. la señora de limpieza
    hulp in de huishouding
  282. le/te presento a ...
    mag ik u/je voorstellen aan ...
  283. llevarse bien
    goed met elkaar op kunnen schieten
  284. llorar
    huilen
  285. los celos
    jaloezie
  286. muy buenas
    goedemiddag; goedenavond {informeel}
  287. parecerse a
    lijken op
  288. parientes
    familieleden
  289. ponerse a
    beginnen te
  290. quejarse
    klagen
  291. recuperar
    inhalen (van tijd)
  292. referirse (ie,i) a
    bedoelen
  293. saludos a ...; recuerdos a ...; saludas a ...
  294. de groeten aan ...
  295. se lava las manos
    ze wast haar handen
  296. se pone los pantalones
    ze doet haar broek aan
  297. se quita el abrigo
    ze doet haar jas uit
  298. ser alegre
    opgewekt zijn
  299. ser cariñoso
    hartelijk zijn
  300. ser despistado
    verstrooid zijn
  301. ser tímido
    verlegen zijn
  302. ser tranquilo
    rustig zijn
  303. tener buen genio
    goedmoedig zijn
  304. tener lugar
    plaatsvinden
  305. tener mal genio
    opvliegend zijn
  306. tremendamente
    verschrikkelijk
  307. volver (ue) a verse
    elkaar weer zien
  308. camerero
    ober
  309. el aguacate
    avocado
  310. el chile relleno
    gevulde peper
  311. el cocinero
    kok
  312. el coco
    kokosnoot
  313. el cubierto
    couvert
  314. el cuchillo
    mes
  315. el dulce de leche
    nagerecht van suiker en melk
  316. el jitomate
    de tomaat
  317. el libro de cocina
    kookboek
  318. el marisco
    schelpdier
  319. el piñon
    pijnboompit
  320. el tenedor
    vork
  321. enseguida
    onmiddellijk
  322. está delicioso
    het is verrukkelijk
  323. está riquísimo
    het is overheerlijk
  324. ik kom zo bij u
    ya voy
  325. la almendra
    amandel
  326. la cartera
    portefeuille
  327. la charcutería
    winkel voor fijne vleeswaren
  328. la costilla
    sparerib
  329. la cuchara
    lepel
  330. la degustadora
    proefster
  331. la editorial
    de uitgeverij
  332. la hora punta
    spitsuur
  333. la pesadez
    zwaar gevoel in de maag
  334. la restriccíon
    de beperking
  335. la tortilla
    (mexicaans) maispannenkoekje
  336. las ensaladas
    salades
  337. los entremeses
    voorgerechten
  338. me apetece
    ik heb trek in
  339. me trae la carta
    mag ik de kaart
  340. picado
    fijn gehakt
  341. preocupado
    bezorgd
  342. puedo pedir
    kan ik bestellen
  343. que les vaya bien
    het ga u goed
  344. qué lleva
    wat zit er in
  345. qué me recomienda
    wat raadt u me aan
  346. qué va a tomar
    wat wil je bestellen
  347. recomendar (ie)
    aanbevelen
  348. recopilar
    verzamelen
  349. sabe a gloria
    het smaakt verrukkelijk
  350. se le ocurrío
    ze kwam op het idee
  351. seguro que
    vast en zeker
  352. sugerir (ie,i)
    suggereren
  353. viene con
    het wordt gesereveerd met
  354. ¿como le queda?
    hoe zit het (van kleding)?
  355. ¿no tiene otro mas grande?
    hebt u geen grotere
  356. ¿puedo probarme este?
    mag ik dit passen?
  357. ¿qué número calza?
    welke schoenmaat heeft u?
  358. ¿qué número es?
    welke maat (schoenen) is het?
  359. ¿qué tal me va?
    hoe zit het me?
  360. ¿qué talla es?
    welke maat (kleding) is het?
  361. ¿qué talla tiene?
    welke maat heeft u?
  362. ¿se puede pagar con tarjeta de crédito?
    kan ik met een creditkaart betalen?
  363. aconsejar
    aanraden
  364. amarillo
    geel
  365. anaranjado
    oranje
  366. azul
    blauw
  367. calzar
    dragen (van schoenen)
  368. crecer
    groeien
  369. de color azul claro
    lichtblauw
  370. de color rojo oscuro
    donkerrood
  371. el abrigo
    lange jas
  372. el calcetín
    de sok
  373. el cinturón
    de riem
  374. el conjunto
    het pakje
  375. el consejo
    de raad
  376. el cuadro
    het schilderij
  377. el cuero
    het leer
  378. el descuento
    de korting
  379. el diseño
    het ontwerp
  380. el hervor
    het kookpunt; de agitatie
  381. el hueco
    gat; lacune
  382. el impermeable
    de regenjas
  383. el informe
    het rapport
  384. el jersey
    de trui
  385. el probador
    de paskamer
  386. el sostén
    de beha
  387. el suéter
    de sweater
  388. el traje
    het pak
  389. el vestido
    de jurk
  390. el zapato
    de schoen
  391. escaparate
    etalage
  392. está rebajado
    het is afgeprijsd
  393. hay rebajas
    het is uitverkoop
  394. la blusa
    de blouse
  395. la bota
    de laars
  396. la calidad
    kwaliteit
  397. la camisa
    het overhemd
  398. la camiseta
    het hemd
  399. la chaqueta
    het jasje (colbert)
  400. la competencia
    de concurrentie
  401. la conquista
    verovering
  402. la corbata
    de stropdas
  403. la falda
    de rok
  404. la lana
    de wol
  405. la media
    (nylon)kous
  406. la raya
    de streep
  407. la ropa interior
    het ondergoed
  408. la sección de caballeros
    de herenafdeling
  409. la sección de señoras
    de vrouwenafdeling
  410. la sorpresa
    verrassing
  411. la suela
    de zool
  412. lanzarse a
    zich storten op
  413. las bragas
    het slipje
  414. le va muy bien
    het staat u erg goed
  415. limpiar en seco
    stomen
  416. los calzoncillos
    de onderbroek
  417. los vaqueros
    spijkerbroek
  418. lujo
    luxe
  419. marrón
    bruin
  420. me está ...
    het is ...
  421. me queda ...
    het zit ...
  422. me queda un poco estrecho
    hij zit een beetje strak
  423. me quedo con éste
    ik neem deze
  424. morado
    paars
  425. mudarse
    verhuizen
  426. opulencia
    de weelde
  427. pleno
    volledig
  428. probarse (ue)
    passen (van kleding)
  429. quisiera
    ik zou graag willen
  430. quisiera probarme este
    ik zou dit willen passen
  431. restaurante de categoria
    klasse-restaurant
  432. rojo
    rood
  433. rosado
    roze
  434. surgir
    opduiken; zich voordoen
  435. tiene un descuento del 10%
    er gaat 10% af
  436. tras
    na
  437. vay muy bien con ...
    het past erg goed bij ...
  438. verde
    groen
  439. a la suya
    op de uwe
  440. a su salud
    op uw gezondheid
  441. a ver
    eens kijken
  442. a ver si le gusta
    ik ben benieuwd of u het leuk vindt
  443. acerca de
    met betrekking tot
  444. acicalamiento
    het verzorgen
  445. aguantar
    verdragen
  446. alegrarse
    blij zijn
  447. alto
    lang
  448. apresurado
    haastig
  449. aprobar (ue)
    goedkeuren
  450. aprobar un examen
    voor een examen slagen
  451. bajo
    klein
  452. chinchin
    proost
  453. con atención
    met aandacht
  454. con claridad
    met duidelijkheid
  455. con dificultad
    met moeite
  456. con elegancia
    met sierlijkheid
  457. con exactitud
    met nauwkeurigheid
  458. con rapidez
    met snelheid
  459. con tranquilidad
    met rust
  460. cumplir años
    jarig zijn
  461. delgado
    slank
  462. el aspecto físico
    het uiterlijk
  463. el bigote
    de snor
  464. el catarro
    verkoudheid
  465. el gerente
    de bedrijfsleider
  466. el humo
    de rook
  467. el labio
    de lip
  468. el peldaño
    de traptrede
  469. el pelo
    het haar
  470. el pelo corto
    kort haar
  471. el pelo largo
    lang haar
  472. el pelo liso
    steil haar
  473. el pelo rizado
    krullend haar
  474. enhorabuena
    gefeliciteerd {bij examens, geboorte, huwelijk}
  475. envolver (ue)
    inpakken
  476. envuelto
    ingepakt
  477. esperar
    hopen; wachten
  478. espero que le guste
    ik hoop dat u het leuk vind
  479. estar a régimen
    op dieet zijn
  480. esto es para usted
    dit is voor u
  481. exigir
    vorderen
  482. felicidades por su cumpleaños
    gefeliciteerd met uw verjaardag
  483. flaco
    mager
  484. gordo
    dik
  485. grueso
    dik,grof
  486. hinchado
    gezwollen
  487. hoy es mi cumpleaños; cumplo años hoy
    ik ben vandaag jarig
  488. la barba
    de baard
  489. la imagen
    de afbeelding
  490. la indiscreción
    de onbescheidenheid
  491. la sentencia
    het vonnis
  492. la sospecha
    het vermoeden
  493. la zapatilla
    de sportschoen
  494. las gafas
    de bril
  495. le he traído un regalo
    ik heb een cadeautje voor u meegebracht
  496. me llevas cuatro años
    je bent 4 jaar ouder dan ik
  497. moreno
    donker
  498. no faltaba mas
    maar natuurlijk
  499. no lo aparentas
    dat is je niet aan te zien
  500. obligar
    verplichten
  501. pasarlo bien
    plezier hebben
  502. pelirrojo
    roodharig
  503. reconocer
    herkennen
  504. recurrir
    in beroep gaan
  505. renunciar
    afzien van
  506. resuelto
    opgelost
  507. rizado
    gekruld
  508. rubio
    blond
  509. se lo agradezco mucho
    hartelijk bedankt
  510. tener en común
    gemeen hebben
  511. tener ganas de
    zin hebben om

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview